steun vpro

Boeken

James Kennedy & Franca Treur

In zijn essaybundel 'Bezielende verbanden' behandelt de Amerikaanse historicus James Kennedy de gezondheid van de Nederlandse samenleving. Franca Treur schrijft in haar debuutroman 'Dorpsvloer vol confetti' over een Nederland dat verdwenen lijkt te zijn: het orthodoxe, conservatieve Nederland van het platteland.

In zijn essaybundel Bezielende verbanden behandelt de Amerikaanse historicus James Kennedy de gezondheid van de Nederlandse samenleving. In hoeverre zijn we nog tolerant? Zijn we als land wel voorbereid op onze verantwoordelijkheden voor de 21e eeuw? En weten we überhaupt nog wel wie we zijn?

De belangrijkste conclusie in Bezielende verbanden: Nederland anno 2010 is een land dat in strijd is met zichzelf. Het beeld van Nederland als vaandeldrager van tolerantie, progressie en verdraagzaamheid is volledig opgelost. In het Nederland dat we zien in de utopische Postbank-reclame uit de jaren negentig herkent niemand zich meer. Maar de tekst van het begeleidende nummer kennen we nog allemaal:

Vijftien miljoen mensen
Op dat hele kleine stukje aarde
Die schrijf je niet de wetten voor
Die laat je in hun waarde

Woorden als een wollen deken. Maar de vanzelfsprekendheid en veiligheid van weleer heeft plaatsgemaakt voor herbezinning, die gepaard gaat met politiek en maatschappelijk tumult en onzekerheid over het bepalen van onze houding tegenover de rest van de wereld. Kennedy: “We hebben sinds de jaren zestig het imago van multicultureel en progressief, een voorbeeld voor de rest van de wereld op het gebied van homohuwelijk en euthanasie. Tot problemen die zich eerst alleen elders voordeden zich ook ineens in ons land gingen voordoen.”

Daarmee snijdt Kennedy de grote omslag aan die Nederland gekend heeft: de moord op Pim Fortuyn in 2002. Daarmee kwam in één klap een einde aan het beeld van Nederland als verdraagzaam land. Jarenlang sluimerende onrust bij de bevolking kwam naar boven, en er moest ruim baan gemaakt worden voor een radicale bekering. Snelle integratie van allochtonen werd een hot item, het begrip 'waarden en normen' eveneens, en de nationale geschiedenis werd opgerakeld en in kaders geplaatst. Gevolg: niets in Nederland was meer vanzelfsprekend. Ineens moet er geknokt worden voor de eigen overtuiging. Gedogen was uit.

Kennedy: “Een belangrijke oorzaak hiervan is de Nederlandse concensuscultuur. We moesten het altijd maar met elkaar eens zijn, waardoor echte discussie niet mogelijk was en lastige vragen niet mochten worden gesteld. Een 24/7 debatcultuur was niet wenselijk. Concrete stappen werden niet ondernomen. Daardoor slaat op cruciale momenten de vlam in de pan.”

Nederland is een onzeker land geworden met behoefte aan duidelijkheid, handhaving en morele waakzaamheid. Hoe dat precies goed moet komen kan ook Kennedy niet met zekerheid zeggen, maar maakt zich wel sterk voor het serieus nemen van de burger door de overheid, en het stimuleren van het debat. Want alleen dan, zo denkt Kennedy, kan er een visie ontwikkeld worden voor een toekomst waarin Nederland weer weet wie ze is.

In haar debuutroman Dorsvloer vol confetti beschrijft Franca Treur eveneens, op kleine schaal, een Nederland dat verdwenen lijkt te zijn. Het orthodoxe, conservatieve Nederland van het platteland. Maar het bestaat nog. De twaalfjarige Kathelijne groeit er op, en ontworstelt zich eraan.

Ergens in Dorsvloer vol confetti zegt Kathelijne tegen haar tante dat ze eigenlijk geen broek aan mag. De tante vraagt waarom niet. Kathelijne antwoordt: “Omdat het mannenkleren zijn, en vrouwen die mannenkleren dragen is in de Heere een gruwel.”

De scène kenmerkt het strenge, orthodoxe Zeeuwse boerengezin waarin het meisje opgroeit. Als enige, tussen zes broers. Voor die broers is er het werk op de boerderij, voor Kathelijne het werk in het huishouden. Een televisie is er niet, zondagen worden gevuld met driemaal daags kerkbezoek, en als Kathelijne langs haar oma gaat, is ze de enige die de eindeloze Bijbelverhalen aan moet horen voor ze het felbegeerde handje zoute pinda's toegestopt krijgt. Haar broers hoeven dat niet.

Treur groeide zelf op in een soortgelijk gezin, waardoor er flink wat paralellen zijn met Kathelijne en zichzelf. “Je ziet het aanvankelijk helemaal niet als 'streng'. Pas later ga je daarover nadenken. Je leeft in een dorp waar de meeste mensen zo leven, contact met andersdenkenden hadden we eigenlijk niet zoveel.”

Kathelijne wordt als meisje weinig serieus genomen, en vlucht daardoor in verhalen en fantasie. Haar gedachten gaan haar eigen gang, ze leert voor zichzelf te denken, en niet alles dat in haar omgeving gebeurt klakkeloos aan te nemen. En dat is waar Dorsvloer vol confetti uiteindelijk echt over gaat: over de bevrijdende werking van het verzinnen van verhalen en de mogelijkheden die ze scheppen. Het toont aan dat geest en creativiteit altijd zegevieren, ondanks de omstandigheden.

Toch wil Treur met haar roman haar jeugd geenszins in een kwaad daglicht zetten: ze is met warmte opgegroeid. “Het ergert me ook altijd een beetje als mensen vragen 'wanneer ik van mijn geloof ben gevallen'. Dat klinkt een beetje respectloos. Het is een typische heidenvraag. Afgelopen zomer ben ik eens goed rond gaan kijken in de omgeving waar ik ben opgegroeid. Gewoon, omdat ik er altijd maar zo'n klein stukje van gezien heb. En toen dacht ik ineens: 'Best mooi, eigenlijk.'