steun vpro

Boeken

Hans Achterhuis & Ernest van der Kwast

Filosoof Hans Achterhuis bewijst in 'De utopie van de vrije markt' het bestaan van een kapitalistisch manifest, en de gevolgen daarvan. Ernest van der Kwast beschrijft in 'Mama Tandoori' zijn jeugd en zijn Indiase familie, waar zijn kordate, koopjesjagende moeder middels een waar schrikbewind de scepter zwaait.

Wie is er verantwoordelijk voor de ideologie achter de vrije markt? 'Is' die vrije markt er niet gewoon? Het antwoord is nee. Filosoof Hans Achterhuis bewijst in De utopie van de vrije markt het bestaan van een kapitalistisch manifest, en de gevolgen daarvan.

In de VS geldt Atlas Shrugged van Ayn Rand als het belangrijkste boek na de Bijbel. Dat wil wat zeggen, al heeft het boek in Nederland nauwelijks die reputatie. Rand schetst in Atlas Shrugged een kapitalistische utopie, waar medemenselijkheid en onbaatzuchtigheid in worden gewisseld voor een wereld van neoliberale utopisten, waar het vrije markt-denken hoogtij viert en eigenbelang voorop staat.

Achterhuis wees de inktzwarte toekomstvisie van Rand instinctief af, maar besloot zich uiteindelijk toch in de materie te verdiepen. “Ik ben het volstrekt niet eens met het mensbeeld van Rand, maar tegelijkertijd boeit het mij. Waar een utopie normaliter inhoudt dat iedereen gelijk en gelukkig is, is in de wereld van Rand elke relatie een non-relatie. Overal moet geld aan verdiend worden, delen is volstrekt verboden. Mensen moeten in die wereld op een volstrekt nieuwe manier met elkaar leren omgaan. Bij Rand was het bij wijze van spreken zelfs al verboden om even met de afwas te helpen.”

Atlas Shrugged maakte de weg vrij voor De utopie van de vrije markt, waarin Achterhuis de vloer aanveegt met het misverstand dat de vrije markt een natuurlijk proces is dat door niemand is bedacht. De vrije markt is zeer bewust georganiseerd vanuit de staat en vergt evenveel planning, organisatie en ideologie als bijvoorbeeld het communisme, zo bewijst Achterhuis. “Die ideologie van neoliberale utopisten is een beangstigende. Wat ik helemaal schokkend vond is dat bleek dat Alan Greenspan, tot 2006 directeur van de Federal Reserve Bank, gold als een van Rand’s grootste aanhangers. Hij geeft letterlijk aan alles over de maatschappij van haar geleerd te hebben. Daardoor handelde hij gedurende zijn hele aanstelling in een absoluut en blind geloof in de markt, met alle gevolgen van dien, zoals de huidige kredietcrisis. Het zal moeilijk worden om dat nog terug te draaien.”

In Mama Tandoori beschrijft Ernest van der Kwast zijn jeugd en zijn Indiase familie, waar zijn kordate, koopjesjagende moeder middels een waar schrikbewind de scepter zwaait. Hilariteit en ontroering steken beiden de kop op.

De moeder van Ernest van der Kwast zal na Mama Tandoori waarschijnlijk voor altijd bekend staan als de vrouw die iedereen die haar een strobreed in de weg legt zonder scrupules een mep verkoopt met een deegroller. Maar inderdaad: Mama Tandoori is deels geromantiseerd, al laat Van der Kwast graag in het midden welke delen precies.

Aan haar spaarzucht is alvast niets overdreven. “Mijn moeder leefde naar het motto ‘Gratis is goed’ en had, mede door haar achtergrond, een permanente angst voor armoe. Zo kwam het dat we vrijwel nooit uit eten gingen, en als we dat dan al deden we er nooit iets te drinken bij kregen omdat ze dat verhoudingsgewijs veel te duur vond. Ze heeft zelfs eens een keer twee fietsen gestolen die ze ergens op straat in een hoek onder een dikke laag stof vond. Haar spaarzucht was bijna een neurotische aandoening.”

Toch is Mama Tandoori niet slechts een op het lacheffect geschreven aaneenschakeling van momenten waarin zijn moeder’s zuinigheid op nauwelijks voorstelbare wijze aan bod komt. Het boek gaat er vooral over hoe iemand die in India alles is kwijtgeraakt zich vervolgens gedraagt in Nederland. Van der Kwast: “Rond de middelbare school ben ik er pas over na gaan denken dat ook mijn leven eigenlijk heel anders was dan dat van anderen. Ik droeg vaak een week lang hetzelfde shirt, en douchte 1 keer in de week. Toch is er nooit met mijn moeder gesproken over die angst voor armoede. Er was veel schaamte.”