steun vpro

Boeken

Stefan Brijs & Lisa Appignanesi

De roman ‘Post voor mevrouw Bromley’ van de Vlaamse schrijver Stefan Brijs gaat over jongens die als menselijk schild dienden in de uitzichtloze strijd van de Eerste Wereldoorlog. En literatuurwetenschapper Lisa Appignanesi maakt in 'Alles over de liefde' een analyse van de onbeheersbare emoties die we bij de liefde voelen.

De Vlaamse schrijver Stefan Brijs brak in 2005 bij het grote publiek door met De engelenmaker. Zijn nieuwe roman Post voor mevrouw Bromley legt de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog bloot. Twee vrienden groeien op in een troosteloze Londense volkswijk. Als Engeland in 1914 bij de Eerste Wereldoorlog betrokken raakt, moet het tweetal een keuze maken: wel of niet naar het westfront. Hoe vergaat het een dienstweigeraar als het patriottisme hoogtij viert?

Terwijl de Eerste Wereldoorlog zich in de achtertuin van Stefan Brijs heeft afgespeeld, koos hij ervoor om niet Vlaanderen maar Engeland als vertrekpunt te nemen. Een fragment uit een documentaire over de Slag aan de Somme, juli 1916, vormde de kiem van het boek. Brijs: “Er was een scene van drie seconden, waar een Britse luitenant in de loopgraven brieven van zijn manschappen zat te censureren. Alle brieven die de jongens naar huis schreven werden gecensureerd door de luitenant. Ze mochten geen plaatsnamen noemen of details over de hoeveelheid gewonden vermelden. Toen ik dat zag, dacht ik: Hier zit een verhaal in. Stel dat je verder gaat dan het censureren. Wat als je de brieven gaat manipuleren? Hoe ver kun je daarin gaan?”

Door de filmscene koos Brijs bewust voor een Britse soldaat, waarna hij de geschiedenis van Engeland ten tijde van de Eerste Wereldoorlog ging bestuderen. Brijs: “Ik schrok van de mentaliteit die daar heerste. De oorlog brak uit. Augustus 1914. Ze willen allemaal gaan vechten. Wij Engelsen zijn de grootste en sterkste! We gaan een avontuur beleven, we gaan naar de overkant en we zijn voor de kerst weer terug. Maar er waren ook duizenden jongens die niet wilden vechten. Om verschillende redenen: Omdat ze moesten werken op de boerderij, ze waren bang of zoals John, de hoofdpersoon in het boek, die wilde studeren. Maar de druk op die jongens was vanaf de eerste dag immens.”

Het verhaal over de allesvernietigende strijd aan het westfront wordt verteld vanuit de 19-jarige John Patterson. In het eerste deel van het boek, Het Thuisfront, zijn de onderlinge spanningen in Engeland duidelijk voelbaar. Het patriottisme is er ongekend, de oorlogspropaganda duikt overal op. In tegenstelling tot John besluit zijn boezemvriend Martin Bromley om wel naar het front te gaan. De sociale druk op John neemt toe, in zijn eigen omgeving en ver daarbuiten, omdat een jongen van zijn leeftijd wordt geacht om voor zijn vaderland te vechten. Zelfs zijn liefje Mary, de zus van Martin, is teleurgesteld dat John voor zijn studie en niet voor de oorlog kiest.

Het tweede deel Het Westfront speelt zich af in de mensonterende loopgraven van Noord-Frankrijk en West-Vlaanderen, waar John zich uiteindelijk toch als vrijwilliger heeft gemeld. Hij draagt een geheim bij zich. De oorlog maakte een einde aan het leven van zijn vriend Martin, maar John houdt hem levend door in de brieven aan diens moeder, mevrouw Bromley, het tegendeel te suggereren.

Literatuurwetenschapper Lisa Appignanesi doet in haar boek Alles over de liefde een poging om de dynamiek van de liefde te begrijpen. Hoe wij de liefde ervaren en onze verlangens vormgeven. De liefde bergt geluk in zich, vriendschap, genegenheid en erotiek. Maar de liefde kan ook pijn met zich meebrengen, beroering, haat en waanzin, en binnen een huwelijk beklemming, verveling, sleur. Aan de hand van deze machtige en onbeheersbare emoties leren we het best hoe mensen zich voelen.

Lisa Appignanesi is van Poolse origine, die in Frankrijk en Canada opgroeide en momenteel in Londen woont waar ze directeur is van het Freud Museum. Het is niet verwonderlijk dat Freud zijn sporen in Alles over de liefde achterlaat. Appignanesi: “Met zijn werk laat hij zien hoe het kind binnen een gezin de eerste ervaringen opdoet van liefde, haat, jaloezie en de eindeloze conflicten die horen bij het opgroeien in een gezin. En hij toont aan dat liefde een soort genezing kan zijn. Liefde kan je gevoel van ongeluk voor een deel oplossen. Je ziet jezelf met andere ogen, interessanter en vollediger dan hoe je jezelf anders ziet of ervaart. Dat is een kwaliteit van liefde.”

Freud is niet de enige adviseur die Appignanesi heeft geraadpleegd. Naast psychologische en sociologische bronnen putte ze uit romans, mythen en klassieke tragedies. Ook beschrijft ze uitvoerig haar eigen liefdeservaringen. Omdat mensen de liefde veelal als een verhaal beleven nam ze voor haar onderzoek zo’n vijftig interviews af. Liefde is een strikt persoonlijke zaak, verhalen laten goed zien hoe de liefde wordt beleefd. Appignanesi: “Ik speelde niet de socioloog. Geen objectieve vragenlijsten. Ik wilde hun verhalen horen en hun ervaringen. Op het vlak van de liefde gaat het om de betekenis die wij als mensen hechten aan onze ervaringen, die ons leven rijker en voller maken en boeiender. Ik wilde verhalen horen. Eigen ervaringen.”

Alles over de liefde
begint met een verkenning van de eerste kennismakingen met de liefde, waarna er een beeld wordt geschetst van waaruit hartstocht bestaat. Zo’n beetje alle individuele varianten komen voorbij. Vervolgens gaat Appignanesi in op het huwelijk en duurzame relaties, driehoeksverhoudingen en overspel, liefde binnen het gezin en ten slotte liefde en vriendschap. Zelf vat ze het samen als de boog van liefde door het leven heen. Een biografie van de liefde, zo zou je het ook kunnen noemen.