steun vpro

Boeken

David Pefko & Salomon Kroonenberg

Schrijver David Pefko schreef met ‘Het voorseizoen’ een boek over het leven van een bierdrinkende, pornokijkende, bordeelbezoekende vijftiger met overgewicht. Geoloog Salomon Kroonenberg brengt in 'Waarom de hel naar zwavel stinkt' geologie en mythologie met elkaar in verband.

David Pefko debuteerde in 2010 met de roman Levi Andreas. Nu, anderhalf jaar later, verschijnt zijn tweede boek. In tegenstelling tot zijn eerste boek, waarin het hoofdpersonage een jonge, hoog opgeleide vrouw is, krijgt de lezer in Het voorseizoen inzicht in het leven van een bierdrinkende, pornokijkende, bordeelbezoekende vijftiger met overgewicht. Pefko: “Ik vind dat gegeven heel interessant: de val van iemand, het mislukken.”

Steve Mellors, het hoofdpersonage van Het voorseizoen, krijgt een hoop ellende over zich heen gestort als hij verliefd wordt op de Roemeense prostituee Anca en haar in bescherming probeert te nemen bij een politie-inval. Om de problemen die daaruit ontstaan te ontvluchten, vertrekt Mellors naar het Griekse eiland Kos. Het is geen toeval dat David Pefko juist deze locatie in zijn roman verwerkte; als zoon van een Griekse vader verbleef hij vaak in Griekenland.

Enkele jaren geleden had Pefko, die toen in Amsterdam woonde, veel behoefte aan wat rust in zijn leven. Om die reden vertrok hij naar Athene. “Ik was Amsterdam moe en wilde heel graag weg. En ik wilde rust,” aldus Pefko. Behalve rust vond hij in Griekenland ook de inspiratie voor zijn debuutroman. Een winter lang werkte hij aan het boek, totdat hij in geldnood kwam. Pefko vertrok hij naar het eiland Kos om daar aan het werk te gaan. “Op Kos ging ik iedere avond in de kroeg zitten op zoek naar een thema voor een nieuw boek. En toen kwam Steve Mellors op mijn pad. Hij zat iedere avond in bermuda, voetbalshirt en sandalen pullen bier te drinken.” Het hoofdpersonage van Het voorseizoen was geboren.

Steve Mellors is een eenzame man met een fascinatie voor de film Taxi Driver en vele verslavingen. Waarom een eenzame dwaas als hoofdpersoon? “Ik wilde, voordat ik Steve ontmoette in die bar, al een dergelijke roman schrijven: over een vijftiger, dik, aan de drank, aan de medicijnen, vreten en internetporno. Eigenlijk verslaafd in het algemeen, behalve aan drugs. Verslaafd aan dingen die geaccepteerd zijn.”
 

De roman gaat eigenlijk over de gemiddelde man; de wereld zit immers vol met Steve Mellors. Pefko: “Mellors is één van de velen, maar ik denk niet dat ze heel vaak beschreven worden. Als ze wel beschreven worden is de conclusie: ach, ze doen geen vlieg kwaad. Maar in Mellors zit iets heel interessants: hij wil het goede doen, maar hij doet héél erg het verkeerde.” Met Mellors heeft Pefko een zeer destructief karakter gecreëerd. Is er een moment geweest dat hij bang werd van zijn personage? Pefko antwoordt: “Nee, daarvoor voelde deze man te vertrouwd.”

Geologie en mythologie zijn geen vanzelfsprekend koppel. Toch lukt het Salomon Kroonenberg, hoogleraar geologie aan de TU Delft, om deze twee deelgebieden met elkaar in verband te brengen. In zijn nieuwe boek, Waarom de hel naar zwavel stinkt, gaat hij na in hoeverre de mythen over de onderwereld kloppen. Hiervoor bezoekt hij de Styx, zoekt hij in Italië naar de ingang van de hel en treedt hij in de sporen van Dante en Jules Verne. Waarom wordt de diepte van de aarde zo gevreesd?

Al sinds zijn vroegste jeugd is Salomon Kroonenberg gefascineerd door onze aardbol. Een van zijn eerste herinneringen is dan ook de druivenkas in zijn ouderlijke tuin in Oestgeest, waar hij als klein jongetje schelpjes in de grond vond. Vele jaren later ontdekte Kroonenberg opnieuw schelpen; ditmaal bij de opgravingen voor de Noord/Zuidlijn in Amsterdam. Ondanks zijn zeer grote geologische kennis en jarenlange onderzoeken is Kroonenbergs enthousiasme allesbehalve getemperd: hij spreekt vol passie over de geschiedenis van Amsterdam dat – zo laten ook de schelpen zien – ooit aan zee lag.

Kroonenberg is een optimistisch geoloog. Hij is van mening dat mensen zich een veel te grote rol toebedelen wanneer het gaat om de veranderingen op aarde. “De mensen zeggen dat we moeten zorgen voor onze planeet. De aarde kan het echter niets schelen. Zoals in de Duitse vertaling van mijn eerste boek staat: die Erde ist kein Selbtbedienungsladen – de aarde is geen supermarkt. We kunnen ons wel een hoop voornemen, maar de aarde is oppermachtig.” Het vinden van oplossingen voor het voedseltekort op aarde en de armoede die nog steeds in vele landen heerst is naar Kroonenbergs mening dan ook veel urgenter dan een oplossing van het CO²-probleem.

De kerngedachte in Waarom de hel naar zwavel stinkt is dat de aarde zijn eigen geschiedenis schrijft. In zijn boek wijst Kroonenberg de lezer er niet alleen op dat de aarde alle rampen die wij vrezen al eens heeft meegemaakt, en dat we ons daarom niet zoveel zorgen moeten maken over onze invloed op de planeet, maar geeft hij ook aan dat we eigenlijk helemaal niet zoveel van de aarde weten. Kroonenberg: “De diepste boring die ooit is gedaan, was op twaalf kilometer diepte. De straal van de aarde, van hier tot aan het middelpunt, is echter 6400 kilometer; ongeveer van hier tot aan Washington, maar dan verticaal naar beneden. Die diepste boring is dan ook niet meer dan je teen in zee steken om te weten hoe diep de oceaan is.”

Ons gebrek aan kennis zorgt ervoor dat we de binnenkant van de aarde als spannend en eng ervaren. Om die reden speelt deze binnenkant zo’n grote rol in de mythologie. In Griekse en Romeinse mythen komen bijvoorbeeld veel vulkanen voor. Kroonenberg ging tijdens zijn zoektocht naar de ingang van de hel in Italië op zoek naar een dampend gat, maar vond een vriendelijke meertje vol eenden. Kroonenberg werpt een geologische blik op de mythe: “Waarschijnlijk is het ooit wel een dampend gat geweest. In dat gebied zijn allerlei kraters te vinden, dus de ingang van de hel zal wat met vulkanisme te maken hebben.”