steun vpro

Boeken

Ramon Gieling & Mariët Meester

Filmmaker Ramon Gieling schreef met zijn prozadebuut 'De hoofdletter pijn' een bundel onverfilmbare verhalen met een mystieke en ongrijpbare kern. De scheidslijn tussen realiteit en surrealisme is dun in Gielings wonderbaarlijke verhalen. Mariët Meesters 'De mythische oom' is een boek over haar oom die vanwege de liefde naar Amerika vertrok, om daar vervolgens natuurwetenschapper en christen te worden.

Filmmaker Ramon Gieling heeft een levenslange band met Spanje. Hij bezocht het land vanaf jonge leeftijd met grote regelmaar. In de eerste instantie met zijn vader, die er antiek opkocht om dat vervolgens in Nederland weer door te verkopen. Destijds maakten de extremiteiten in het land, dat toen nog een derdewereldland was, diepe indruk op de jonge Gieling. Later kwam hij terug omdat Spanje, en dan vooral de rauwe en mystieke kant ervan, onderwerp werd van een aantal van zijn films. Het speelt ook een grote rol in zijn fictiedebuut, de verhalenbundel De hoofdletter pijn, voornamelijk omdat de poëzie in het Spaanse leven nog een dagelijkse rol speelt en de samenleving er nog steeds grotere contrasten kent dan in noordelijker gelegen landen.

De hoofdletter pijn bevat ‘onverfilmbare verhalen.’ Dit betekent dat de verhalen een mystieke en ongrijpbare kern bevatten waarin mensen soms naar andere tijdzones reizen of uit de dood opstaan. Deze mystieke kenmerken zijn volgens Gieling, onder meer bekend van zijn films En un momento dado over Johan Cruijff en Over Canto over Simeon ten Holt’s compositie Canto ostinato, nadrukkelijk niet hemels maar aards.

Volgens Gieling is dat de kern van surrealisme; het mysterie dat niet in de hemel is, maar op straat. En je ziet het recht voor je. Als voorbeeld van straatmysterie noemt hij de blinden die in Spanje de cafés langs gaan om lootjes te verkopen. Zij zijn de ongelukkige, blinde zieners die dagelijks de illusie van rijkdom aan de man moeten brengen. Gieling werkt momenteel aan een documentaire over deze blinde geluksverkopers.

De auteur is in zijn leven en werk in verregaande mate beïnvloed door wat de Spaanse dichter Lorca ‘duende’ noemde; een onmogelijk, niet uit te leggen begrip dat zich volgens Gieling manifesteert als de dood in de buurt is. Het is je vijand, de tegenstander van de reddende engel, de keerzijde van de inspiratie, een soort anti-muze. De dood is, evenals andere minder plezierige levenszaken als pijn, verdriet en angst, dominant aanwezig in de bundel. De auteur vertaalde reeds op jonge leeftijd Lorca’s essay over de duende in het Nederlands en beschouwt de dood als een vitaal, levengevend fenomeen. Samen met de liefde is de dood een samenbindend thema in zijn bundel.

In De mythische oom vertelt schrijfster Mariёt Meester de levensgeschiedenis van haar oom die naar Amerika vertrok. Een oom waar ze in haar jeugd veel indrukwekkende verhalen over hoorde en die altijd tot de verbeelding bleef spreken, maar die ze tot op heden niet als onderwerp van een boek had gezien. Op jonge leeftijd reisde hij zijn vriendin achterna naar de VS om er uiteindelijk natuurwetenschapper in een diepgelovige Nederlandse enclave te worden. Meester bezocht het plaatsje Lynden en trof in het noordwesten van de VS een Nederland dat niet meer bestaat.

De schrijfster presenteert met De mythische oom een familiedrama uit een andere wereld. Meester, zelf geboren in gevangeniskolonie Veenhuizen op het Drentse platteland, had een onchristelijke oom die op jonge leeftijd zijn gereformeerd vrijgemaakte vriendin achterna reisde naar de VS en nooit meer terug kwam. Toen de oom vertrok was hij nauwelijks opgeleid, maar in Amerika werd hij toxicoloog. En christen. Op latere leeftijd kreeg de man een zware vorm van leukemie en overleefde door de transplantatie van stamcellen afkomstig van Meesters’ vader. De oom woonde een groot deel van zijn leven in Lynden, een strengchristelijk stadje in het noordwesten van de VS waar tussen 1890 en 1945 veel Nederlanders waren komen wonen, waardoor het feitelijk een Nederlandse enclave werd. Meester ging op in de enclave en tekende het verhaal van hem op.

Meester had gedurende haar jeugd veel verhalen over haar oom gehoord die hem tot een mythische figuur hadden gemaakt. Zo liet hij zijn overleden schoonmoeder bij een verhuizing opgraven en meeverhuizen. Tevens brak hij zijn carrière als toxicoloog af omdat hij zich vanwege zijn geloof niet kon verenigen met het IVF-beleid van het ziekenhuis waarin hij werkte.

Naar eigen zeggen zonder vooroordelen reisde Meester naar Lynden om haar familie en dus ook haar oom beter te leren kennen, en trof er een bordkartonnen Nederland. De openbare wc’s hebben er trapgevels en de kinderen zitten op klompendansen. ‘Doen jullie dat in Nederland ook?’ vragen de Lyndenaren zich vertwijfeld aan haar. Meester onthoudt zich van al te veel commentaar en gaat met haar nichtje mee naar de kerk. Gaandeweg voelt ze hoe het systeem van Lynden onder haar huid gaat zitten en er een ongewenste assimilatie optreedt. Ze krijgt begrip voor de denkbeelden van de diepreligieuze inwoners, wat een vervreemdend effect op haar heeft. Uiteindelijk moet ze vaststellen dat een persoonlijkheid, met zijn opvattingen en ideeën, kennelijk flexibeler is dan ze aanvankelijk dacht.