steun vpro

Boeken

Oek de Jong

In Boeken praat Wim Brands met schrijver Oek de Jong over zijn nieuwe roman 'Pier en oceaan', waarin hij drie generaties Nederlanders opvoert, tussen 1944 en 1971, en daarmee de maatschappelijke veranderingen in de jaren vijftig en zestig weergeeft.

Na tien jaar afwezigheid keert Oek de Jong terug als romancier. Het is niet verwonderlijk dat het 816 pagina’s tellende Pier en oceaan, zijn vierde roman sinds zijn debuut Opwaaiende zomerjurken (1979), als magnum opus wordt gezien. Het is zijn meest ambitieuze roman tot nu toe: het boek beslaat de periode van 1944 tot 1971 en brengt een veranderend Nederland in kaart, van de Hongerwinter tot de welvarende jaren zeventig. De periode waarin zich de grote maatschappelijke ommekeer voltrok.

Het boek draait om vier hoofdpersonen en schetst het weefsel van drie generaties Roorda. De Friese grootvader, een meubelmaker met grootindustriële aspiraties. Zijn zoon Lieuwe, een rector en politicus. Dina Houtluyn, die ongewenst zwanger raakt van Lieuwe, met hem trouwt, maar intussen haar lesbische gevoelens uit de weg gaat. En tot slot: Abel Roorda, de in 1952 geboren zoon van Lieuwe en Dina, wiens eerste 19 levensjaren worden beschreven. Hij groeit op in de decennia van de grote maatschappelijke veranderingen en worstelt met het strakke protestantse geloof en de burgerlijke tradities van de jaren vijftig.

Oek de Jong verhult niet dat zijn roman over zijn eigen familie gaat en dat Abel naar hem is gemodelleerd. Net als Abel Roorda is De Jong opgegroeid in Friesland en Zeeland. De Jongs moeder heeft voor haar huwelijk een lesbische verhouding gehad, zijn vader was rector en politicus. Van een autobiografie is echter geen sprake, zegt hij, aangezien hij elementen uit zijn eigen familiegeschiedenis tot een roman heeft getransformeerd.

Aanvankelijk begon hij in 2004 aan een ander verhaal. Een zijpad voerde hem naar het Goese Sas, een sluisplaats op het Zeeuwse eiland Zuid-Beveland, de plek waar De Jong in zijn jeugd heeft leren zwemmen en er de erotiek ontdekte. Zelf woonde hij in Goes, zo’n vijf kilometer verderop. Met het Goese Sas bleek een rijke bron te zijn aangeboord. Hij schreef er meerdere verhalen over. Het was de manier om de herinneringen uit zijn jeugd los te weken. Uiteindelijk vormt deze aanzet het hart van het boek, het derde deel van in totaal vijf, waarna hij nog zo’n zes jaar aan de roman heeft zitten schuren en schaven.

Bij het schrijven van zijn derde roman Howkerda’s kind (2002) was Tolstoj zijn voornaamste inspiratiebron. De zintuiglijke kracht van Op zoek naar de verloren tijd, het meesterwerk van Marcel Proust, spoorde De Jong aan om in zijn nieuwe boek de diep verstopte herinneringen op te roepen. Ook het overlijden van zijn moeder, in 2005, is een belangrijke drijfkracht geweest. Sinds haar dood durft hij steeds meer over andere zaken te schrijven.

In Pier en oceaan heeft De Jong de grote historische gebeurtenissen bewust losgelaten. IJkpunten in de geschiedenis komen slechts terloops ter sprake. Het vuistdikke boek leest dan ook eerder als een mentale geschiedenis, waarin het Nederland van toen is vereeuwigd door alles extreem gedetailleerd weer te geven.