steun vpro

Boeken

Poetry International

VPRO Boeken staat in het teken van de 44ste editie van Poetry International, die van 11 tot en met 15 juni in Rotterdam wordt gehouden. Wim Brands praat met Mustafa Stitou, een van de optredende dichters aldaar. Van hem verscheen onlangs zijn vierde bundel 'Tempel'. En dichter en programmeur Jan Baeke vertelt over het werk van de Amerikaanse poëzielegende John Ashbery.

VPRO Boeken loopt vooruit op de 44ste editie van Poetry International, die van 11 tot en met 15 juni wordt gehouden. Mustafa Stitou is een van de optredende dichters op het jaarlijkse poëziefestival in Rotterdam. Van hem verscheen onlangs zijn vierde bundel Tempel, waarin hij voor verschillende vertelperspectieven kiest en tegenstellingen met elkaar laat verenigen.

Tien jaar heeft het geduurd, maar nu is er dan de nieuwe dichtbundel van Mustafa Stitou. Tempel heet de langverwachte opvolger van het met de VSB Poëzieprijs bekroonde Varkensroze ansichten. In de tussenliggende tijd rondde hij zijn studie filosofie af, schreef hij toneelteksten en was hij gedurende een jaar de Stadsdichter van Amsterdam. De poëzie was nooit ver weg, zegt hij, het leverde alleen geen nieuwe bundel op.

Zijn nieuwe bundel opent met een titelloos prozagedicht, waarin de ik-figuur zijn vader begraaft. Hij schreef het een aantal maanden voordat zijn eigen vader overleed. 'Het gedicht weet meer dan ik,' realiseert Stitou zich achteraf. 'Het gedicht is geen droomverslag, maar blijkbaar was ik op een of andere manier al afscheid van hem aan het nemen.'

In het naamloze eerste deel van Tempel komt de vader-figuur vaker terug. Zijn vader ziet hij als muze. Als kind las hij al uit zijn hoofd koranverzen aan hem voor. 'Ik wist dat ik hem daarmee blij kon maken, dan vervulde ik hem met trots.' Bij zijn eigen poëzie lag dat anders, aangezien zijn vader de Nederlandse taal niet machtig was.

Tempel bestaat uit vier delen en telt in totaal 27 gedichten. Het meeste plezier beleeft Stitou aan de gedichten waarin hij slaagt om 'twee verschillende werkelijkheidsgebieden op elkaar te laten botsen en tegelijkertijd te verenigen', daar waar tegenstellingen tussen bijvoorbeeld 'heilig en profaan' of 'droom en werkelijkheid' elkaar raken en in elkaar opgaan.

Een van de andere hoofdgasten op Poetry International is John Ashbery, de meest vooraanstaande levende avant-gardedichter van Amerika. Zijn gezondheid laat het echter niet toe om in Rotterdam aanwezig te zijn, maar via rechtstreekse verbindingen en met filmopnames krijgen de bezoekers een goede indruk van de veelzijdigheid van zijn werk, zegt dichter en Poetry International-programmeur Jan Baeke in VPRO Boeken.

Het oeuvre van John Ashbery (1927) bestaat uit meer dan twintig dichtbundels. Hij debuteerde in 1956 met Some Trees. In 1962 eiste hij met de controversiële bundel The Tennis Coart Oath de nodige aandacht op, toen hij radicaal met grammaticale en thematische conventies brak. Vanaf dat moment gold Ashbery als grote voorbeeld voor de latere radicale experimentele poëzie in Amerika.

Ashbery was twee keer eerder (fysiek) op Poetry International aanwezig, in 1977 en 1992. In 1995 verscheen een bloemlezing met vertalingen van zijn gedichten onder de titel De mandril op de slagboom. Een keuze uit zijn werk door de vertalers J. Bernlef en Peter Nijmeijer. In het nawoord karakteriseert Bernlef het werk van Ashbery als volgt: 'Ashbery’s poëzie maakt niet zozeer gebruik van het denken om tot gedichten te komen, maar probeert het denken zelf, in status nascendi zou je kunnen zeggen, in al zijn vluchtigheid en tastende aarzelingen te betrappen.'

Binnenkort verschijnt er opnieuw een bundel met Ashbery’s gedichten, in vertaling van Ton van ’t Hof, getiteld Ergens in Amerika. In het nawoord van die bundel karakteriseert Jan Baeke de Amerikaanse poëzielegende als een dichter 'die je ertoe dwingt om je blik van zin tot zin te verleggen en te kijken of hij een ander soort terrein aan het betreden is'.