steun vpro

Boeken

Remco Campert

Remco Campert heeft het vermogen om stemmingen op te wekken. Campert lezen is vrolijk worden, baldadig, weemoedig of melancholiek. Al decennia schrijft hij voor de Volkskrant en zijn observaties over politiek, actualiteiten en overige zaken zijn nu verzameld in de bundel ‘Het verband tussen de dingen ben ik zelf’. Wim Brands praat met Remco Campert over zijn columns, en over zijn verhalen, romans en poëzie.

‘Heb ik zo onderhand niet een keer genoeg geschreven?’ vraagt Remco Campert (1929) zich vandaag de dag regelmatig vertwijfeld af, ‘zou het niet heerlijk zijn om ermee op te houden? De rust, de overzichtelijkheid.’

De conclusie van deze gedachten is steeds dezelfde: nee. Het is niet genoeg en het zou niet heerlijk zijn om ermee op te houden. Het schrijven kost hem meer moeite dan vroeger, maar wat moet hij immers anders doen met zijn tijd? Bovendien beleeft de 83-jarige nog steeds veel plezier aan het schrijven. Dus sukkelt hij nog altijd dagelijks naar zijn schrijftafel voor zo’n vier uur arbeid. Niet meer de tien uren die hij vroeger per dag aan het schrijven besteedde, maar toch. Aanstaande zondag is hij te gast in Boeken, onder meer om te praten over zijn nieuwe bundeling Volkskrantcolumns Het verband tussen de dingen ben ik zelf.

Op verzoek van Wim Brands leest Campert in de komende uitzending onder meer een aantal nieuwe gedichten voor uit een nog te verschijnen bundel. Ook zijn er een aantal oden aan inmiddels overleden collega-schrijvers te horen. Het schrijven van poëzie heeft altijd de voorkeur van de auteur gehad. Na aanvankelijk jarenlang werk van anderen vertaald te hebben in het Nederlands, begon hij met het schrijven van proza om brood op de plank te krijgen. Hij wilde leven van de pen, en dat kan niet als je alleen gedichten schrijft. Campert schrijft graag proza, evenals zijn columns voor de krant, maar hij noemt zich toch voornamelijk dichter. Dit aangezien poëzie voor hem de beste manier is om de taal te slijpen en te smeden en zijn herinneringen vorm te geven en op papier te zetten.

De dood, ouder worden en herinneren worden meer en meer aanwezige factoren in het leven van de schrijver. Vrienden en naasten overlijden, en hij wordt zelf ouder. Een generatie bestaande uit mensen als Jan Wolkers, Bert Schierbeek en Hugo Claus sterft langzaam uit. In de recensies van Het verband tussen de dingen ben ik zelf wordt dan ook geregeld gerefereerd aan de hoge leeftijd van de schrijver, alsmede aan de helderheid die hij nog bezit en zijn schijnbare gemak om eenvoudige en alledaagse zaken scherp en relativerend te observeren. Tevens wordt veelvuldig de wens uitgesproken dat Campert nog lang zal blijven schrijven. Over dat laatste hoeven we ons hoogstwaarschijnlijk geen zorgen te maken, gezien Campert’s eigen adagium ‘Het nietsdoen is een droom die ik maar beter snel kan vergeten’.