steun vpro

Boeken

Christa Anbeek

Hoe leef je met de dood? In Nederland discussieert men vooral over euthanasie, de noodzaak van palliatieve zorg en een zelfgekozen dood na een voltooid leven, een debat dat vooral in medische en juridische termen wordt gevoerd. De vraag hoe je met de dood kunt leven blijft onderbelicht. Deze eenzijdigheid doorbreekt Christa Anbeek met haar drieluik over de dood.

De remonstrantse theoloog en filosoof Christa Anbeek schreef met Aan de heidenen overgeleverd, Overlevingskunst en De berg van de ziel een drieluik over de zin van de dood. 
 
Christa Anbeek, hoofddocent aan de Universiteit van Humanistiek en bijzonder hoogleraar bij het Remonstrants seminarie, heeft in haar leven met veel tegenslag te kampen gehad. Toen ze in de twintig was verloor ze haar moeder. Haar vader, die met haar moeder in een scheidingsproces zat, besloot om een eind aan zijn leven te maken. Haar broer maakte dezelfde beslissing. En daar bleef het niet bij: enkele jaren geleden bezweek haar geliefde aan een hartstilstand bij een wandeltocht in de bergen.
 
Het heeft Christa zoekende gemaakt. Hoe ga je met dit verlies om? En hoe besluit je zelf toch voor het leven te kiezen? Ze heeft veel wegen bewandeld in haar zoektocht naar de troost. Ze hoopte bij filosofen uit oost en west antwoorden te vinden op de vraag hoe te leven met de dood van een dierbare. Maar bevredigend vond ze die antwoorden niet: de pijn is gebleven. Het lezen van boeken bleek niet voldoende om haar echt te helpen, en ook het aannemen van een stoïcijnse of boeddhistische levenshouding maakte het verdriet niet lichter. Integendeel.
 
Tijdens haar onderzoek kwam Christa niet alleen filosofen tegen, maar ook literaire schrijvers. Juist in de literatuur vond ze de rijkste inzichten over de machteloosheid (van de taal) ten opzichte van de dood. Neem bijvoorbeeld Anna Enquist, die haar roman Contrapunt schreef over haar op de Dam doodgereden dochter. Zij trekt dezelfde conclusie als Christa: ‘Al die woorden rondom de dood en het leven, terwijl de clou toch een beetje is: leef nou maar.’