A. Roland Holst

Hans Keller ,

Begin jaren zestig ontbrak een belangrijke dichter in de televisieserie 'Literaire Ontmoetingen': A. Roland Holst (1888–1976). Hans Keller beschrijft hoe dit kon gebeuren. In aflevering 579 leest A. Roland Holst drie gedichten voor, afkomstig uit 'Dichters dichterbij' (1966).

Hans Keller,

A. Roland Holst ontbrak in de veelbesproken televisieserie Literaire Ontmoetingen, die de AVRO maandelijks in 1962, 1963 en 1964 uitzond. En ik weet van nabij hoe dat komt.

Het programma werd gepresenteerd door de essayist, toneelredacteur en literair criticus van Het Parool H.A. Gomperts en ik maakte er mijn debuut mee als televisieregisseur.  Vrijwel alle gasten, die per aflevering onderwerp waren van de reeks, werden door Gomperts gekozen (ik volgde hem op eerbiedige en leergierige afstand) en benaderd. Dat wil zeggen: hij belde ze gewoon op. Hij kende ze via Het Parool, tijdschriftenredacties, zijn eigen vriendenkring of dankzij de recensies en beschouwingen, die hij over hen had geschreven. Er waren twee uitzonderingen: Simon Vestdijk en Adriaan Roland Holst. Gomperts benaderde hen schriftelijk. Zijn achting voor hen was zo groot, dat hem een amicaal telefoontje ongepast leek.

Vestdijk reageerde prompt en welwillend, tot grote opluchting van ons beiden. Nu Roland Holst nog. Op weg naar het Letterkundig Museum in Den Haag zei Hans Gomperts tegen me:”Gisteren heb ik de brief naar hem op de post gedaan.”
“Had je hem niet kunnen bellen?” vroeg ik.
“Nee,” zei Hans, “Jani ontvangt graag post.”
De geest van de Prins der Dichters hing nog wat om ons heen toen we het museum betraden, in die dagen nog gevestigd in het voormalige raadhuis van Den Haag en bestierd door de dichter-historicus Gerrit Borgers, die de literair-historische onderneming min of meer op zijn eentje was begonnen met de ter beschikkingstelling van documenten en attributen uit zijn privéverzameling. Borgers stond in het elegante trappenhuis al op ons te wachten. We zouden bespreken hoe zijn museum, en tegen welke voorwaarden, kopieën kon bemachtigen van Literaire Ontmoetingen.

Overweldigd door waarmee het trappenhuis en de daarachter liggende gangen waren behangen, vergaten we de reden van ons bezoek. Overal portretten van A. Roland Holst, gefotografeerd door o.a. Emille van Moerkerken, geschilderd door o.a. Carel Willink en velen getekend door Charley Toorop, Paul Citroen en andere kunstenaars. Ook gebeeldhouwde koppen, die nu eens naar links, dan weer naar rechts keken.
Er waren ook ingelijste handschriften en reusachtig vergrote citaten van de dichter, zoals ze her en der in het land op verzetsmonumenten te vinden waren.
“Een volk van knechten komt de wereld knechten…”
We leken terechtgekomen in een voortijdig voor de dichter ingericht mausoleum.

Gomperts wijdde na ons Haagse bezoek in Het Parool een ironische column aan wat hij noemde ‘de bezetting door Roland Holst van het Letterkundig Museum zonder dat de dichter zelf daar de hand in kon hebben gehad’.
Maar dat was de dichter te weinig.
Hij schreef Hans een paar dagen later terug, dat hij niets met ‘Literaire Ontmoetingen en deze Hans Gomperts van Het Parool‘ te maken wilde hebben.
Gomperts was geschrokken en heeft nog geprobeerd het, opnieuw schriftelijk, bij te leggen. Tevergeefs.
Aan latere (andere) verzoeken om aan televisieprogramma’s mee te werken, heeft Roland Holst graag voldaan, zoals blijkt uit het onderhavige fragment van het latere AVRO-programma Dichters dichterbij (1966), waaruit ook aflevering 573 van de Dode Dichters Almanak afkomstig is.