middenklasse onder vuur

Technologie polariseert: er blijft genoeg werk voor hoog- en laaggeschoolden, maar voor de middenklasse wordt het steeds moeilijker, schrijven David Autor en David Dorn in de New York Times.

De opkomst van computers en slimme machines jaagt velen schrik aan. Economen discussieerden de afgelopen jaren druk over de race tegen de machine, het einde van werk en mensen die het voetvolk van robots worden. Computers nemen steeds meer arbeid van ons over, is de angst, zodat er voor de mens uiteindelijk geen werk meer is.

Maar is dat ook zo? Volgens David Autor en David Torn is het maar net tot welke klasse je behoort. Voor de hoogopgeleiden blijft er onverminderd werk, omdat hun analytisch vermogen en creativiteit (nog) niet door computers kan worden overgenomen. Ook laagopgeleiden blijven buiten schot zolang computers nog geen vrachtwagen door het centrum van een stad kunnen loodsen of een maaltijd bereiden.

Nee, juist de middenklasse krijgt het moeilijk. Het zijn hun kantoorbanen die steeds vaker worden overgenomen door slimme algoritmes. De opkomst van de computer zorgt daardoor voor een polarisatie van de arbeidsmarkt, betogen Autor en Torn.

Iets vergelijkbaars constateerde virtual reality-pionier Jaron Lanier ook al, maar dan met betrekking tot de creatieve klasse:

jaron lanier over zijn boek 'who owns the future'

Dat hoeft overigens niet te betekenen dat dat middenklasse helemaal gaat verdwijnen, zoals de foto boven dit artikel suggereert. Er zou wel eens een nieuwe markt kunnen ontstaan voor de 'nieuwe artisanen': mensen die de kracht van computers weten te koppelen aan uniek menselijke eigenschappen als empathie en creativiteit. Denk bijvoorbeeld aan verpleegkundigen die met behulp van ditigale tools makkelijker diagnoses kunnen stellen en zo, gekoppeld aan goede bedmanieren, een deel van de taken van artsen kunnen overnemen. Ook leraren, coaches en ontwerpers kunnen technische hulpmiddelen goed combineren met typisch menselijke eigenschappen.

Lees het hele artikel op de site van de New York Times.