handmatig instellen: moraal

bouwe van straten ,

Weg met de automatische piloot, onze morele intuïties voldoen niet meer. We zullen hard moeten nadenken hoe we met elkaar willen samenleven, betoogt Joshua Greene in een boek dat nog moet uitkomen, maar nu al de hemel in wordt geprezen.

Stel: je hebt twee stammen. De ene werkt samen en deelt alles, de andere is individualistisch ingesteld. Ze bidden tot verschillende goden, hebben verschillende gewoonten en verschillende leefregels. Tot zover geen problemen. Maar wat nu als het bos dat deze twee stammen scheidt, afbrandt? Opeens is de barrière weg en kunnen ze in hetzelfde gebied door elkaar heen gaan leven.

Hoe doen ze dat? Welke regels gaan ze volgen? Gaan ze samenwerken of worden ze allemaal individualistisch? Tot welke god gaan ze bidden? Dat is volgens filosoof en neurowetenschapper Joshua Greene het grote morele probleem waar de moderne wereld mee te kampen heeft. In onze gemondialiseerde wereld lopen groepen mensen met uiteenlopende leefregels in toenemende mate door elkaar heen.

Eind oktober komt zijn boek 'Moral tribes' uit, door Steven Pinker al uitgeroepen tot een 'landmark in our understanding of morality' en door filosooft Peter Singer omschreven als een 'brilliant and enlightening book'. Wie wil weten of die complimenten meer zijn dan de standaards blurbs die nu eenmaal achterop een boek horen, kan zich alvast inlezen met behulp van Deep Pragmatism, een essay dat Greene publiceerde op Edge.

Elke cultuur heeft zijn eigen morele intuïties, schrijft hij: dingen die ze vanzelfsprekend goed of slecht vinden, zonder daar zelfs maar over na te (hoeven) denken. Die intuïties kunnen per land en cultuur flink verschillen, wat elke week prachtig geïllustreerd wordt door het vpro-programma Metropolis:

Greene benadert dat probleem met behulp van twee ideeën. Eerst maakt hij een onderscheid tussen twee soorten van samenwerking: de samenwerking van individuen in een groep, en de samenwerking tussen verschillende groepen. Het grootste deel van de menselijke geschiedenis was alleen die eerste vorm van samenwerking belangrijk, en dat is ook waar morele regels meestal voor bedoeld zijn.

Vervolgens maakt Greene, teruggrijpend op het werk van psycholoog Daniel Kahneman, een onderscheid tussen twee soorten van denken: een snelle en een langzame. Veel beslissingen nemen we zonder er over na te denken. We weten ogenblikkelijk dat we een kind voor een auto weg moeten trekken, dat gaat onbewust en intuïtief. Daarnaast is er ook een langzame manier van denken, die je gebruikt in onbekende situaties en voor nieuwe problemen.

Voeg die twee ideeën samen en de conclusie is duidelijk: onze morele intuïties zijn niet meer toereikend voor de moderne samenleving. We zullen langzaam en bewust moeten nadenken over hoe verschillende groepen met elkaar samen kunnen leven. Greene gebruikt de metafoor van de digitale camera. In plaats van gebruik te maken van de automatische instellingen, zullen we handmatig op zoek moeten naar de beste instellingen.

'There is a philosophy that accords with this, and that philosophy has a terrible name; it's known as utilitarianism. The idea behind utilitarianism is that what really matters is the quality of people's lives—people's suffering, people's happiness—how their experience ultimately goes. The other idea is that we should be impartial; it essentially incorporates the Golden Rule. It says that one person's well-being is not ultimately any more important than anybody else's.

'You put those two ideas together, and what you basically get is a solution—a philosophical solution to the problems of the modern world, which is: Our global philosophy should be that we should try to make the world as happy as possible. But this has a lot of counterintuitive implications, and philosophers have spent the last century going through all of the ways in which this seems to get things wrong.'