hoe mooi het ook is

lennart van der meulen ,

'Hoe duur was de suiker', over de Surinaamse slaventijd, is de openingsfilm van het Nederlands Film Festival. VPRO-directeur Lennart van der Meulen was afgelopen zomer in Suriname en schreef er een verhaal over. Wordt het ooit nog wat met dit land?

Het is kwart over één als boven de stroomversnellingen van de Boven-Surinamerivier het geronk aanzwelt van een oude legerhelikopter. Als in een openingsscène van een nieuwe film van Oliver Stone scheert de heli laag over de toppen van de kankantries in het regenwoud van Saramacca, een gebied onder het Brokopondostuwmeer, 200 kilometer ten zuiden van Paramaribo. Na twee rondjes landt het toestel op het centrale voetbalveldje van Pikin Slee, met 4000 inwoners een van de wat grotere dorpen hier aan de Boven-Surinamerivier in het binnenland van Suriname.

Wij zijn in het gehucht Pikin Slee beland tijdens onze vakantie in Suriname. We zijn voor het eerst in dit land, terwijl het altijd zo dichtbij is geweest. Als kolonie, in het nieuws, via Surinaamse collega's en vrienden en een zwager, die geen van allen ooit over Suriname begonnen en nu dolenthousiast reageerden op onze reisplannen: 'Doe tandarts Kusters de groeten', 'Ga vooral eten bij mijn volle neef Nick' en 'Vergeet niet langs Frederiksdorp te gaan, en Groningen en Jodensavanne.'

Pikin Slee is de tweede stop aan de Boven-Surinamerivier die vanaf Atjoni de enige toegangsweg tot de jungle is. Alles moet hier per korjaal over de onstuimige rivier. Op onze eerste stop in Jaw Jaw worden we onthaald door Kapitein Vonkel, de burgemeester van het dorp. Hij draagt een fanfarepet en een badlaken. Hij loopt op teenslippers en vertegenwoordigt het gezag. In Jaw Jaw staat de wereld stil. Een korjaalreis verder is er spektakel en staan we midden in de rimboe te kijken naar een volksoploop in Pikin Slee.

terug in de arena

Op het centrale grasveld heeft zich een schare trouwe aanhangers verzameld van de ABOP, de Algemene Bevrijdings- en Ontwikkelingspartij. Haast iedereen draagt een nieuw felgeel T-shirt van de tweede regeringspartij van Suriname. Het ontvangstcomité bestaat uit de hoofdkapitein van Pikin Slee, zijn basja's en de raad van ouderen die de families van het dorp vertegenwoordigt.

Als het klapwieken staakt en het stof neerdaalt, springt de partijleider van de ABOP met een joviale lach uit het toestel. Het is de charismatische en beruchte Ronnie Brunswijk die met zijn ABOP helemaal terug is in de arena van de Surinaamse politiek. Brunswijk is op tournee. De voormalig leider van het Junglecommando maakt zich op voor de presidentsverkiezingen van 2015 en is zijn campagne begonnen in het achterland van Suriname.

Brunswijk on tour.

Daar, van Moengo in het noordoosten via de Marowijne tot aan de rivieren diep in de centrale Surinaamse jungle, moet de boscreool Ronnie Brunswijk zijn slag slaan. Hij voelt zich thuis in de dorpen van de ooit vrijgemaakte en vrijgevochten slaven. Daar wonen de nazaten van stammen als de Ashanti en Fanti die tot 150 jaar geleden rechtstreeks uit West-Afrika werden geïmporteerd voor het slavenwerk op de plantages aan de Commewijne en de Cotticarivier.

In het handelsfort Elmina van de West Indische Compagnie in het huidige Ghana kregen ze eeuwenlang een enkele reis opgedrongen. Regelmatig naar een zeegraf, meestal naar een leven in dwangarbeid en uiteindelijk na afschaffing van de slavernij naar een nieuw en toch vergelijkbaar bestaan. Want het is aan de Surinamerivier net Klein Afrika met inheemse en vaak niet gekerstende dorpen en een leven dat zich afspeelt rond de steigers waar korjalen passanten en spullen af en aan brengen.

het wordt nooit wat

De Nederlandse Kitty Verheul runt met Kens Libbarth het kleine vakantiedorp Pasensi in Pikin Slee. Ze groeide op als dochter van een onderwijsinspecteur in het binnenland van Suriname in de jaren vijftig en zestig en keerde later zelf weer terug. Ze laat het campagnebezoek aan zich voorbijgaan. 'Het wordt nooit wat met dit land, hoe mooi het ook is,’ verzucht ze op haar veranda met uitzicht op de rivier. 'Suriname is met 500.000 inwoners uiteindelijk gewoon te klein en te verdeeld om een volwaardig land te zijn.’

De verdeeldheid is de bijvangst van de veelkleurigheid van het land. Creolen, Hindoes, Javanen, Marrons, en de kleinere groepen Chinezen, Joden en nieuwkomers als de Haïtianen kleuren het land, maar leven sterk gescheiden van elkaar. De synagoge van Paramaribo staat dan wel gebroederlijk naast de moskee van de Surinaamse Islamitische Vereniging, van innig contact is geen sprake. Vervolgens zijn de familiebanden sterk en bepalend wat tot een nog grotere scheiding van geesten en belangen leidt. En een sterke informele onderlinge economie. De versnippering van de politiek is daar nu bij gekomen.

Brunswijk speelt geen gewonnen wedstrijd aan de Surinamerivier. Hij is als Aucaner ook een vreemdeling in het gebied van de Saramakanen, al exploiteert hij verschillende goudmijnen in de regio. In Boven-Suriname regeert de BEP, die als tegenzet vandaag campagne voert in Brunswijks achterland.

De streek onder het Brokopondomeer leed zwaar onder de Grote Binnenlandse Oorlog die tussen 1986 en 1992 woedde tussen couppleger Desi Bouterse en zijn rivaal en voormalig lijfwacht Ronnie Brunswijk. Het gebied werd hermetisch afgesloten, de scholen gingen dicht, militairen en paramilitairen regeerden. Tot vandaag wordt de verloren generatie van toen nog bijgeschoold om het gemis van zes jaar onderwijs goed te maken.

Vanaf 14.00 uur resideert partijleider Brunswijk na een wandeling in de hut van kapitein Wazeng en deelt gunsten en diensten uit aan delegaties partijgenoten. Buiten voor de hut roeren de vrouwen zich en dansen de traditionele Seketi, de welkomstdans van de Marrons in het gebied van de Boven-Suriname. Binnen zitten de dorpsnotabelen en de partijleider. Ook wij worden met open armen ontvangen. We worden voorgesteld, schudden handen en gaan op de foto met big chief Brunswijk. Ronnie is vriendelijk en innemend. Op de vraag of ik voor de nieuwe president van Suriname sta, toont hij een lach die vertrouwen en twijfel uitstraalt. 'Wie weet, we zullen zien,’ antwoordt hij charmant. Bij vertrekt deelt kapitein Wazeng ijskoude blikjes Bavaria 8x4 uit. Premium bier van 7,9 procent.

één groot dorp

De binnenstad van Paramaribo

'Paramaribo is één groot dorp,’ zegt Frank Kroes en hij leunt comfortabel achterover in zijn tuinstoel. De hele familie Kroes is bij elkaar om ons met een rijsttafel te ontvangen. De Kroezen zijn fervente fans van Memories en Spoorloos en verbaasd over de consternatie rond de peuk van Hans Teeuwen in Zomergasten. Ze kijken allemaal naar BVN en hebben net als de meeste mensen hier drie mobieltjes per persoon omdat de providers weigeren samen te werken. 'En in dat dorp kent iedereen iedereen. Many people one nation. Naast elkaar en toch samen. Vooral tijdens Oud op Nieuw dan staat de hele Domineestraat in lichterlaaie van de kettingrotjes en is het feesten en weer feesten.'

De oud-Suralco-ingenieur Kroes die in de jaren zeventig in Hilversum een HTS-diploma haalde vult als freelance consultant zijn pensioen wat aan en leeft op stand in een buitenwijk in de Robijnweg op een paar honderd meter van zijn broer Nick aan de Zilverstraat. Kroes: 'We doen alles samen. Familie hè, we hebben altijd wat te vieren samen. En toch laten we het allemaal gebeuren. De Chinezen hebben de hele handel overgenomen en bouwen kasten van warenhuizen met allemaal goedkope troep. De Brazilianen kappen het binnenland leeg. De Turken hebben het gokken en de casino's in handen. En de regering verpatst concessies voor bauxiet en goudwinning. Echt erg vind ik dat, echt erg.'

Dat handjeklap met de natuurlijke hulpbronnen van Suriname levert volgens velen vooral de politieke clans van Bouterse en Brunswijk, zelf directeur van goudbedrijf NV Robruns, geld op en doet verder voornamelijk schade. Natuurpark Brownsberg is voor een groot deel veranderd in een bauxietafgraving. De Marowijne is vergiftigd met kwik dat voor de winning van goud bij de rivier door het afgegraven zand wordt gespoten.

dagdromen

Ondertussen is in Suriname nergens geld voor en lijkt het land zijn faam als mislukte kolonie ook onafhankelijk weer waar te maken, terwijl de informele economie groeit en het de middenklasse toch redelijk gaat.

Over zittend president Desi Bouterse wordt veel geschamperd. Voor zijn laatste bezoek aan China annexeerde hij, bang te worden opgepakt in Amsterdam, een vliegtuig van de SLM waardoor de lijnvluchten tussen vliegveld Jopie Pengel en Schiphol uitvielen. De president schermt met nieuwe verdragen en concessies zonder veel zichtbaar resultaat. 'Maar hij is de enige met oog voor de toekomst,’ zegt Frank Kroes en voegt er haast besmuikt aan toe: 'Zijn clan is nog corrupt, maar Bouterse is veranderd en gegroeid. Hij is de beste die Suriname kan leiden op dit moment.'

Bouterse zou zijn blazoen kunnen oppoetsen met een oplossing voor de verkeerschaos rond Paramaribo. Het wagenpark is explosief gegroeid. Vooral aan het begin van de maand, als iedereen nog benzine kan betalen, staan alle hoofdwegen potdicht van de Kwattaweg tot de Anton Dragtenweg. Over de Bosjesbrug, die het centrum met Commewijne verbindt, wordt alleen nog stapvoets gereden. Aan openbare werken wordt hoegenaamd niets gedaan. De tweebaansweg naar Atjoni is door de Chinezen aangelegd om het bauxiet te kunnen vervoeren. Er wordt gedagdroomd over een nieuwe verbinding met Brazilië langs de Gran Rio naar het zuiden, maar het wegennetwerk rond de hoofdstad erodeert weg in de slagregens van de natte moesson en de files van het forenzenverkeer.

rijstpelmachine

De vrouwen van Pikin Slee hebben de dag voor het bezoek van Ronnie Brunswijk hier lang vergaderd over hun wensenlijst voor de presidentskandidaat. Politiek is toch bovenal handel. De Nederlanse Corine Spoor heeft met hen een brief opgesteld. De oud-journaliste van de Wereldomroep is een van de grondleggers van het Saramaccamuseum van Pikin Slee, een kruising tussen het Tropenmuseum en de beeldentuin van Kröller-Müller. Lokale kunstenaars zijn actief en de plek trekt steeds meer reizigers. 'De vrouwen wilden eerst allemaal een eigen rijstpelmachine,’ zegt Corine,'maar we hebben na lang beraad gekozen voor meer onderwijs en sociale opvang als investering in de toekomst. Rijst pellen kan ook met één machine.'

de drie b's

De kans dat Brunswijk president wordt, is niet groot in het sterk etnisch en dus politiek verdeelde Suriname van vandaag. Maar het is heel wat dat de twee oorlogsbaronnen van weleer zich hebben verzoend en elkaar tegenwoordig politiek beconcurreren. Gids Simon Eduard moet niets van de twee politieke patjepeeërs hebben. 'Bouterse, Brunswijk en een Bende zijn de drie slechte B's van dit land,’ zegt de oud-ambtenaar en huidig districtsvoorzitter van de NPS, de Nationale Partij Suriname die onder Venetiaan floreerde, maar bij de laatste verkiezingen werd gedecimeerd. De partij probeert onder met de nieuwe partijleider Gregory Rusland uit het dal te klimmen. 'Er zijn nu te veel partijen en de mensen weten niet waarop ze kiezen. De NPS is de enige partij die voor eenheid in Suriname kan zorgen,’ vindt Simon die ons door Dan leidt, een dorp stroomopwaarts. Dan staat zo goed als leeg, op wat vrouwelijke bewoners en een crèche na. De mannen zijn als gastarbeider vertrokken naar Frans Guyana. Daar worden harde euro's verdiend in plaats van de wisselvallige SRD's. De meesten komen alleen terug voor begrafenissen of voor hun oude dag. 'Vaak berooid omdat ze al hun geld hebben weggegooid aan luxe,’ bromt Simon, 'ik ben zestig en liever gezond'.

Simon organiseert de dorpswandelingen in Dan vanuit Danpaati, een resort op een eilandje in de Surinamerivier, dat 'een brug moet slaan tussen toerisme en gezondheidszorg'. In ieder geval als het aan de bestuursvoorzitter van Menzis Roger van Boxtel ligt. De zorgverzekeraar is samen met Woonzorg Nederland hoofdsponsor van dit project 'in de jungle van Suriname', lees ik in de brochure van Danpaati. Dit private initiatief moet een parel zijn van de nieuwe ontwikkelingssamenwerking die de regering van Mark Rutte propageert. De staf is in nerveuze afwachting van de komst van Van Boxtel en co die twee keer per jaar overlegt met de kapiteins van elf omringende dorpen over de zorgvoorzieningen in de omgeving. Nog een oud-politicus die zich bekommert om het wel en wee van het leven aan de rivier.

kapitein vonkel

Terwijl Brunswijk zich na een dag vol beloften en dans in zijn helikopter hijst en wegwiekt, en de rivier zich na een tropisch buitje opmaakt voor een wolkenloze nacht, rust kapitein Vonkel van Jaw Jaw uit van een lange dag uitkijken over de rivier. Onder zijn boom, de armen gespreid over zijn blauwe bankje, zijn benen gestrekt tegen de bast van een mangoboom, gaan zijn gedachten herwaarts en derwaarts. Naar zijn kleinkinderen op de steiger, zijn vrouw die cassave raspt, het water in de rivier dat weldra zal zakken als de droge tijd aanbreekt, de vrienden die hij heeft begraven, nieuwe gasten op Djamaika en de gronden van zijn voorouders aan de Afrikaanse Goudkust. Krijgers waren het en ze weerstonden alles. Zeeuwse slavenhandelaren, ziektes, stormen, Hugenoten die de plantages beheerden, valse opzichters, het bezoek van prinses Beatrix, die nooit weer terugkwam, de onafhankelijkheid, het geweld van de binnenlandse oorlog en de grote overstroming van 2006.

Alles overleefde hij en alles geeft hij door als zijn rust wordt verstoord door zijn Nokia. Bootsman Harald aan de lijn: er komen nieuwe gasten uit Atjoni. Kapitein Vonkel zal ze welkom heten en over ze waken.

Lennart van der Meulen is directeur van de VPRO en reisde deze zomer met zijn gezin naar Suriname.