de comeback van stalin

Maarten van Bracht ,

Je zou denken dat de Russen Jozef Stalin als een crimineel en massamoordenaar beschouwen, maar de documentaire In the Wake of Stalin laat zien dat zijn mythe bij velen nog springlevend is.

----------------------------

2Doc: In the Wake of Stalin
Woensdag 12 februari, Nederland 2, 23.00-0.00 uur

----------------------------

Stalinisten vieren Stalins verjaardag in zijn geboorteplaats Gori in Georgië

Na zijn dood in 1953 werden de standbeelden van Jozef Stalin overal in de Sovjet-Unie van hun sokkel gehaald, maar een heeft meer dan een halve eeuw destalinisatie getrotseerd: het bronzen beeld in zijn Georgische geboorteplaats Gori. Het stond tot 2010 op het centrale stadsplein, toen de westers georiënteerde president Saakasjvili het alsnog liet verwijderen. Maar oktober vorig jaar moest de president zelf ook wijken, waarna de nieuwe premier het gerestaureerde standbeeld op 21 december, Stalins verjaardag, weer op zijn sokkel liet zetten, ditmaal voor het plaatselijke Stalinmuseum.

‘Het Westen zal ons om dit ideologische besluit uitlachen,’ meende Saakasjvili. Maar de terugkeer van Stalin in Gori staat niet op zichzelf. Ook in de voormalige Sovjet-Unie beleeft hij een revival, die door president Poetin in niet mis te verstane taal werd bevorderd: ‘Stalin en het stalinisme zijn nog steeds actueel.’ Voor westerlingen is het een raadsel waarom de dictator, tijdens zijn schrikbewind verantwoordelijk voor de dood van misschien wel dertig miljoen Russen, ook door gewone burgers, zelfs door nazaten van de slachtoffers van de terreur, weer openlijk wordt gewaardeerd. De verschrikkingen van de goelag, de verzamelnaam voor het systeem van strafkampen, lijken vergeten.

Generalissimus

Houten bed uit de regio Kolyma, jaren 1940. Vier of meer gevangenen moesten op de plank slapen.

De tentoonstelling Gulag, vorig jaar te zien in Berlijn en dit jaar nog in Leipzig, maakt nog eens duidelijk hoe wijdverbreid dit systeem van werk- en strafkampen was. Ze strekten zich als een lappendeken tot in de verste uithoeken van de Sovjet-Unie uit en kostten miljoenen gevangenen het leven door executies, uitputting, honger en ziekte. In Rusland is een dergelijke tentoonstelling nu niet mogelijk. Daar ondervindt de mensenrechtenorganisatie Memorial, in 1988 door de Russische dissident Andrej Sacharov opgericht om de stalinistische terreur te documenteren en de herinnering eraan levend houden, juist steeds meer tegenwerking van de overheid.

Voor veel Russen is Stalin intussen gewoon weer de sterke man die voorging in de Grote Vaderlandse Oorlog, zoals de Tweede Wereldoorlog daar nog altijd wordt genoemd, en die leiding gaf aan ‘Groot Rusland’. Dat daarbij gehakt werd en spaanders vielen was natuurlijk niet fraai, maar noodzakelijk; anders zouden de fascisten hebben gewonnen en zou het grote Sovjetrijk uit elkaar zijn gevallen. Stalin was de ‘architect van de overwinning’, en de op angst en terreur gebaseerde persoonsverheerlijking rond de generalissimus, zoals hij na de oorlog werd genoemd, nam ten slotte groteske vormen aan.

In tijden van crisis en onzekerheid wordt die sterke man Stalin in Rusland weer op zijn sokkel gehesen. Sinds de voormalige Oostbloklanden zich losmaakten uit de Unie en zich op het Westen richtten, voelt Rusland zich bedreigd en groeit de aversie tegen het gevaarlijk geachte Westen, dat ook door Stalin al werd gedemoniseerd. Stalins terreur is van staatswege ook nooit formeel veroordeeld – zoals ook China weigert afstand te nemen van de terreur onder Mao. Een dictator aan wie door jarenlange propaganda enorme verdiensten zijn toegekend, kan kennelijk zelfs bij de nabestaanden van zijn slachtoffers een potje breken.

Vergeetboek

Beeld uit de film: stalinistische demonstratie.

De Frans-Australische filmmaker Thomas Johnson, bekend van de prijswinnende documentaire The Battle of Chernobyl (2006) (hier te zien), verbleef van 1983 tot 1992 als journalist in de Sovjet-Unie en maakte er dus de jaren van glasnost en perestrojka mee, tot de ondergang van de communistische staat. Het einde van de Sovjet-Unie betekende echter niet het einde van het systeem van repressie en onderwerping.

In zijn documentaire In the Wake of Stalin (2013) toont Johnson aan dat het stalinisme, ondanks de pogingen van Chroesjtsjov en Gorbatsjov om de cultus rond Stalin af te breken, onder een deel van de bevolking nog springlevend is. Vanaf 2000 wordt onder Poetin de stalinistische terreur in geschiedeniswerken en schoolboeken verdonkeremaand, is het oude Sovjetvolkslied van stal gehaald, is er weer sprake van ‘vijanden van het volk’, ‘buitenlandse agenten’ en andere Sovjetretoriek, en worden tegenstanders van het regime weer in showprocessen veroordeeld en naar strafkampen verbannen. Stalin geldt weer als een van de belangrijke historische figuren uit de Russische geschiedenis, en elementen uit de cultus rond Stalin keren terug in de beeldvorming rond Poetin.

In the Wake of Stalin toont in een collage van propagandabeelden uit de jaren dertig, archiefbeelden en interviews met deskundigen en overlevenden van de goelags, hoezeer de stalinistische terreur in Rusland in het vergeetboek is geraakt. Of is er sprake van verdringing en geheugenverlies? Een verwerking en veroordeling van het duistere verleden blijft daardoor uit, met als gevolg dat Stalins geest blijft rondwaren en burgerlijke vrijheden en democratische ontwikkelingen niet op waarde worden geschat en juist verdacht worden gemaakt.

Pas wanneer de staat de verantwoordelijkheid neemt voor de terreur uit het verleden kan een nieuw Rusland worden opgebouwd, zegt historicus Arseni Roginski, directeur van Memorial die vier jaar vastzat omdat hij zonder toestemming in de archieven was gedoken.

Indrukwekkend is het getuigenis van de oudste overlevende van de Goelag, Pavel Galitsky (102). Hij maakte de hongersnood van 1921 mee, was getuige van kannibalisme en dacht toen nog dat het niet erger kon. Toen moest de Grote Terreur onder Stalin nog komen. Galitsky overleefde zeventien jaar Goelag.

Officiële gedenktekens voor de miljoenen slachtoffers van de terreur zijn nergens te vinden. Alleen een stuk rots bij de voormalige Loebjanka-gevangenis in Moskou, waar de geheime diensten de staatsterreur organiseerden, zou moeten herinneren aan de miljoenen slachtoffers.

Optimisme

Typerend voor de soms onbegrijpelijke Russische logica is een uitspraak van professor Sergei Karaganov, Kremlinadviseur, die in de film een wet die Stalins wandaden expliciet veroordeelt weliswaar zegt te steunen, maar er meteen aan toevoegt dat hij de president niet is. En als hij dat wel was, dan zou hij die wet niet tekenen. Een dergelijke, openlijk beleden schizofrenie is in Rusland geen uitzondering en wijst op het krediet dat de sterke man automatisch wordt toebedeeld.

‘Toch denk ik dat over tien jaar een hoop veranderd is,’ zei Johnson vorig jaar november toen zijn documentaire tijdens het Idfa te zien was. ‘Door internet en druk van buitenaf kan Poetins beleid niet lang meer duren.’ Optimisme is volgens hem noodzaak. Johnson refereerde aan de journalist en schrijver Vasili Grossman, bekend van Een schrijver in oorlog en Leven en lot, die zelf zwaar geleden heeft onder het stalinisme en in 1963 voorspelde dat er eens vrijheid zal zijn in Rusland.

Inmiddels lijkt Poetin de touwtjes steviger dan ooit in handen te hebben. Johnson is ondanks alles optmistisch: ‘Straks heeft Poetin te maken met een enorme middenklasse, die kun je niet eenvoudig onderdrukken. Bovendien is er geen terreur meer, geen totalitaire staat. Er is een democratische grondwet, en ook al houdt niemand zich eraan, toch is dat winst.’