bloed aan de paal

gastbijdrage van Eric Visser - Children Asking International ,

Het WK voetbal in Brazilië heeft al verliezers voor het begonnen is: de inwoners van krottenwijken. Eric Visser beschrijft zijn ontmoetingen met 'Paloma', een jong meisje dat haar lichaam verkoopt om aan drugs te komen.

In "Cracolândia", een gebied in het centrum van São Paulo, leven honderden meisjes als Paloma.

2010 (FIFA Secretaris-generaal Jerome Valcke vraagt zich openlijk af of
Brazilië zich wel voldoende inspant bij de voorbereidingen voor de WK.)

In het begin kwam Paloma slechts een paar keer in de week naar het snacktentje tegenover het ziekenhuis. ’s Avonds, als het donker was en de gewone mensen lagen te slapen, kwam ze tevoorschijn en verkleedde zich achter het kleine, uit triplex opgetrokken vehikel. Haar niet al te schone short maakte dan plaats voor een al even smerig rokje dat maar net lang genoeg was om haar slipje te verbergen.

Als ze klaar was en ze haar - als gevolg van chronische ondervoeding en drugsgebruik - veel te kleine borstjes tot boven de rand van haar truitje had opgestuwd, kwam het vijftienjarige meisje tevoorschijn. Ondertussen had haar vriendin, de uitbaatster van deze niet al te luxueuze eetgelegenheid, de toegang tot de ruimte tussen haar caravan en de daar achterliggende blinde muur als een leeuwenmoeder bewaakt.

Gezamenlijk wachtten ze dan op de eerste klant. De uitbaatster op een hongerige buspassagier of een terugkerende bezoeker van de eerstehulppost aan de overkant, het meisje op een eenzame automobilist die bereid was om haar, in ruil voor wat seks, geld voor drugs te verschaffen.

Intussen doodden ze de tijd. Paloma voor zich uit starend en haar vriendin steevast in een Bijbel lezend die opengevouwen schuin voor haar op de toonbank lag. Wat ze het liefst las? Ik vermoedde de Psalmen, want hij lag bijna altijd ergens in het midden opengeslagen.

Niet lang na de ontdekking van de zorgvuldig geheimgehouden werkplek van mijn ex-buurmeisje zag ik dat ze over een motorfiets gebukt stond. Ze probeerde het loodzware ding overeind te krijgen. De op de grond liggende eigenaar ontwaarde ik pas toen het haar gelukt was en ze probeerde er met de motor vandoor te gaan. Hij sprong op, duwde tegen de wegrijdende dievegge en heroverde zijn eigendom.

Terwijl hij gierend wegstoof, sprong één van de altijd goed verborgen, maar permanent aanwezige drugsdealers naar voren, richtte een revolver en vuurde. Schoten knalden. Scherper en korter dan het vuurwerk dat hier tijdens voetbalwedstrijden wordt afgestoken. Het deed me denken aan het klappertjespistool waar ik als kind mee speelde wanneer ik, als cowboy verkleed, scalperende indianen uit de straat van een Rotterdamse middenstandswijk wilde verdrijven. Alleen harder. Ook was er destijds niet het zoevende geluid waarmee de kogels langs mijn oren vlogen.

2011 (Nederland wint van San Marino met 11-0)

Paloma kwam inmiddels iedere avond naar het snacktentje. Het was snel bergafwaarts gegaan met haar. En eerlijk gezegd, dat was lang niet allemaal haar eigen schuld. Kort nadat de FIFA bekend gemaakt had dat Brazilië het WK van 2014 zou mogen organiseren, had het stadsbestuur van São Paulo in een vlaag van buitengewone voortvarendheid tot een gigantische cosmetische operatie besloten.

Alle favela’s moesten uit het zicht verdwijnen. Brazilië kon, als opkomende economie, wel een beter visitekaartje gebruiken dan de duizenden krottenwijken die vooral langs de oevers van de rivier de Tietê gebouwd waren. 'Vóór 2014 moet de hele oever schoon zijn,' was het decreet. Wat er met de bewoners moest gebeuren? Daar maakte men zich niet zo heel erg veel zorgen over. 'Een oprotpremie en vervolgens zoeken die wel weer een ander krot op.' Dat is natuurlijk wel aardig bedacht, maar hoe krijg je die duizenden mensen zonder geweld uit de krotjes waar ze vaak al generaties lang in bivakkeren? Op relletjes en negatieve publiciteit zat het stadsbestuur natuurlijk ook weer niet te wachten.

Of het geluk het stadsbestuur in de schoot viel of dat men het een handje geholpen heeft, zal wel altijd een raadsel blijven, maar hoe dan ook, in één van de grootste favela’s van São Paulo, Ticatira, brak kort na dit besluit brand uit. Driekwart van de houten hutjes gingen in vlammen op. De klaarstaande bulldozers ruimden de volgende dag de rest op.

Bij het huisje van Paloma ging het iets anders. Tijdens een periode van heftige regenval kwamen kilometers rivieroever blank te staan. Het water kwam tot heuphoogte in de huizen en een jongetje uit de buurt kwam hier bij om het leven. Boze tongen beweerden toen dat men met opzet vergeten was een barrage te sluiten. Of dat waar is, of dat ook hier sprake is van een complottheorie; wie zal het zeggen? Maar ook nu stond de overheid klaar met een oprotpremie en bulldozers. Voor het sociaal toch al zwakke gezin van Paloma betekende het WK 2014 het definitieve einde.

Aanvankelijk bij buren en kennissen onderdak vragend, raakte ze al gauw aan het zwerven. Ging het in de tijd dat ze bij mij op het stoepje zat alleen nog maar om een sigaretje, het was te voorspellen dat marihuana, cocaïne en uiteindelijk crack niet lang op zich zouden laten wachten. Halverwege 2010 hoorde ik van een vriendinnetje hoe het met haar gesteld was. Of het nu buitengewone slimheid, puur geluk of de leiding van een hogere macht was, ik weet het niet, maar een jaar geleden kwam ze op een avond naar het tentje waar ik net een zeemleren hamburger trachtte te verorberen.

Ik raakte in de loop van dat jaar bevriend met de eigenaresse van de snacktent. Niet dat de kwaliteit van haar handel daar aanleiding toe gaf, maar het feit dat zij als een soort moeder waakte over een legertje drugsprostituees, travestieten en ander ongeregeld volk en dat ze daarbij op haar tot lectuurtafel omgetoverde toonbank een Bijbel had liggen, sprak me erg aan.

Tijdens een van mijn volgende bezoeken zag ik wat ze die avond had zitten lezen. Haar Bijbel lag open bij Mattheüs, hoofdstuk zeven. Ik las: 'Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt; want met het oordeel, waarmede gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden, en met de maat, waarmede gij meet, zal u gemeten worden. Wat ziet gij de splinter in het oog van uw broeder, maar de balk in uw eigen oog bemerkt gij niet? Hoe zult gij dan tot uw broeder zeggen: Laat mij de splinter uit uw oog wegdoen, terwijl, zie, de balk in uw oog is? Huichelaar, doe eerst de balk uit uw oog weg, dan zult gij scherp kunnen zien om de splinter uit het oog van uw broeder weg te doen.'

2012 (Nederland verslaat Turkije, Hongarije, Andorra, Roemenië en
Estland)

Niet lang na dit voorval ben ik op zoek gegaan naar een opvanghuis waar ik Paloma zou kunnen laten opnemen. Dat was op zich niet eens zo moeilijk. Mijn grootste probleem was echter: 'hoe krijg ik haar zo ver daar ook daadwerkelijk heen te gaan'. Daarvoor moest ik apart en buiten het wereldje van dealers en gebruikers met haar kunnen praten. Maar hoe? Ik wist wel waar ze werkte, maar ik had geen idee waar ze bivakkeerde.

'Weet jij waar Paloma woont?' Verbaasd over het feit dat ik hem aansprak, maar vooral argwanend keek de jongeman mij aan. 'Welke Paloma? Hoe ziet ze er uit?' Ik gaf hem een beschrijving van een mager spichtig meisje. 'Ah, a novinha, het kleintje,' riep hij uit. 'Waarom wil je dat weten?' Ik besloot geen smoes te verzinnen maar recht voor de waarheid uit te komen. 'Ze is een vriendin en ik wil haar helpen.'

Intussen was er een oploopje ontstaan voor het krotje dat op de rand van een stinkend riool was gebouwd en van waaruit een levendige handel in verboden middelen werd gedreven. Dealers en gebruikers verdrongen zich rond mijn half geopende autoraampje. Overdag is het al bloedlink om hier te komen, ’s nachts staat het echter bijna gelijk aan een redelijk succesvolle zelfmoordpoging.

Even bekroop me dan ook de vrees dat mijn poging Paloma te helpen wel eens fataal zou kunnen aflopen. Ik zag mezelf al beroofd en vermoord in het wrak van een uitgebrande auto liggen, waar de politie mij dan de volgende ochtend zou vinden. Een collegaatje pakte kordaat de rechter portierkruk en wilde die opentrekken. 'Ik breng je er wel naar toe, ze is een vriendin en we wonen in hetzelfde huis.'

In een flits moest ik beslissen of ik de deur van de vergrendeling moest halen of niet. Kon ik haar vertrouwen? Eigenlijk had ik geen keus. Ik had a gezegd en moest nu ook doorgaan. Keurig en zonder mij in verlegenheid te brengen of te beroven, werd ik naar een vervallen en stinkend krot gebracht. En daar lag ze. Roepen en bonken had geen enkele zin. Paloma was in een zware roes en absoluut niet aanspreekbaar.

Die avond heb ik het vertrouwen van de locale drugsscene gewonnen. Misschien was het omdat ze begrepen dat ik hen niet veroordeelde en ook niet echt bang was dat ik de volgende dag niet dood in een autowrak ben gevonden. Het resultaat was in ieder geval dat ik nu wist waar ze woonde. Een paar dagen later stond ik om elf uur ’s morgens bij Paloma op de stoep.

'Ik heb een ontwenningskliniek voor je gevonden waar je, als je wilt, kan worden opgenomen.' Het meisje dat jaren bij mij in de straat had gespeeld, keek me aan en begon te huilen. 'Ja, natuurlijk wil ik dat.' We praatten wat, haalden herinneringen op en spraken af dat ik haar de volgende dag zou ophalen en wegbrengen. Die volgende dag was ze er echter niet en de dagen daarop verscheen ze en verdween ze weer met de steevaste smoes: 'Kom me morgen maar ophalen.'

Uiteindelijk ben ik naar een buurvrouw gegaan. Daar heb ik mijn telefoonnummer achtergelaten met de boodschap: 'Als ze echt aan het eind van haar Latijn is, kan ze me bellen, dan breng ik haar naar een afkickcenter. Eerder niet. Ze moet er zelf voor kiezen.'

2013 (Twee doden bij de bouw van de Arena Corinthians in São Paulo. Men vraagt zich af of dit door corruptie geteisterde stadion nog wel op tijd af komt)

'Heb je het al gehoord?' Ik was op weg naar het winkelcentrum toen een al even spichtig en mager meisje als Paloma mij aanhield. 'Wat is er aan de hand?' 'Paloma is gisteravond doodgeschoten.' 'Wat?' schreeuwde ik. 'Dat kan niet waar zijn.' 'Ja hoor. Het is echt waar. Gisteravond heeft ze geprobeerd een klant van zijn auto te beroven. Toen is er geschoten.'

Verbijsterd hoorde ik het tragische relaas aan. De verhalen van drugsverslaafden gaan echter over het algemeen iets sneller dan de waarheid. Bij navraag bleek het verhaal wel te kloppen alleen met dit verschil dat zij het ook deze keer weer overleefd had. Ze schijnt voor haar leven te hebben gerend. Voorlopig zat ze als een bang haasje weggedoken in een schuilplaats.

2014 (Op donderdag 12 juni wordt in Sao Paulo de openingswedstrijd Brazilië – Kroatië gespeeld)

Tot nu toe heeft Paloma de dans weten te ontspringen en tot twee keer toe heb ik haar tevergeefs in een afkickkliniek kunnen plaatsen. Het blijft echter de vraag of ze het WK zal overleven. Bedenk hierbij dat zij slechts één van de tientallen verslaafden is die bij mij om de hoek wonen. In het centrum van São Paulo, een gebied dat bekend staat onder de naam “Cracolândia” leven nog eens duizenden Paloma’s. Die worden deze dagen ter gelegenheid van het WK met een grote schoonmaakactie opgepakt en afgevoerd.

Opgesloten in kampen in het binnenland, waar geen journalist ze te zien krijgt, wachten ze, verstoken van de drugs waar ze van afhankelijk zijn, tot de wereld haar voetbalfeestje achter de rug heeft. Hoe die kampen er uit zullen zien, laat zich raden. Brazilië zal er tijdens het WK echter schoon en opgeruimd bijliggen. Reken daar maar op.

Verantwoording
Dit verhaal berust op waarheid. Niets is verzonnen en slechts de naam van de hoofdpersoon heb ik om privacyredenen veranderd.

Eric Visser werkt voor Children Asking, een Christelijke organisatie die zich sinds 2002 inzet om kinderen een alternatief te bieden voor de wereld van geweld, drugs en prostitutie waarin ze onvrijwillig gevangen zitten.