verbonden door het lot

Gülhan Demirci ,

Geen vpro-reisserie op zes zondagen vanaf 22 maart, maar de documentaire roadmovie Bloedbroeders (vara). Over de 'Armeense kwestie' in Turkije.

Bloedbroeders

Sinan Can, een journalist van Turkse komaf (o.a. van het prijswinnende Uitgezet) en Ara Halici, acteur en musicalster met Armeense voorouders uit Turkije hebben voor de zesdelige serie Bloedbroeders voor een politiek en emotioneel beladen onderwerp gekozen: de ‘Armeense kwestie’.

Samen gaan ze op reis. Zes weken lang op zoek naar spoken uit het verleden en hopelijk verzoening in de toekomst. Uitgangspunt is om ‘voor henzelf en voor iedereen het ultieme overtuigende antwoord te vinden op de vraag die nu al honderd jaar heeft geleid tot verdriet, angst, haat, geweld en wantrouwen: is er door de Ottomaanse regering doelbewust genocide gepleegd op de Armeniërs? En zo ja, hoe heeft dat kunnen gebeuren’.

Zijn de massamoorden op Armeniërs in 1915 wel of geen genocide? Voor Armeniërs is alleen al de vraag stellen een belediging. Het land is ervan doordrenkt. Al jarenlang ijveren Armeniërs, vooral in de diaspora, voor erkenning ervan. Turken houden het bij voorkeur op ‘een vermeende genocide’, terwijl voor velen het noemen van het g-woord al te ver gaat. Doe dat in Turkije en je kunt zomaar aangeklaagd worden wegens ‘belediging van de Turkse identiteit’. Of erger nog: het met de dood bekopen. Zoals Hrant Dink overkwam, de Turks-Armeense journalist die in 2007 werd neergeschoten.

Voor het programma kenden Halici en San elkaar niet. Van zijn Armeense geschiedenis had Halici eigenlijk ook helemaal geen idee. Hij ging er helemaal blanco in. Can wist wel van ‘de Armeense kwestie’, de oorlog. Zijn opa had het altijd over het Armeense verraad. Erzincan, waar zijn ouders vandaan komen, was ooit een Armeense stad. Maar eigenlijk had hij zich nooit zo verdiept in de discussie. Can: ‘Voor de serie besloot ik om naar de Turkse motieven te kijken. Wat is hun perspectief. Ara heeft zich vooral verdiept in de Armeense kant. Door elkaars ogen proberen we elkaar te begrijpen.’

Dat zeer verschillende perspectief blijkt duidelijk. Als Can Halici meeneemt naar het militair museum in Istanbul (Turkije) om te laten zien dat er ook veel Turken door Armeense milities zijn omgekomen, ziet Halici ‘een kamer waar haat gezaaid wordt’. Andersom ziet Can tijdens de herdenkingen in Jerevan (Armenië) een ‘mars van de haat aan zich voorbij trekken’, terwijl het voor Ara een enorm gevoel van verbondenheid teweeg brengt.

Terwijl Halici gaandeweg steeds meer zijn Armeense identiteit omarmt en zich vereenzelvigt met het lot van de Armeniërs, begint Can juist te twijfelen of het wel een genocide was.
Bloedbroeders weet door de opzet van een roadmovie en het persoonlijke element onbespreekbare problemen bespreekbaar te maken.

Eigenlijk zou deze serie behalve hier ook in Turkije en Armenië uitgezonden moeten worden.