filmjaar 2016

'Wat wij doen is geen papegaaienwerk'

Stemregisseur Arnold Gelderman over Het Vak

Gerhard Busch ,

Zo'n tien jaar geleden lukte het met Disney's The Lion King nog niet, nu met Finding Nemo wel: de film wordt vertoond op het Nederlands Filmfestival in Utrecht (25 sept t/m 3 okt). In de Nederlandstalige versie welteverstaan, want - zo oordeelt de festivalleiding nu - door de nasynchronisatie werd de animatiefilm ook een beetje Nederlands.

Arnold Gelderman (1938), de stem van Scar in De Leeuwenkoning en regisseur van de Nederlandstalige versies van zowel The Lion King als Finding Nemo, kan zich met enige ironie nog steeds boos maken over de opvallende omslag in de aandacht voor stemregie.

'Het zal wel iets te maken hebben met het feit dat ze zien dat in Hollywood steeds meer filmsterren het doen. Denk aan Tom Hanks in Toy Story, Brad Pitt in Sinbad, of Cameron Diaz in Shrek. Ik word nu gebeld door acteurs die vragen of ik werk voor ze heb. Dezelfde acteurs die vroeger, toen ik hén belde, zeiden dat dergelijk werk beneden hun stand was. Ze bellen me en zeggen dat ze ook een stemmetje willen komen doen. Maar daar moet je bij mij niet mee aankomen. Dan zeg ik altijd: Nee, bij mij mag je komen ac-te -ren, en als het kan synchroon. Dat is Arnolds filosofie.'

Bepaalt de stemregisseur wie welke rol krijgt?
'Er zijn veel mensen, ik denk wel eens té veel mensen betrokken bij de casting. Ik begrijp het wel, de pr-jongens willen net als in Hollywood een populaire ster, een bekende Nederlander. Maar dat zijn niet altijd de beste acteurs. Dat wordt dus geven en nemen, en dan ben je er nog niet, want je moet nog langs het hoofd character voices van de studio in Amerika. Die wil in volgorde van mijn preferentie drie stemmen horen. In 95% van de gevallen volgen ze je wel, maar ze kunnen ook voorstellen afwijzen.
Neem de geest in Aladdin. Die wordt in de originele versie gespeeld door Robin Williams. En het frappante is, toen ik de Engelse versie zag moest ik gelijk aan Pierre Bokma denken. Let wel: ik zág hem in die rol, ik hoorde hem nog niet eens praten, dat kwam pas in tweede instantie. Het kostte me al de nodige moeite om de mensen van Disney-Nederland te overtuigen. Die kenden hem alleen als Shakespeare-acteur uit het theater. Ik legde uit dat ik niet die Bokma wilde, ik wilde de Pierre Bokma met wie ik wel eens een pilsje dronk in De Smoeshaan, waar hij zijn collega's nadeed.
Ik stuur uiteindelijk Bokma's stem, als enige, naar Amerika en wordt even later gebeld door Blake Todd, de stemmenbaas van Disney. Not approved... Waarop ik zei: Blake, ik weet het goed gemaakt. Ik doe Aladdin met Pierre Bokma of ik regisseer niet.
Toen werd het even stil, gevolgd door: Allright Arnold, but it's your funeral. En goddank deed Pierre het fantastisch. Heel anders dan Robin Williams, maar dat moet ook wel. In de originele versie doet Williams onder anderen Robert de Niro uit Taxi Driver na. Dat kunnen wij niet zomaar overnemen. Dus besloot ik, hier doen we het vieze mannetje van Kees van Kooten.
Met andere woorden: wat wij doen is geen papegaaienwerk. Je vertaalt de Engelstalige versie niet, je adapteert.'

Is het makkelijker geworden om de mensen te krijgen die u hebben wil?
'Over het algemeen wel. Soms zijn de acteurs die je wilt op vakantie, soms willen ze niet, maar meestal doen ze het graag. Het vinden van de juiste acteurs is het echte probleem. Zo had ik bij Finding Nemo grote moeite om de kleine Nemo te vinden. We zochten een jochie van een jaar of zeven, acht. Vroeger werden die stemmen nog wel eens door vrouwen gedaan, maar dat hoor je meteen. In seriewerk kan dat nog net, maar in een grote film echt niet.
In Amerika zeiden ze dat ik beter een jongen van een jaar of tien kon nemen, omdat die al goed kan lezen. Die heb ik ook wel in de studio gehad, maar dat was het toch net niet helemaal. Kom ik op een gegeven moment bij mijn dochter thuis en hoor haar zoontje Jasper. En verdomd, dat was Nemo. Hij is pas zes, maar wel heel gis, want hij mag een klas overslaan. Ik doe een auditie, stuur zijn stem op naar Amerika en daar zijn ze ook enthousiast. En hij is het geworden.'

Is het lastig kinderen te regisseren?
'Kinderen neem je op schoot of je gaat er naast zitten. Wanneer ze moeten beginnen geef je ze een tikje op de schouder, want je kan niet zeggen: Ja nu! Kinderen reageren namelijk veel sneller dan volwassenen en beginnen al als ze de 'j' horen, en dan kan ik de '..a nu!' er niet meer uitknippen. Het allermoeilijkst is het om ze op commando te laten lachen. Of ze zich nou generen of er gewoon geen zin in hebben? Ik ga wel eens als clown vermomd naar de studio en lig dan onder tafel rare bekken te trekken. Of je gaat kietelen. Meestal neem je banden vol lachen op, zodat je dat later kan gebruiken.'

En volwassenen?
'Ik kies acteurs op persoonlijkheid . Ik ben klassiek opgevoed en de beroemde filosoof Plato heeft eens gezegd: Spreek, opdat ik u ken. Met andere woorden: je stem is de spiegel van je ziel. Daar zit wat in. Ik verwacht van mijn acteurs dan ook dat er echt geacteerd wordt. Geen rare stemmetjes. Voordat we beginnen gaan we even apart zitten en spreken we de rol door. Kiezen we een kleur waarin we gaan spelen. Als we die gevonden hebben beginnen de opnamen. Een film heeft vaak vijf of zes aktes, en voor de grote rollen gaan we achteraf altijd nog even terug naar de eerste akte , prikken daar nog wat zinnen, omdat de auto toen nog aan het inrijden was.
Mensen hebben vaak geen idee wat wij hier doen, omdat het zich allemaal achter de schermen afspeelt. Maar als ik je nou vertel dat we voor Finding Nemo, een film van 90 minuten, twintig dagen in de studio zitten, van negen tot zes en ook wel eens 's avonds. De goegemeente denkt: O, dat spreek je zo in. Maar zo werkt het niet. Je acteert. Alleen met een koptelefoon op en een microfoon voor je smoel.'

Negentig minuten in twintig dagen, dat is iets meer dan vier minuten film per dag.
'Weet je dat ik het nog nooit zo bekeken heb.'

Waar zijn jullie dan de hele dag me bezig?
'Luisteren en kijken of het synchroon is. En ook luisteren zonder beeld, met je rug naar het scherm. En als het niet goed is, opnieuw. Soms moeten we wachten tot take 16, soms tot take 24 . Ben ik tevreden, dan roep ik: "Koop ik!" Daarom noemen ze me ook wel Arnold Koopik.'

En wanneer koopt u het?
'Iets zegt ja, maar wat dat is kan ik je niet uitleggen. Het gaat erom dat ik je geloof. Daar heb je Plato weer: Spreek opdat ik u ken.'

Het is meer: Spreek, opdat ik u gelóóf.
' Wacht even. Spreek goed... nee, Speel goed, opdat ik u geloof. Dat is het. Hé leuk, dankjewel.'

Hoe word je eigenlijk stemregisseur?
'Daar rol je in. In was eind jaren zeventig de slang Ka en een van de gieren in Jungleboek. Ik deed wat voorstellen aan regisseur Harry Geelen, een briljante man overigens , en toevallig was er op dat moment net een producent in de studio. Die vroeg me voor een volgend project en van het een kwam het ander. Ik deed toen nog veel aan FIlm en toneel, maar bevond me juist in een periode - ieder zijn waarheid - waarin het toneel niet aan mijn eisen voldeed, zodat stemregie al snel de overhand kreeg.
Op een gegeven moment had ik zo veel Disneyfilms gedaan dat ik in de wandelgangen Mr Disney werd genoemd. Ik doe nog steeds veel voor Disney, maar ook voor concurrent Dream Works, het bedrijf van Steven Spielberg, Jeffrey Katzenberg en David Geffen. Ik weet nog dat ik hun Shrek zag en dacht: Dit is het einde van levende acteurs. Later las ik dat Eddie Murphy, die de ezel speelt, precies hetzelfde had gezegd. Wist je dat de prinses in Shrek aanvankelijk zo levensecht was dat Jeffrey Katzenberg ingreep? De computerjongens moesten haar minder menselijk maken. Begrijpelijk, want ze was zo goed gedaan dat je als kijker dacht: Hé, die wil ik wel even in de kont knijpen.
Voor Dream Works ben ik sinds een jaar of vijf ook supervisor nasynchronisatie Europa. Ik doe alle grote dublanden: Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje. En niet alleen animatie, ook de live-actionfilms. De Fransen zijn de beste. De Duitsers zijn ook heel goed - alleen in Berlijn werken al 5000 nasynchronisatie-acteurs, mind you -, maar daar maken ze de grote fout dat ze te synchroongericht zijn. Ze gebruiken veel te veel woorden om maar elke beweging van de lippen te volgen. Bij romantische scènes moet je juist langzaam praten, maar in Duitsland stoppen ze zo'n moment vol woorden, waardoor alle sfeer verstoord wordt.
Ik sta helemaal achter het nasynchroniseren van jeugd- en familiefilms, maar de rest hoeft van mij niet zo. Ik weet van een Duitse reclamespot met John Cleese. Met veel moeite hadden ze hem zo gek gekregen dat hij anderhalve zin in het Duits zegt. Komt Cleese een maand of tien later naar Berlijn, ligt in zijn hotelkamer en ziet de commercial. Hadden ze tóch de Duitse acteur genomen die altijd John Cleese deed. Want uit tests was gebleken dat het Duitse publiek van de originele versie dacht: Dit is John Cleese niet!'