filmjaar 2016

Absurditeit, radeloosheid, willekeur

Interview met Yoav Shamir

Gerhard Busch ,

Meer dan tweehonderd Israëlische wegversperringen zijn er in de Bezette Gebieden, de Gaza-strook en de West Bank. Over een periode van twee jaar (van 2001 tot 2003) filmde Yoav Shamir de dagelijkse gang van zaken bij veertig van die militaire controleposten.

Uiteindelijk koos Shamir voor zijn documentaire Checkpoint zes wegversperringen uit, opdat de kijker het overzicht niet zou verliezen. En dus keren we terug naar steeds dezelfde desolate posten bij Jenin of Nablus, en naar steeds dezelfde soldaten. Zo zijn we getuige van een Palestijnse boer die met een ziek kind naar het ziekenhuis in de stad wil, en een schoolbus vol kinderen , die nog maar moeten afwachten of ze deze dag wel les zullen krijgen. Want zonder pasje of de juiste papieren maak je weinig kans. De soldaten die moeten bepalen of de Palestijnen mogen passeren ogen stuk voor stuk erg jong.

' Niet een is ouder dan 21 jaar,' laat Shamir telefonisch vanuit Tel Aviv weten. De nu 33-jarige regisseur, die zich omschrijft als 'links, maar ook Israëliër', was ooit zelf onder de wapenen. In 1998. Hem viel toen op dat beide kampen elkaar niet langer als mensen zien. En dat hij in die periode veel agressie opbouwde.'Vraag maar aan mijn vriendin.'

Die agressie zit ook in zijn film, maar minder dan je zou verwachten na het lezen van de horrorverhalen die je op het internet kan vinden. Neem deze: opgewonden Palestijnse man van zwangere vrouw met complicaties wordt door Israëlische soldaten in elkaar geslagen, vrouw zelf wordt aan haar lot overgelaten.

'Ik ken de verhalen van het internet,' zegt Shamir, 'maar feit is dat er zelden Palestijnen worden mishandeld, en dat ze zich ook hoogst zelden willen opblazen. Ik wilde in mijn film de absurditeit van alledag tonen, het eindeloze wachten, de vernederingen, de radeloosheid en de willekeur.'

Uit de film blijkt goed hoeveel verschil het maakt welke soldaat de beslissingen neemt. De een laat een aanstaande bruidegom passeren, want: 'Wat moest ik anders, die man gaat trouwen ', terwijl een ander op de mededeling dat iemands vader zojuist is overleden reageert met 'Nou en, wat heb ik daar mee te maken.'

Het sterke van Checkpoint, die geselecteerd is voor de VPRO Joris Ivens Award, is dat hij de kijker midden in de actie plaatst. 'In tegenstelling tot wat je misschien zou verwachten zijn de controleposten geen verboden militaire objecten. Ik kon daar gewoon filmen. Meestal krijg je wel iemand mee, maar omdat ik toen ik begon nog op de filmacademie zat en zei dat het om een afstudeerproject ging, lieten de autoriteiten mij met rust. Het was overigens niet eenvoudig het vertrouwen van de soldaten te winnen. Ik heb er dagen, weken doorgebracht voordat ik met filmen begon. Aanvankelijk dachten ze dat ik door de militaire top was gestuurd om te kijken of ze hun werk wel goed deden. Maar de argwaan ging snel voorbij, en uiteindelijk zagen ze me als een van hen.'

Voor Checkpoint heeft Shamir dat gewonnen vertrouwen moeten beschamen. Want hoewel het geen politiek pamflet mocht worden - en ook niet ís geworden -, is duidelijk dat de maker het bestaan van de wegversperringen afkeurt en grote vraagtekens plaatst bij het optreden van de Israëlische soldaten. De film, die zijn wereldpremière in Amsterdam beleeft, zal hij dan ook niet
eerst aan de geportretteerde soldaten tonen : 'Ik zou niet durven.'