filmjaar 2016

Een beetje kunst en familiebanden

Interview met Edgar Reitz over Heimat 3

Maarten van Bracht ,

Uit Heimat, de kroniek van een dorp op de Hunsrück, maakte Hermann Simon zich los om in München volwassen te worden: Die zweite Heimat. Nu dient zich het slotakkoord aan, Heimat 3, waarmee regisseur Edgar Reitz de kroon op zijn levenswerk zet. We nemen afscheid van Schabbach en de Hunsrück; de queeste naar een nieuwe Heimat kan beginnen.

Edgar Reitz, 72, heeft de Nederlandse première van Heimat 3 en bijkomende verplichtingen goed doorstaan. Rijzig, met waakzame blik, steeds geconcentreerd , neemt hij in het Amsterdamse Goethe-Instituut de tijd om ook de zoveelste vraag uitvoerig te beantwoorden. Hier spreekt een Altmeister, een filmmaker en docent met cultuurfilosofische inslag, bij wie particuliere opvattingen schuilgaan achter algemene formuleringen. De inleidende vraag of hij het niet jammer vindt in Nederland steeds vaker Engels te moeten spreken ontlokt hem meteen een klein college: 'Hoe moeten Europeanen met elkaar communiceren? We hebben een gezamenlijke taal nodig, een extra taal. Maar wat politici ook afspreken, het pleit is al beslecht: het Engels heeft gewonnen, ofschoon het eigenlijk geen Europese taal is, maar een wereldtaal, de taal van een gewezen koloniale wereldmacht. Dus als we in Europa Engels spreken, zegt dat nog niets over waar de grenzen van Europa liggen, dat besef gaat dan ook verloren. Maar goed, er valt weinig aan teveranderen. Men moet praktisch blijven. Ooit was Latijn de Europese voertaal, al waren er toen maar weinig geletterden. Met Latijn kon Erasmus nog overal in Europa terecht.'

Heimat 3 begint. Hermann en Clarissa hebben elkaar 17 jaar niet gezien, maar de zaak is in recordtijd beklonken: Ze praten elkaar even bij, gaan met elkaar naar bed en vertrekken nog dezelfde nacht richting Hunsrück, op zoek naar een vervallen vakwerkhuis waarop Clarissa al eerder een oogje had laten vallen. Heeft u de kijker met opzet overrompeld om maar meteen met het verhaal te kunnen beginnen?
Edgar Reitz: 'Als je goed kijkt zie je dat bij hun aankomst op de Hunsrück overal vuren branden, want het is Sint-Maarten, 11 november. Maar ze ontmoetten elkaar op 9 november, de dag waarop de Muur viel. Dus je kunt je afvragen, wat hebben die twee dan op de 10de gedaan? Nu, ik heb ongeveer een uur besteed aan die 10de november, maar dat materiaal is niet in de film gekomen. Daarin laat ik Reinhold, Hermanns assistent die de hele nacht naar hem op zoek is geweest, het liefdespaar bijpraten over de actuele gebeurtenissen, hoewel die twee het al een beetje op tv hadden gevolgd. Reinhold heeft dan al een spontaan concert georganiseerd met musici uit Oost- en West-Duitsland. Op het programma staat Beethovens Negende, met Hermann als dirigent en Clarissa als sopraan. Ze zijn de hele dag bezig met instuderen en met elkaar kennismaken. 's Avonds zit bij het concert een overgelukkige Willy Brandt in de zaal, die met de val van de Muur zijn politieke werk bekroond ziet. Na het concert komen Hermann en Clarissa nader tot elkaar en besluiten hun verdere leven te delen. Had ik al dit materiaal gebruikt, dan zouden die twee pas aan het eind van deel 1 op de Hunsrück zijn gearriveerd. En ik mocht maar zes delen maken. Vandaar die bliksemstart, in de hoop dat de stormachtige historische gebeurtenissen ook gespiegeld worden in het gedrag van Hermann en Clarissa. Overigens ben ik nu al bezig met een film waarin het niet gebruikte materiaal alsnog wordt verwerkt.
Heimat 3 heeft een lange ontstaansgeschiedenis. Ik heb zeven jaar aan de film gewerkt, met veel discussie over mogelijke zijwegen en alternatieven.'

In Heimat 3 zit veel Duitse mythologie. Het Günderrode-Haus verwijst naar een romantische dichteres die in die omgeving zelfmoord pleegde, het Loreley-motief staat voor verlokking en onheil, en dan de Nibelungen-schat die in de Rijn zou zijn verdwenen. Moet de Nederlandse kijker daar iets van weten of is het zo ook goed te volgen?
'Een beetje voorkennis kan natuurlijk geen kwaad, maar het is geen voorwaarde. Ook bij het Duitse publiek mag ik trouwens niet te veel bekend veronderstellen; Beieren bijvoorbeeld is veel verder verwijderd van het Rijndal, de "romantische Straße" dan Nederland! En de Rijn stroomt door Duitsland én Nederland, via die rivier hebben beide naties van oudsher contact, en mythen en sprookjes daaromtrent vind je bij beide volken terug. Het is niet erg als je niet weet wat die Nibelungen-schat ook weer inhield. De kijker snapt hoop ik zo ook wel dat het een bijzonder en spannend verhaal is.'

Het Günderrode-huis langs de Rijn wordt opgetrokken door bouwvakkers uit Oost- Duitsland. Waarom krijgen ze zwart uitbetaald?
'Ha, daar moet geen misverstand over ontstaan. Volgens de West-Duitse wetgeving waren de Oost- Duitsers ook Duits staatsburger, met recht op arbeid, een werkvergunning als ze naar het westen kwamen. Maar de wet schreef anno 1990 nog niet voor dat Oost- Duitsers dan ook premies moeten afdragen. Ze hoefden dus - dat heeft een jaar geduurd - geen belasting te betalen. Zo konden ze aardig wat verdienen. Dus geen zwart werk, maar werk dat niet verboden was.'

U heeft een voorliefde voor dialecten. Natuurlijk het Hunsrück-'Platt', in Die zweite Heimat wordt veel Beiers geklept en in Heimat 3 klinkt ook de Saksische tongval. In Nederland heeft dialect een geringe status.
'Duitsland is heel lang een grote lappendeken van allerlei vorstendommen gebleven, dus geen verenigde natie. Beieren, een enorm gebied, was tot laat in de 19de eeuw een koninkrijk. Miljoenen mensen spreken Beiers, het is vanzelfsprekend en heeft met zelfbewustzijn te maken. Het is de staatstaal die in alle geledingen van de bevolking wordt gesproken. En zo sprak Goethe Hessisch, Schiller Zwabisch, Luther Saksisch. Het is nog steeds niet vanzelfsprekend dat men zich Duitser voelt, de Duitsers hebben moeite met hun natie. De nazi's hebben geprobeerd er één natie van te maken, en we weten hoe dat is afgelopen - dat nooit weer. Daarnaast is er ook een verschil in mentaliteit tussen inwoners van Hamburg en München. En daarom bieden de dialecten redding, een uitweg. Door dialect te spreken maak je duidelijk: weliswaar ben ik Duitser, maar ik vertegenwoordig niet de Duitse natie, wel een bepaalde Duitse voksstam. Dit voor een beter begrip van de Duitse mentaliteit.'

De Ossies in Heimat 3 gedragen zich aanvankelijk als kinderen in Luilekkerland, nogal overdreven. De naïef- optimistische Gunnar loopt in het shirt van stervoetballer Andy Brehme rond, als 'Mauerspecht' wordt hij rijk door de verkoop van afgebikte stukjes Muur. Zou u het zonder hulp van de Oost-Duitse co-scenarist Thomas Brussig hebben aangedurfd om de Oost-Duitsers zo ten tonele te voeren?
'Ik zou het voorzichtiger hebben aangepakt. Maar Thomas zei: zo klopt het, zo zien wij Oost-Duitsers onszelf. En hij heeft gelijk, want bij alle premières in Oost-Duitsland was het publiek enthousiast. Men zei: "Dat zijn wij, zo waren we en zo zijn we". Natuurlijk is er sprake van naïviteit, natuurlijk wordt die gedirigeerd, maar dat heeft de herkenbaarheid bevorderd zodat men ook weer een beetje om zichzelf kan lachen. Vreemd genoeg krijg ik op dit punt alleen in het westen kritiek te horen. De Wessies zijn namelijk bang dat het niet politiek correct is jegens de Ossies, dat ze als tweederangsburgers worden beschouwd. De mensen die denken: wel de Ossies beledigen maar niet de Wessies, hebben ongelijk. Alleen Thomas Brussig wist precies waar hij overdrijving en satire kon toepassen. Hij heeft de voor ironie benodigde dubbele kijk; op zowel de oppervlakkige buitenkant als de verborgen binnenkant.'

In deel 4, 'Allen geht's gut' brengt de welvaart ook hebzucht met zich mee, ijdelheid, wantrouwen, ontrouw en de teloorgang van tradities. Het lijkt wel of u met genoegen ongeluk en ontevredenheid uitdeelt.
'Nou, ik beschrijf het slechts. Het is moeilijk om hierover iets te zeggen, het is pijnlijk. Als ik zulke dingen waarneem en beschrijf, doet dat zeer, maar het is ook komisch. Denk aan de scène op het kerkhof in het slotdeel, de bijzetting van Anton. Terwijl ze wachten op de per auto aan te voeren urn willen de aanwezigen vooral modern overkomen. Geven elkaar zakelijke adviezen en beurstips , kletsen over fototechniek, vakanties. Ze hebben het uitvaartbedrijf een hydraulische constructie laten maken om het bijzetten van de urn een plechtig tintje te geven. Want men wil toch een ritueel, al geloven ze nergens meer in. En dan hapert het mechaniek, het is treurig en iedereen moet lachen. Dat gevoel had ik toen steeds, treurig en komisch tegelijk. En verbazing over hoe dom de mensen zich kunnen gedragen.'

Bij Hermann en Clarissa gaan duurzaam geluk , huiselijkheid en creativiteit, scheppende arbeid niet samen. Daar is onrust, onvrede en fysieke verwijdering voor nodig: Clarissa maakt cross-overmuziek met een Amerikaan, en de bedrogen Hermann componeert zijn Verenigings-symfonie. Moeten creatieve mensen meer lijden dan normale?
(lacht) 'Je hebt dat Latijnse spreekwoord Plenum venter non studet libenter, een volle maag studeert niet graag. Wie vol zit, denkt inderdaad niet meer goed na. In Aziatische culturen geldt dat vasten, hongeren nodig is om mentale helderheid te verkrijgen . Een oude wijsheid. Tegenwoordig denken we dat het onze taak is om op ieder menselijk terrein vooruitgang te boeken, meer geluk na te streven. Dat is het credo, het doel in de huidige maatschappij: we móeten gelukkig zijn. We produceren geluk op iedere mogelijke manier, maar vooral door te consumeren. Voelt men zich desondanks ongelukkig, dan is er therapie of kun je in analyse. Maar de vraag wat ons geestelijk fit en creatief maakt, is daarmee nog niet beantwoord. Ik prefereer een vorm van geluk - niet het banale geluk van de tevreden consument over zijn materiële bezit - waarbij men toch creatief blijft . Nu, je bouwt een huis op een hele mooie plek, gaat daar wonen met de vrouw van wie je houdt, in de verwachting dat je dan wel gelukkig móet zijn. Quod non, zo blijkt na verloop van tijd. Maar ik denk niet dat Hermann zijn scheppingskracht dan hervindt omdat hij ongelukkig is, maar omdat hij bevrijd is van dit foute, het verkeerde geluk dat bestaat uit uiterlijke zaken. Ik denk dus niet dat geluk en creativiteit elkaar uitsluiten, vooropgesteld dat dat geluk dan écht is, omdat het een geestelijke dimensie heeft. Dat Clarissa er met die Amerikaan vandoor gaat wordt inderdaad al aangekondigd; ze heeft oorsuizingen, is onrustig en ontevreden. Ze lijdt onder dit "verkeerde geluk". Wanneer ze dan terugkomt beseft ze wat echt belangrijk is en wordt haar band met Hermann verstevigd.'

In Heimat 3 blijft Hermann een toeschouwer. Waarom heeft u hem, toch ook uw alter ego, zo passief gemaakt? Hij is weliswaar dirigent, maar bij hem lijkt ' het leven' het te hebben gewonnen van 'de kunst'.
'Hermann was de idealist . Als centrale figuur in Die zweite Heimat liep hij weg uit zijn dorp, ging, anders dan zijn broers, elders op zoek naar een rijker, meer vervuld leven. Eenmaal terug op de Hunsrück stuit hij eigenlijk bij toeval weer op zijn familie , maar denkt op afstand te kunnen blijven. Dan merkt hij dat zijn broers eigenlijk sterker in het leven staan, een sterker karakter hebben dan hij. Ze hebben een ankerpunt, hebben bepaalde vragen voor zichzelf beantwoord. Maar Hermann is in feite radeloos - en dat geldt voor alle hedendaagse intellectuelen , ze zijn op een bijzondere manier radeloos. Het probleem is dat zij lang gemeend hebben de juiste, de betere weg te bewandelen. Dat blijkt achteraf duidelijk niet het geval, maar ze kunnen niet omkeren en hun traject opnieuw afleggen, met al hun ervaring, kennis en idealen. Dat maakt ze sprakeloos.
Het ontbreekt Hermann steeds meer aan taal, aan tekst. Vergeleken met anderen wordt hij steeds minder een uitsgesproken karakter, eerder een wat bleek personage, [glimlacht] ten slotte is hij bijna net zoals ieder ander. Ik heb het daar moeilijk mee gehad, want ik wist niet meer hoe Hermann tegenover de anderen te positioneren. Ik heb er geen vrede mee dat Hermann, de kunstenaar, een "Auslaufmodell" is geworden, dat dit levensconcept niet functioneert en tot passiviteit leidt. Toen ik in de jaren '70 begon met filmen trokken kunstenaars nog met elkaar op en waren in politiek opzicht solidair. Het kunstenaarschap is nu geïndividualiseerd en maakt een verloren indruk. Ik denk dat de mensheid niet zonder kunst kan leven, maar kunstenaars hebben wel een ander zelfbewustzijn nodig. Nu gaan ze slechts defensief te werk, en marktgericht, terwijl ze vrij en offensief moeten denken, de hele samenleving beïnvloeden en niet alleen een bovenlaag. Iedereen moet er deel aan kunnen hebben, dat geldt vooral voor de muziek.'
Wat overblijft is dat Hermann en Clarissa samen haar ziekte hebben doorstaan, dat de familie bij elkaar is, met kinderen en kleinkinderen. Ze zien dat het leven doorgaat, dat zijzelf niet langer antwoorden hoeven te zoeken; nu is de jongere generatie aan de beurt. Afgelopen uit. Maar bij zowel Heimat als Die zweite Heimat merkte ik dat je het verhaal eigenlijk niet kunt afronden, omdat op het eind alle vragen opnieuw kunnen worden gesteld. Ik heb inderdaad al suggesties gekregen om het verhaal voort te zetten. Ik sluit het niet uit.'

Tijdens de eeuwwisseling komen op het oudjaarsfeest alle personages nog een keer samen, maar van een happy end kan geen sprake zijn: optmist Gunnar zit nog steeds in de bak en de arme Lulu zou je als kijker beslist meer gunnen dan haar sombere perspectief. Wat resteert is resignatie, een beetje kunst en familiebanden.
'Maar de vraag is, wat gun je haar dan? Op nieuwjaarsmorgen zegt ze tijdens die wandeling in Frankfurt tegen haar vrienden dat ze geen geld, baan, connecties noch een relatie heeft. Natuurlijk gun ik haar dat allemaal, want dit zijn elementaire behoeften, geen luxe-wensen . Lulu heeft als architecte hartstochtelijk aan het museum van haar oom gewerkt - miljoenen vinden tegenwoordig geen emplooi meer in hun vakgebied, en dit maatschappelijk probleem moet worden opgelost omdat zeer velen er doodongelukkig onder worden. Lulu raakte ook bevriend met de ontwerper van het museum, maar koos niet voor een relatie. Ze staat voor heel veel mensen die het nieuwe millennium bezorgd en somber tegemoet zien; ze voelen zich onzeker, onveilig en bedreigd, ook fysiek, maar ze kennen de vijand niet, die blijft onbestemd. Men zoekt bescherming, zonder te weten tegen wie of wat. Deze onzekerheid is nog het ergst. Maar Lulu heeft een muzikaal begaafd kind, Lukas, dat de hoop belichaamt . Hij is een "Hoffnungsträger". Ik kan mijn publiek op dit moment niet meer bieden, ik heb geen antwoorden. Dat is niet mogelijk. Wel hoop ik dat men gaat nadenken hoe dit vacuum, deze leegte in ons bewustzijn kan worden gevuld.'