nieuwe site?

Vrouwen in opstand

Interview met regisseur Kim Longinotto

Pam van der Veen ,

De documentaires van Kim Longinotto gaan over vrouwen die tegen hun onderdrukking in opstand komen. Zo ook in de IDFA-openingsfilm Sisters in Law, waarin twee Kameroenese vrouwen ter rechtbank de belangen van de vrouwelijke bevolking behartigen.

Kim Longinotto fietst door haar Londense wijk, langs het voetbalstadion van Arsenal. 'Als er een doelpunt valt, hoor ik dat thuis,' zegt ze. Hoewel ze al jaren in de stad woont, oogt ze meer als een buitenmens: mager, sportief en aangenaam verwaaid. Wijzend op de lichtgrijze lucht, waartegen zich donkergrijze wolken aftekenen: 'Ik ben dol op dit weer. Er is niets prettigers dan regen.'

Longinotto is een stoere filmmaakster. Ze reist af naar verre, afgelegen oorden, trotseert kou, hitte, honger, ziekte en andere tegenslag en is niet bang om - zij het huilend - bloederige taferelen vast te leggen. Haar documentaires gaan meestal over vrouwenonderdrukking. Of liever: over vrouwen die tegen hun onderdrukking in opstand komen.

In Divorce Iranian Style (1998) volgde ze moslima's in Teheran die voor de rechtbank van hun mannen probeerden te scheiden. In Runaway (2001) postte ze wekenlang in een Iraans wegloophuis voor meisjes. In The Day I will Never Forget (2002) filmde ze de rituelen rond vrouwenbesnijdenis in Kenia: de ideeën erover, het verzet ertegen én de uitvoering ervan.

Haar nieuwste documentaire, Sisters in Law, speelt zich af in Kumba, Kameroen. In dit stadje behartigen openbaar aanklager Vera Ngassa en rechter Beatrice Ntuba al jaren uiterst volhardend de belangen van de vrouwelijke bevolking. Sisters in Law viel in de prijzen op het filmfestival in Cannes en is de openingsfilm van het IDFA 2005.

Zijn vrouwen interessanter om te filmen dan mannen? Aan een regisseur die een film over mannen heeft gemaakt, wordt die vraag niet gesteld. Maar Longinotto moet 'm regelmatig beantwoorden.

'De belangrijkste personages in films zijn meestal mannen. Dat is de norm,' zegt ze. 'Maar ik kom altijd bij vrouwen terecht, niet zozeer bewust, maar omdat zij je de verborgen verhalen vertellen. Interessante, aangrijpende verhalen gaan vaak over vrouwen, omdat zich bij hen de maatschappelijke verandering voltrekt.'

Verandering is een belangrijk thema in Longinotto's oeuvre: verschuivingen in de verhouding tussen de seksen, vrouwen die zich niet langer neerleggen bij hun lot, die voor zichzelf durven opkomen, ook al is het vergeefs. Een goede film is een film over hoop, vindt Longinotto.

'Zelfs Divorce Iranian Style, waarin alle vrouwen hun rechtszaak verliezen, is in zekere zin hoopgevend. Ze hebben toch maar mooi de stap durven nemen om voor hun rechten te strijden.' Hetzelfde geldt voor The Day I will Never Forget. Ondanks het gruwelijke onderwerp - tijdens vertoning op het IDFA vielen meerdere mensen flauw - is Longinotto ook hier op zoek naar de optimistische insteek.

'Ik wilde per se geen film maken over slachtoffers . Die films ken ik al. Daarin zijn alleen de doktoren aan het woord, wordt aan de meisjes zelf niets gevraagd. Ik wilde de strijdbare jonge vrouwen laten zien , die in verzet komen tegen besnijdenis.'

Genitale verminking, echtscheiding, huiselijk geweld, verkrachting: het zijn geen zaken waarmee vrouwen graag naar buiten treden. Zeker niet in landen als Iran, Kenia of Kameroen, waar ze zich veel moeten laten welgevallen, willen ze niet buiten de gemeenschap vallen.

Toch weet Longinotto steeds weer door te dringen in vaak zeer gesloten culturen. Of het nu in een Japanse worstelschool voor vrouwen is (Gaea Girls, 2000), een Iraans opvanghuis voor weggelopen meisjes of een Afrikaans dorp dat z'n meisjes besnijdt: de verhalen lijken als vanzelf naar haar toe te komen.

Zelf noemt ze het geluk: de juiste mensen ontmoeten en op het goede moment op de goede plek zijn. Maar het moet meer zijn dan geluk alleen. Longinotto heeft een groot uithoudingsvermogen, houdt zich op de achtergrond en weet hoe ze moet luisteren. Ze pusht niet, maar wacht rustig af of de mensen háár misschien komen opzoeken. En met hen de verhalen.

Dan begint ze te filmen. Kalm, gedetailleerd en met een eindeloos geduld. En zwijgend. Als je ergens op bezoek bent, dien je je bescheiden op te stellen, vindt de filmmaakster. 'Mary [Milton, Longinotto's vaste geluidsvrouw - red.] en ik, spreken nooit tijdens het draaien. Als de situatie dat vereist kunnen we een hele dag geen woord zeggen.'

Sisters in Law is eigenlijk uit een soort ramp geboren. Longinotto en Milton waren afgereisd naar een afgelegen dorp in Kameroen om er de inauguratie van de eerste vrouwelijk rechter te filmen. De rituelen daaromheen en de reacties van de plaatselijke bevolking - de weerstand van de mannen, de trots van de vrouwen - zouden het onderwerp van haar nieuwe documentaire worden. Maar op het vliegveld verdween het geschoten materiaal in het röntgenapparaat, om er blanco weer uit tevoorschijn te komen.

'De douanebeambte had een fout gemaakt. Mary en ik hebben even heel hard gehuild, maar besloten het er niet bij te laten zitten,' vertelt Longinotto. 'Tijdens het filmen hadden we ook Vera Ngassa en Beatrice Ntuba ontmoet en we zijn naar Kumba gegaan om ons op hen te concentreren.' Maar nog was de rampspoed niet voorbij. Longinotto werd achtereenvolgens geveld door malaria en tyfus en dreigde aan dat laatste zelfs te bezwijken.

Redder in nood was Beatrices echtgenoot, die arts bleek te zijn. 'Ik heb een week volkomen verzwakt op bed gelegen. Hij kwam elke dag langs om mij injecties toe te dienen. De infusen hingen aan de schemerlamp. Als ik klaagde over de verhalen die ik nu niet kon filmen, zei hij: "Luister, je kunt niet werken. Als jij dood wilt, best. Maar ik wil niet bekend staan als de arts die een blanke vrouw heeft laten sterven."'

Toen ze weer enigszins rechtop kon staan, pakte de filmmaakster haar werk weer op. Ze nam haar intrek in de werkkamer van Vera Ngassa, de openbaar aanklager, en legde er schrijnende, maar ook bemoedigende zaken vast: De vader die zijn dochter verkocht voor een varken en tachtig piek. Het meisje van elf dat verkracht is door de buurman. De tante die haar nichtje stelselmatig mishandelt. De vrouw die haar man aanklaagt na jaren van fysiek en seksueel geweld.

Longinotto: 'Vera behandelt zaak na zaak na zaak, zonder zelfs maar een kopje thee tussendoor. Ze is ongelofelijk gedisciplineerd en volledig overtuigd van het nut van haar werk. Vera is mijn held. Ze is niet geïnteresseerd in geld of aanzien, maar uitsluitend in rechtvaardigheid. Ze wordt aan de lopende band woedend, op ouders die hun kinderen slaan, op mannen die vrouwen dwingen tot seks, op vaders die hun dochters uithuwelijken. En ze is iemand om rekening mee te houden. Als zij kwaad op je is ben je nog niet jarig .'

Alle Afrikaanse helden zijn mannen, weet Longinotto. Neem Mandela, Lumumba en Biko. Het werd tijd daar eens een paar Afrikaanse heldinnen tegenover te zetten in de vorm van Vera Ngassa en Beatrice Ntuba. En van de vrouwen die juridische steun bij hen zoeken. Zij nemen geen genoegen meer met hun ongelijke positie en weerspreken daarmee het beeld van de onderdanige, onderdrukte Afrikaanse vrouw. En ze lijken vooruitgang te boeken.

In Sisters in Law worden twee mannen door de rechtbank veroordeeld voor het plegen van huiselijk geweld. In de achttien jaar van Vera's loopbaan is dat de eerste keer. Op z'n zachtst gezegd wonderlijk dat die veroordelingen uitgerekend plaatsvinden tijdens Longinotto's aanwezigheid.

'Ja, dat kan ik ook niet goed verklaren. Het kan iets te maken hebben met het feit dat die vrouwen zich gesteund wisten door de camera. Waar ze zich ook bevonden, in de rechtszaal, op weg naar de advocaat, in familieberaad, ze werden gefilmd. Als je gefilmd wordt kun je je eigen situatie met meer afstand bekijken. Misschien gaf dat ze de kracht om hun zaak door te zetten.'

Feiten en cijfers over haar onderwerp heeft Longinotto, zoals altijd, achterwege gelaten. Ze maakt geen gebruik van voice-over, ondertitels of interviews. Bij het publiek stuit dat weleens op weerstand.

'Omdat het een documentaire is, willen mensen gesprekken met deskundigen, grafieken en getallen zien. De één wil weten hoeveel mensen er in Kumba wonen, de ander is benieuwd naar de politieke achtergrond van de regio en weer een ander vraagt zich af hoeveel vrouwelijke rechters Kameroen telt. Maar ik wil iets vertellen door je mee te slepen in het verhaal. Als je iets wilt leren van mijn films, moet je ze in je opnemen als een spons. De feiten kun je opzoeken op internet.'

Het gaat Longinotto om de verhalen, die zich overal ter wereld kunnen afspelen. Verhalen waarin het persoonlijke drama naar een sociaal niveau wordt getild. Met de mensen die achter verhalen zitten, bouwt ze altijd een warme band op. Als ze over haar personages praat, is ze scheutig met woorden als lovely, wonderful, sweet en amazing.

Slechts in haar eerste documentaire, Pride of Place (1976), schepte ze genoegen in het filmen van 'de vijand': de directrice van de bijna militante kostschool waar ze haar jeugd heeft doorgebracht. Die film was dan ook een persoonlijke wraakactie. Tegen de school en daarmee tegen haar ouders, die haar erheen hadden gestuurd. ' Achteraf was de school woedend over de film,' vertelt Longinotto. 'De directrice noemde me een "klasseverraadster". Ik heb haar daar hartelijk voor bedankt.'