filmjaar 2016

Het einde van de Ostalgie

Interview met Florian Henckel von Donnersmarck over Das Leben der Anderen

Gerhard Busch ,

Met het grote succes van de Duitse film Das Leben der Anderen, over een Stasi-officier in gewetensnood, kwam in eigen land een einde aan de Ostalgie. Debuterend regisseur Florian Henckel von Donnersmarck was niet verbaasd: 'Ach, volgens mij waren een heleboel Duitsers al ziek van dat gedweep met de DDR.'


'Als er geen Brad Pitt of Tom Hanks in je film zit, is er volgens mij maar een manier om er voor te zorgen dat mensen in het buitenland naar je film gaan: als journalisten erover schrijven.' En daarom zitten wij begin december in Berlijn bij de Duitse regisseur Florian Henckel von Donersmarck aan de huiskamertafel. Om te praten over Das Leben der Anderen, een indrukwekkende karakterstudie van Stasi-kapitein Gerd Wiesler, die in 1984 - de Muur staat nog fier overeind - begint te twijfelen aan de rechtvaardigheid van zijn afluisterwerk, de onkreukbaarheid van zijn meerderen, en de invulling van het socialisme in de DDR.

U bent geboren in 1973, hebt als kind gewoond in New York, Frankfurt, Brussel en West-Berlijn, maar nooit in Oost-Duitsland. Waarom dan toch een film over de DDR?
'Mijn moeder komt uit het Oosten. Ze werd geboren in Magdeburg. Ze kwam nog voor de Muur gebouwd werd al naar het Westen, maar een deel van de familie en vrienden bleef achter in de DDR. Als kind ben ik vaak mee geweest als we op bezoek gingen. En telkens voelde ik de angst.'

Van wie?
'Vooral van mijn moeder. Het was duidelijk dat zij op een of andere Stasi-lijst stond. Iedereen die het land was ontvlucht werd immers als verrader van de goede zaak beschouwd. Bij de grenspost werd ze op alle mogelijke manieren vernederd. Zo werd ze standaard onderworpen aan een lichaamsonderzoek, en lieten ze haar ook altijd uren wachten. Als ze uiteindelijk terugkwam naar de auto trilde ze over haar hele lichaam.
En ik zag ook altijd de angst op de gezichten van de mensen die we in het Oosten opzochten. Het simpele feit dat ze met Wessies praatten had ongetwijfeld negatieve effecten op hun levens, hun carrières.'

Waarom gingen jullie dan toch?
'Het was familie. En weet je wat het gekke is, hoewel mijn moeder zo vernederd werd, en hoewel haar grootouders in de Tweede Wereldoorlog werden vermoord door de Russen, was ze toch communist. Ze geloofde er echt in, alleen niet zoals het in het Oostblok in praktijk werd gebracht.'

Gelooft ze er nog steeds in?
'Grappig, dat heb ik haar de laatste tijd niet meer gevraagd.'

Wat vond ze van de film?
'Ze vond hem goed, maar we hebben het niet echt over de politieke kanten van de film gehad. Meer over de persoonlijke dilemma's. Dat vond ik ook het belangrijkste in de film. Hoe maak je je keuzes. Doe je dat op basis van je principes of op je gevoel? Het is heel gevaarlijk om je alleen door je principes te laten leiden, maar ook heel gevaarlijk om je alleen door je gevoelens te laten leiden. Het is een van de grote uitdagingen in een mensenleven om daar een balans in te vinden.'

U bent meer in de persoonlijke dilemma's geïnteresseerd, en toch verdiepte u zich volledig in de praktijken van de Stasi. U onderzocht de Oost-Duitse veiligheidsdienst meer dan vier jaar lang. Waarom zo grondig?
'Dat was een kwestie van beroepseer. Mensen haken af als ze voelen dat de details niet kloppen. Zoiets voel je meteen. Ik weet niets over kernfusie, maar als ik een film over kernfusie zie, weet ik meteen of de makers hun huiswerk hebben gedaan of niet.'

Waaruit bestond uw huiswerk?
'Ik las alle serieuze boeken over de Stasi, dat zijn er een stuk of twintig, en ook een aantal minder wetenschappelijke, waaronder een heel informatief werkje van een Amerikaanse roddeljournalist over het fenomeen van de Stasi-hoeren. Daarna ging ik naar het Stasi-museum, de Stasi-gevangenis, de verschillende monumenten en de Stasi- archieven. En toen ik dat allemaal tot me genomen had ging ik praten met de mensen die het hebben meegemaakt. Slachtoffers én Stasi-medewerkers.'

En die wilden wel praten?
'Ik had het geluk dat ik iemand heb kunnen vinden als luitenant-kolonel Wolfgang Schmidt, die destijds het hoofd was van de zelfde afdeling waarvoor ook Wiesler werkt in de film. Als iemand als Wiesler, die overigens niet echt bestaan heeft, rapporten had geschreven, dan zou Schmidt die gelezen hebben. En Schmidt sprak vrijuit. Hij ontkende niets, sprak zelfs met een zekere trots over toen. Dat maakte het voor mij wel eens moeilijk. Het is heel vervelend als iemand zo nonchalant verteld over de ondervragingsmethoden, terwijl je een dag eerder met een van zijn slachtoffers hebt gesproken. Ik stelde me maar op als journalist, die het ook niet altijd eens is met wat hem verteld wordt. Ik probeerde gewoon zo veel mogelijk informatie uit hem te krijgen.'

Uw antwoord is de film...
(glimlacht). 'Ja, dat klopt.'

Heeft Schmidt de film gezien?
'Ja. Ik kreeg achteraf een briefje, waarin hij schreef: "Ik neem aan dat dit een indrukwekkende film is, maar is het niet jammer dat je een Stasi-officier alleen kunt neerzetten als held, als je van hem een verrader maakt?" Kan je nagaan, hij ziet Wiesler nog steeds als verrader!'

De film werd in de Duitse pers uitgeroepen tot de film die definitief een einde maakte aan de Ostalgie, de neiging van veel Duitsers om de DDR af te schilderen als een ongevaarlijke, beetje lachwekkende misstap in de geschiedenis. Trots?
'Ach, volgens mij waren een heleboel Duitsers al ziek van dat gedweep met de DDR. En het was hoog tijd dat de 99,99 procent van de buitenlanders die de DDR alleen kenden uit films als Good Bye Lenin! te zien kregen hoe het er toen werkelijk aan toe ging.'

Acteur Ulrich Mühe is indrukwekkend. Hij speelt Wiesler als een robot die langzaam maar zeker weer mens wordt. Aanvankelijk loopt hij zelfs als een robot. Heel hoekig en afgemeten .
'Dat was nog best lastig, want Mühe is van nature heel gracieus. Het is een toneelacteur en beweegt zich als een danser. Het was zelfs zo dat hij van ons zijn armen niet eens mocht bewegen, want dat deed hij al met zoveel passie en gratie, wat nou net niet bij Wieslers personage paste.'

Mühe leefde in de DDR en ik las dat zijn ex-vrouw, Jenny Gröllmann, een 'inoffizieller Mitarbeiter' van de Stasi was.
'Dat klopt. Hij vertelde me tijdens de opnamen dat er van hem ook een Stasi-dossier bestond. Toen hij mij dat liet inzien, zag ik dat er ook notities van zijn ex-vrouw instonden. Omdat ik dacht dat mensen daar toch wel achter zouden komen, vroeg ik hem of hij daar wat over wilde vertellen. En dat heeft hij gedaan. En toen kreeg hij er toch van langs! Dat hij het alleen maar vertelde om de film te promoten, dat hij zelf een informant was. Dat is toch wel de omgekeerde wereld, jarenlang 'bespitzelt' worden en dan zelf uitgemaakt worden voor informant. Hij werd zelfs door zijn ex voor het gerecht gesleept, en die rechtszaak heeft hem meer gekost dan hij aan de film verdiend heeft. Want die rechtszaak heeft hij verloren. In Duitsland gaat men er namelijk vanuit dat Stasi-documenten geen bewijs zijn, maar een indicatie. Dus als iemand een dossier heeft van meer dan 500 pagina's, en dat over een periode van 10 jaar...'

Zoals Gröllmann?
(knikt) '...dan geldt dat nog niet als bewijs. Gröllmanns advocaat kreeg de Stasi-officier die destijds haar dossier bijhield zo ver dat die bekende dat hij het dossier had vervalst. En daarmee was zij ineens onschuldig.'

Is die Stasi-officier dan niet vervolgd?
'Nee, want het is niet strafbaar om in een criminele organisatie, wat de Stasi natuurlijk was, documenten te vervalsen.'

Dit wordt me te veel!
'Het is ook krankzinnig. Pure Kafka. En typisch Duitsland. Wij zijn geen land van het vrije woord, maar een land van wetten en regels.'

Zijn er nog veel Stasi-medewerkers aan het werk?
'Massa's . Neem de leider van de Linkspartei, Gregor Gysi, die overigens ook de advocaat was van Mühe's vrouw. Werkte vroeger ook voor de Stasi. Gysi legde haar uit hoe ze het bestaan van haar dossier kon ontkennen, simpelweg door te beweren dat het vervalst was. Hij wist precies hoe dat moest, want hij had dat een aantal jaren geleden al voor zich zelf voor elkaar gekregen. Dit is trouwens iets waarop Mühe hem misschien kan aanpakken, want ik heb begrepen dat het Gysi was die haar van de mogelijkheid Mühe aan te klagen op de hoogte heeft gebracht. En dat mag niet; je mag als advocaat niet zelf mensen benaderen met het voorstel een zaak tegen iemand te beginnen. Al twijfel ik er niet aan dat hij het voor niets gedaan heeft. Alle ex-Stasi-medewerkers zorgen goed voor elkaar.'

Er zal een Das Leben der Anderen 2 moeten komen...
'(lacht) Absoluut. Alleen zal iemand anders die moeten gaan maken.'