filmjaar 2016

Hoe regisseer je verdriet?

Interview met Susanne Bier over Things We Lost in the Fire

Gerhard Busch ,

Things we Lost in the Fire is de eerste Amerikaanse film van Susanne Bier, regisseur van oa de Dogma-film open Hearts en het vorig jaar voor een Oscar genomineerde After the Wedding.

Susanne Bier is moe. Of ik het erg vind als ze haar benen even op een stoel legt? Nee natuurlijk. Waarop ze een van de antieke stoelen van het chique Hotel d’Angleterre in Kopenhagen naar zich toe trekt en onderuit zakt.

De Deense regisseur (geboren 1960) was de vorige avond aanwezig bij de Europese première van Things We Lost in the Fire. ‘Ik heb vannacht bijna niet geslapen. Dat had ik niet verwacht, want de film is vorig jaar oktober al uitgegaan in Amerika. Blijkbaar is het toch anders als je de film ziet terwijl je vrienden en familie in de bioscoop zitten.’

Things We Lost in the Fire is een acteursdrama over Audrey, moeder van twee jonge kinderen, die haar man Brian verliest na zinloos geweld. In het rouwproces zoekt ze steun bij Jerry, de beste vriend van Brian. Zolang haar man nog leefde moest ze niets hebben van de aan drugs verslaafde Jerry, maar het feit dat haar man Jerry nooit heeft opgegeven, en de wetenschap dat Jerry Brian al vanaf zijn jeugd kent, maken dat Audrey in Jerry nog veel van Brian terugziet.

Things We Lost in the Fire is de eerste Amerikaanse film van Bier, regisseur van ondermeer de Dogma-film Open Hearts en het vorig jaar voor een Oscar genomineerde After the Wedding. Met haar eigenzinnige manier van filmen – handgehouden camera, veel extreme close-ups – leek ze vast geworteld in de Europese cinema. Vanwaar de overstap?
‘Sam Mendes [regisseur van ondermeer American Beauty en Jarhead–red.] speelde mij het scenario van de film toe. Een mooi, menselijk verhaal van nieuwkomer Allan Loeb . Mendes zocht iemand die het script wat zou kunnen opschudden. Het meer scherpe kantjes zou kunnen geven. Er waren nog andere regisseurs in de race, maar mijn contact met Mendes was meteen goed, en ik denk dat ik het daarom geworden ben.’

En... veranderde u het script?
‘Ik sleutelde wat aan de structuur van het begin, zodat er meer spanning zou ontstaan. Ik veranderde ook het einde , dat me iets te veel Hollywood was. En ik schrapte een romance die Jerry kreeg met een meisje dat hij leert kennen tijdens een bijeenkomst van de Narcotics Anonymous, de zelfhulpgroep van drugsverslaafden.’

Waarom?
‘Dit was niet hun verhaal. De film gaat niet over hun liefde, maar over de liefde tussen Audrey en Jerry. En dan niet romantische liefde, maar de liefde van twee mensen die elkaar nodig hebben.’

Audrey en Jerry worden gespeeld door Hollywoodsterren Halle Berry en Benicio Del Toro. Kon u die zelf kiezen, of waren ze al verbonden aan het project?
‘Die heb ik zelf gekozen. Uit een heleboel acteurs, want goede rollen in Hollywood – vooral voor vrouwen – zijn zeldzaam. Ik koos Halle, omdat ze zo veel dingen tegelijk is. Een prachtige vrouw, maar ook hard en koud. Krachtig, maar ook kwetsbaar. En ik koos Benicio vanwege zijn gevoel voor humor. Hij kan heel intens zijn, maar zoekt altijd naar de humor in een scène. En als je die twee bij elkaar zet kon ik me goed voorstellen dat ze zich net zo makkelijk tot elkaar aangetrokken konden voelen als door elkaar afgestoten. Net als in het verhaal.’

U slaagt er opnieuw in, net als in uw vorige films , heftige emoties in de film, zoals verdriet, levensecht te laten overkomen. Hoe regisseer je verdriet?
‘Dat is eigenlijk niet eens zo moeilijk. Het is bijvoorbeeld veel makkelijker dan iemand te regisseren die in een winkel een pak meel koopt. Want wat gaat er op dat moment door iemand heen? Waar denkt hij aan als hij meel koopt? En laat dat dan maar eens zien. Bij verdriet is het heel duidelijk wat je wilt laten zien.’

Maar in veel films wordt het zo snel te veel. Spelen acteurs het te groot.
‘Dat ben ik niet met je eens. Het gaat er niet om of iemand uitbundig lijdt, of juist heel stil. Het gaat erom of het echt is. Of de acteur voelt wat hij speelt.’

Hoe ziet u of dat zo is?
‘Tsja... ik heb een ingebouwde leugendetector, denk ik. Ik kan zelf ook helemaal niet liegen. Als ik mensen met een smoesje afbel weet ik zeker dat ze door de telefoon heen kunnen zien dat ik lieg.’

En hoe regisseer je verslaving?
‘Ik wist helemaal niets van verslaving en ben daarom naar een aantal bijeenkomsten van de Narcotics Anonymous gegaan. Het belangrijkste wat je daar ziet is dat die mensen de macht over hun leven totaal zijn kwijtgeraakt. En als je niet langer de baas over je eigen leven bent, maakt dat heel eenzaam. Benicio is daar ook heen gegaan en we hebben veel over zijn personage gepraat. Wat er mis ging in zijn leven, waarom hij verslaafd raakte, want in de film laat ik niets van zijn voorgeschiedenis zien.’

U heeft een heel herkenbare stijl, met veel extreme close-ups...
‘Je gaat toch niet vragen naar de ogen, hè?’

Hoezo?
‘Die vraag moet ik al de hele tijd beantwoorden.’

Je kan de film niet zien, zonder je dat af te vragen. Ik weet dat ogen geacht worden de spiegel van de ziel te zijn , maar ik vroeg me af of er nog andere redenen zijn waarom u ze zó close in beeld bracht.
‘Vooruit dan maar. Dat van die spiegel van de ziel klopt ook, maar ik heb gemerkt dat als je iets van heel dichtbij filmt, je het lostrekt uit zijn omgeving. Een close-up werkt op die manier meer als een ‘wide shot’. Het oog is niet langer onderdeel van het hoofd, maar wordt een landschap , waarin zich een hele wereld kan afspelen.’

Had u final cut [volledige zeggenschap over het eindproduct–red.] in Amerika?
‘ Nee. Ik had wel final cut bij al mijn Deense films, maar ik heb het nooit nodig gehad. Je wilt het ook helemaal niet nodig hebben. Want stel dat je je recht op final cut moet uitoefenen. Dan betekent dat dat er verschil van mening is tussen de regisseur en de studio. Dan kan je als regisseur wel je zin doordrukken, maar het gevolg is dan dat de studio zijn handen van de film aftrekt. Weg promotie. Je kunt er maar beter samen uitkomen.’

Zoals bij Things We Lost in the Fire?
‘Ik heb geen enkel probleem gehad met de studio.’

Wat was het grootste verschil tussen werken in de VS en in Denemarken?
‘De vragen. In Amerika stellen ze overal vragen over. Je moet alles uitleggen. En eigenlijk is dat nog niet zo slecht. Het dwong me in iedere geval om over allerlei zaken na te denken. Ik heb in Amerika geleerd: als je het antwoord op een vraag niet weet, dan is die vraag misschien wel relevant.’