filmjaar 2016

Verdwaald in je eigen geweten

Interview met regisseur Gus Van Sant over Paranoid Park

Gerhard Busch ,

Na Elephant en Last Days rommelt regisseur Gus Van Sant in Paranoid Park opnieuw met de vertelstructuur. Sfeer is belangrijker dan plot. 'Ik raak er steeds meer van overtuigd dat de setting het verhaal ís.'

Als weinig filmmakers begrijpt Gus van Sant de wereld van de zogenaamde slackers (tieners die niet goed weten wat ze met hun leven aan moeten). Ook in Paranoid Park slaagt de Amerikaanse regisseur van onder meer My Own Private Idaho en Elephant er weer in een intrigerend portret van de onthechte, ongeïnteresseerde jeugd te schetsen.

In Paranoid Park wordt de 16- jarige Alex op een dag door de politie uit zijn schoolklas gepikt. Er is een verdacht ongeluk gebeurd op het spoor, waarbij een bewaker gedood werd. Dat spoor ligt dicht bij Paranoid Park, een park voor skateboarders waar Alex regelmatig te vinden is.

Net als in zijn laatste twee films, Elephant en Last Days, presenteert Van Sant de gebeurtenissen op een bijna associatieve manier. Hij sleutelt aan de structuur, goochelt met de tijd, en bouwt met de dromerige beelden en muziek een sfeer waarin de kijker langzaam wegzinkt in de wereld van de jonge, moreel verdwaalde Alex.

Paranoid Park is gebaseerd op een boek van Blake Nelson. Wat trof u aan in dat boek dat u wilde verfilmen?
‘Ik heb lange tijd geprobeerd een ander boek van Blake te verfilmen, Rock Star Superstar. Dat kwam niet van de grond, maar Blake zond me het manuscript van Paranoid Park al voordat het was uitgegeven. Het sprak me onmiddellijk aan. Vanwege het feit dat het zich afspeelt in Portland, Oregon [waar Van Sant woont–red.], en vanwege de subcultuur van de skateboarders.’

Was u zelf skateboarder?
‘Iedereen toch? Ik ken de scene goed en ben ook bekend met het leven op straat .’

De hoofdrol wordt gespeeld door nieuwkomer Gabe Nevins. In de persmap wordt nogal nadrukkelijk vermeld dat u hem via MySpace gecast hebt.
‘We hebben MySpace alleen gebruikt om er een aankondiging op te plakken waarin stond dat we een film over skateboarders wilden maken. Ik heb die aankondiging zelf nooit gezien. Dat was een idee van een van de casting directors. De meeste reacties kregen we overigens op de flyers die we uitdeelden in skateparks in Portland, en op advertenties die we lieten horen op de radio.’

Wat voor type zocht u?
‘We wisten niet echt waar we naar zochten.’

Iemand met een onschuldige uitstraling, misschien...
‘Nee, dat geloof ik niet. Meer iemand die eruit zag alsof hij zware tijd had gehad, iemand die dit verhaal al geleefd had.’

Hoe wist u dat Gabe de juiste was?
‘In twee dagen tijd hebben we meer dan 1500 jongeren bekeken. Daar bleven er uiteindelijk vijf van over. Vier professionele acteurs en Gabe. We besloten voor de non-professional te gaan.’

Wat aan de acteurs in deze film opvalt is dat ze allemaal puistjes hebben.
‘Dat hebben professionele acteurs ook, alleen verstoppen ze die onder dikke lagen make-up. Of ze laten ze digitaal wegpoetsen. Vaak worden ook acteurs gebruikt die al ouder dan twintig zijn en daarom minder last hebben van puistjes. Maar als je 15- en 16-jarige acteurs wil hebben, dan hebben ze puistjes. En er is nog een andere reden waarom Hollywood ze liever niet gebruikt. Ze mogen maar een paar uur per dag werken, omdat ze nog gewoon naar school moeten.’

Sfeer is erg belangrijk in Paranoid Park. De prachtige beelden van Portland zijn geschoten door Christopher Doyle. Hoe wist u hem uit de omklemming van de Aziaten [Doyle werkt veel samen met Wong Kar-Wai en Zhang Yimou] te wrikken?
‘Ik heb een jaar of tien al eens met hem samengewerkt voor de remake van Psycho. Sindsdien hebben we het vaak gehad over een nieuwe samenwerking, en nu was het eindelijk zover.’

Op sommige momenten zien we beelden van mensen met zwarte balkjes over de ogen. Was dat omdat de beelden heimelijk geschoten waren?
‘Er zitten in de film ook 8 mm-beelden die door de skateboarders zelf geschoten zijn. Een paar van de mensen die zo werden opgenomen – twee skateboarders die door de politie worden aangehouden, een zwerver die ligt te slapen – konden we later niet meer vinden om ze om toestemming te vragen. Omdat ik die beelden toch wilde gebruiken, hebben we daar maar zwarte balkjes overheen geplakt. Dat vragen om toestemming begint zo langzamerhand bizarre vormen aan te nemen. Vroeger kon je als documentairemaker nog vrij op straat filmen. Je mocht mensen niet tot in hun huis achtervolgen, maar opnemen in de publieke ruimte waren toegestaan. Ook in films kon dat, tot iemand daar eens een rechtszaak over begon . Ik geloof naar aanleiding van een film van Woody Allen. Daarin was op de achtergrond een man te zien die in een auto stapt. Dat bleek de auto van zijn minnares te zijn en die man werd daardoor betrapt door zijn vrouw. Hij spande daarop een rechtszaak aan tegen de filmmaatschappij en won. Zulke zaken zijn heel slecht voor de filmbusiness. Maatschappijen worden bang, want advocaten slagen er steeds beter in terreinen te vinden waarop ze geld kunnen verdienen. Als je nu een film maakt waarin je een pak koffie laat zien, moet je eerst toestemming hebben van de fabrikant. Alleen als je het pak koffie zo draait dat je het merk niet goed kan lezen is het nog toegestaan.’

Hoe kan u daar als filmmaker nou telkens rekening mee houden?
‘Dat kan ook niet, en daarom worden vaak neplabels gebruikt. De ontwerpafdeling wordt overspoeld met verzoeken van de juridische afdeling. Een poster van Travolta in zijn witte pak uit Saturday Night Fever? Eerst toestemming vragen aan Paramount , die de film ooit uitbracht, en dan nog langs Travolta zelf. Met een script en contracten in de hand, zodat je hem kan laten tekenen voor zijn toestemming. Pas dan mag ik de poster in mijn film aan de muur van een jongenskamer hangen. Geen wonder dat je steeds minder posters van Travolta in een film ziet.’

In hoeverre is de wereld van de skateboarders belangrijk als setting voor de film. Had Gabe bijvoorbeeld ook een tennisser kunnen zijn, of honkballer?
‘Voor de plot had het niet veel uitgemaakt, maar settings zijn belangrijk. Ik raak er steeds meer van overtuigd dat de setting het verhaal ís. Kijk, film begon ooit als een directe registratie van de werkelijkheid. Toen kwamen mensen in de jaren twintig, dertig op het idee dat je er ook toneelstukjes mee kon laten zien. Hoewel er sindsdien veel experimentele filmmakers zijn geweest, is de dominante aanpak van de westerse cinema altijd geweest: blijf bij het toneelstuk. Maar film moet zijn eigen dynamiek hebben. Ik probeer, door het gebruik van de beelden en muziek, en het spelen met structuur en tijd, iets te maken dat uitsluitend in film kan. Maar het is de vraag of je ooit los kan breken van het idee dat je in een film een toneelstukje moet opvoeren. Het doet er waarschijnlijk ook niet zo veel toe, want een nieuw medium is bezig de plaats van cinema over te nemen. Ik ben er van overtuigd dat 3D-cinema de rol van de traditionele, tweedimensionale film zal overnemen, waardoor de films die we nu maken de zelfde status krijgen die zwijgende zwart wit-films nu hebben.’

Hoe lang gaat dat nog duren?
‘Dat is nu al bezig! In videospelletjes . De platte, passieve cinema van nu zal een antiek medium worden. Straks spelen we zelf een rol in 3D-cinema. Dan zullen we moeten rennen en springen, wat maar goed is ook, want dat is een stuk gezonder.’