nieuwe site?

‘De mannen in mijn films zijn lief’

Interview met Diablo Cody

Na het onverwachte succes van Juno worstelen de critici met de nieuwe film van Diablo Cody: humor of horror? Zijzelf is blij met de verwarring die ze sticht.

Het is iets dat scenarioschrijfster Diablo Cody altijd al heeft verbaasd bij het kijken naar horrorfilms. Dan heb je weer zo’n doodgewoon dorpje dat opeens wordt geteisterd door een seriemoordenaar. Is er dan niemand die daar emotioneel op reageert?
‘Gekmakend vond ik het. Het is niet normaal dat mensen worden opgejaagd door een kannibaal. Waarom laat je dat dan niet zien?’

Dus wordt er in haar horrorfilm Jennifer’s Body, die donderdag in première gaat, bij het eerste slachtoffer nog hysterisch gehuild, gepraat over gedenktekens en moet een schooltherapeut helpen bij rouwverwerking door geschokte kinderen.
Diablo Cody, in Toronto met witgebleekt, kort haar (‘een soort hommage aan Rosemary’s Baby’) kent haar horror – al moest ze haar religieuze ouders vaak om de tuin leiden om films als Nightmare On Elm Street te kunnen zien.

Ze stopte Jennifer’s Body vol met dit soort spelletjes rondom stereotypes. Haar ‘monster’ is Megan Fox, volgens velen de meest sexy vrouw op aarde, die voor haar rol haar harde bimbo-imago volledig kon uitbuiten. ‘Ik begrijp heel goed dat tienerjongens haar tot in een slooppand volgen.’ Dat is meteen de reden dat de film – een lesbische kus en korte rokjes ten spijt – geen onverdeeld genoegen is voor mannen.

Feministische horror is het: Fox verandert namelijk in een mannen etende demon door, natuurlijk, satanische muzikanten. ‘Ik heb altijd te horen gekregen dat rockbands de duivel aanbidden en dat soort idioterie. Dus dacht ik: wat als zo’n band nu echt een pact sluit met de duivel , maar dan juist een hit heeft met een softe ballad? Dat leek me grappig.’

Cody begon een paar jaar geleden al met het script, en schreef met een soort onbevangenheid die – erkent ze zelf – inmiddels minder vanzelfsprekend is. Twee jaar eerder zat ze namelijk ook hier, in zo’n hotelkamer in Toronto, ter promotie van een kleine arthousefilm, Juno.
Ze was ‘gewoon’ een bloggende stripper uit Minneapolis die door een filmproducent gevraagd was om eens een script te proberen. Maar Juno werd een hit, ze won een Oscar, maakte een televisieserie met Steven Spielberg en werd producent. ‘Dat weekeinde veranderde mijn hele leven’, zegt ze nu. ‘Alsof de bliksem insloeg. Dat gebeurt geen tweede keer.’

Maar met een tweede film terugkeren naar het festival dat haar doorbraak betekende, legde wel extra druk op haar. En critici worstelden met Jennifer’s Body. Humor of horror ? Een soort Juno 2, maar dan met rondvliegende ingewanden? ‘Daar word ik blij van’, zegt Cody. ‘Bij testscreenings schreven mensen al op dat ze geen film konden bedenken waar deze op leek.
Een nachtmerrie voor de filmmaatschappij – want hoe moet je zo’n film dan in de markt zetten? – maar ik vond het fantastisch. Ik hoop dat hij mensen een beetje in de war brengt.’

Er is een hokje waar Cody wel in te drukken valt: dat van tienerexpert. Net als Juno zit Jennifer’s Body vol goedgebekte, maar sympathieke pubers die zich door hun middelbare schooltijd heen proberen te worstelen.
‘Waar ik hier vooral mee wilde spelen, was het egocentrisme van tieners. Ze zijn zo druk met hun uiterlijk, sociale leven en oppervlakkige probleempjes dat ze de grotere horror om hen heen snel kunnen vergeten.
‘In een scene ontploft een complete bar achter een van de meisjes en ze knippert niet eens met haar ogen. Ze is helemaal gefocust op haar beste vriendin, omdat zij de enige is om wie ze op dat moment geeft.
Dat heeft ook iets moois, vind ik: de puberteit is de enige periode in je leven waarin je helemaal je egoïstische zelf kunt zijn.’

Dat soort intense vriendschappen kent Cody uit haar eigen middelbare schoolperiode. Maar nee, het is niet zo dat ze – zoals medeproducent Jason Reitman beweerde – met Jennifer’s Body afrekent met alle soorten mannelijke medescholieren. ‘Ik wou dat hij dat nooit had gezegd. De slachtoffers zijn voor mij nooit inwisselbaar en de mannelijke karakters die ik verzin, zijn altijd heel lief. Mijn hart breekt als ze sterven. Ik hou juist van hen.’

Het is misschien daarom dat ze al schrijvend telkens weer bij die levensfase uitkomt. ‘Laatst schreef ik iets over een vrouw van 30. Hoera, dacht ik, ik heb me losgerukt van de pubers. Tot ik me realiseerde dat het hele verhaal draaide om iets dat zij in haar tienerjaren had meegemaakt. Ik weet niet of ik ervan afkom. Misschien moet ik eens iets verzinnen met bejaarden.’