nieuwe site?

Zonder verleden

Interview met Urszula Antoniak

Rick de Gier ,

Twee mensen die beiden de eenzaamheid verkiezen, maar zich juist daardoor tot elkaar aangetrokken voelen - dat is het uitganspunt van Nothing Personal, het met prijzen overladen bioscoopdebuut van Urszula Antoniak.

Een Nederlandse film die de ene na de andere prijs wint op vermaarde internationale festivals, dat hebben we al even niet meegemaakt. Nothing Personal, tot nu toe de grote winnaar in Locarno, Sevilla en Nederland, is dan ook geen typisch Nederlandse productie – al is het maar omdat er voornamelijk Engels in wordt gesproken en maakster Urszula Antoniak van oorsprong Poolse is. Maar vooral de toon valt op: weinig dialoog, bescheiden muziek, zo min mogelijk uitleg, beelden als schilderijen.

Wie Antoniaks luchtige televisiefilms zag (Bijlmer Odyssee en Nederlands voor beginners) zou niet snel zo’n volwassen bioscoopdebuut verwachten. Daar kan de filmmaakster zelf wel inkomen: ‘Het zijn inderdaad heel verschillende films. Als ik één terugkerend element zou moeten noemen is het ironie. Dat vind ik een van de belangrijkste ingrediënten in het leven. Als ik om me heen kijk, vallen ironische situaties mij als eerste op. Die sluipen als vanzelf mijn scenario’s binnen.’

De grote ironie in Nothing Personal ligt in het gegeven van twee mensen die beiden de eenzaamheid verkiezen, maar zich juist daardoor tot elkaar aangetrokken voelen. Lotte Verbeek speelt een stugge Nederlandse vrouw die om onduidelijke redenen naar het Ierse platteland vlucht, waar ze een oudere weduwnaar (Stephen Rea) ontmoet. Ze stemt erin toe voor hem te werken in ruil voor eten en onderdak, maar alleen onder de voorwaarde dat er geen persoonlijke vragen worden gesteld.

Antoniak: ‘Het thema dat ik wilde onderzoeken is eenzaamheid: eenzaamheid als keuze tegenover eenzaamheid als iets wat je overkomt. Die laatste vorm heb ik zelf van dichtbij leren kennen toen mijn man overleed aan kanker. Na een aantal jaren begon ik te merken dat eenzaamheid niet per se negatief hoeft te zijn. Als je het kunt accepteren, is het eigenlijk een heel natuurlijke staat, die inspirerend kan werken. Ik denk dat dit ook aansluit bij de tijdgeest: de tijd van scoren en geld verdienen en een grote vriendenkring lijkt voorbij, het draait nu meer om tijd nemen voor jezelf, bewust de eenzaamheid opzoeken, jezelf ontdekken.’



Onrealistisch
Het concrete verhaal begon met een enkel beeld, vertelt Antoniak: ‘Na de dood van mijn man heb ik al zijn bezittingen weggegooid. Zijn hele leven lag letterlijk op straat. Vanuit mijn raam zag ik hoe voorbijgangers op de stoep de spullen doorzochten en dingen meenamen. Dit beeld heb ik gebruikt voor de openingsscène van de film. De situatie zette mij aan het denken: onze spullen zijn een verlengstuk van onszelf, maar omgekeerd geldt dat ook: wij zijn een verlengstuk van onze spullen. Als je ziet wat voor boeken iemand leest, naar wat voor muziek iemand luistert, wat voor kleding iemand draagt, kun je je een vrij heldere voorstelling van die persoon maken. Stel nu eens dat iemand symbolisch zelfmoord pleegt door al zijn spullen weg te gooien, en dat je verder niets weet over zijn verleden. Hoe kun je zo’n persoon dan leren kennen? Kun je die persoon vertrouwen, vriendschap sluiten, van zo iemand houden? Dat idee wilde ik onderzoeken. Daarom laat ik in de film zo min mogelijk los over het verleden van de personages. Ik wilde dat je als kijker niet meer zou weten dan de personages zelf. In films wordt vaak alles verklaard, terwijl dit niet realistisch is – in het leven moet je vaak gissen waarom mensen dingen doen, zelfs als je ze al twintig jaar kent. Als ik aan het begin van de film had uitgelegd wat de vrouw precies had meegemaakt, zou je heel anders naar haar kijken. Dat zou een beetje gemakzuchtig zijn, vind ik.’

Ze gedraagt zich wel vrij extreem, wat het moeilijk maakt snel sympathie voor haar te voelen.
‘Het grappige is dat ik de film inmiddels in heel veel verschillende landen heb laten zien, en overal wordt op twee manieren op haar gereageerd. Vrouwen vinden haar geweldig: niet hard, maar sterk, een vrouw met karakter. Het zijn altijd mannen die moeite met haar hebben: waarom is ze zo onsympathiek, zo arrogant? Ikzelf heb er nooit zo’n moeite mee als een personage niet sympathiek is, als het maar boeiend is.’

Heeft u voor uzelf wel ingevuld hoe ze zo is geworden?

‘Nee, dat heb ik bewust niet gedaan. Ik heb haar bedacht alsof het iemand zou kunnen zijn die ik in het echt zou tegenkomen, iemand die zich niet wil laten leren kennen. Met Lotte, de actrice, heb ik de rol natuurlijk wel vrij uitvoerig besproken, maar ook haar heb ik gestimuleerd niet te veel in te vullen. We hebben samen gezocht naar mogelijke benaderingen. Dat was voor haar wel een experimenteel proces, maar ook heel uitdagend.’

Waarom is als decor voor Ierland gekozen?
‘De hoofdpersoon moest ergens naartoe waar ze echt alleen zou kunnen zijn, dus het buitenland lag sowieso voor de hand. Dat gaf ons ook de mogelijkheid een buitenlandse co- producent te zoeken, wat de mogelijkheden van de film zou vergroten. Het verhaal zou zich in principe overal kunnen afspelen, maar omdat de natuur zo’n grote rol speelt, zochten we echt een sprekend landschap. Uiteindelijk kozen we voor de streek Connemara, in het noordwesten van Ierland, omdat dat zo’n verlatenheid uitstraalt. Het is helemaal geen typisch Iers landschap met glooiende groene weiden en zo, maar juist stug en desolaat, net als de hoofdpersoon. Toen we over een Ierse acteur nadachten, kwamen we unaniem op Stephen Rea. Best hoog gegrepen natuurlijk, voor een debuterend filmmakertje uit Nederland, maar we stuurden hem het script toe en daar was hij meteen enthousiast over. Hij wilde wel eerst een gesprek met mij, om mijn ideeën aan te horen, maar die vond hij blijkbaar overtuigend.’

Had u toen ook al uitgesproken ideeën over de visuele stijl van de film?
‘Iedereen begint daarover, maar voor mij is dat nooit zo’n uitgesproken punt geweest. We leven in een visuele cultuur en ik vertel nu eenmaal visuele verhalen.’



Maar er is duidelijk heel bewust nagedacht over kleur en kadrering.
‘Dat is vooral de verdienste van cameraman Daniël Bouquet, maar ik heb vooraf wel bewust met hem afgesproken dat we niet zomaar mooie plaatjes zouden gaan filmen. Elk shot moest functioneel zijn. De natuur is daar zo waanzinnig mooi, daar zou je een hele film mee kunnen vullen. Maar op de filmopleiding heb ik al geleerd dat objectieve schoonheid niet bestaat, het gaat om de context: iets is alleen mooi als het waar is. Dus het natuurschoon mocht alleen in beeld als het iets toevoegde aan het verhaal.’

Is het dan toeval dat de omgeving steeds zo mooi kleurt bij het rode haar van de actrice?
‘Ja , ik ben al een paar keer gevraagd of ik het landschap daar speciaal op heb uitgekozen, maar toen we de omgeving in augustus gingen bekijken, was alles nog groen. Toen we in oktober terugkwamen om te filmen was alles rood geworden, dat was een totale verrassing. Het pakt toevallig goed uit, maar we hadden helemaal geen budget om zo nauwkeurig te werk te gaan.’