filmjaar 2016

Jongeman is zoekende

Interview met Patrice Chéreau

Gerhard Busch ,

Een lastig mannetje, die Daniel, voor zichzelf en voor anderen. Persécution van regisseur Patrice Chéreau is net als de hoofdpersoon: stekelig, eigenzinnig en dwars.

‘In mijn hoofd ben jij mijn grote liefde. Pas als we samen zijn wordt het ingewikkeld.’ Dat zegt de fraaie Sophie ergens halverwege de film Persécution tegen haar vriendje Daniel. Hoe ingewikkeld heeft de kijker inmiddels gezien. Daniel is een lastig mannetje. Voor zichzelf, zijn vrienden en vooral voor vriendin Sonia. Daniel is het type man dat als hij ziet hoe een dik meisje in de metro door een junk in haar gezicht wordt geslagen (in de briljante openingsscène van de film), hij het meisje achterna loopt en zegt dat het haar eigen schuld is, dat ze de klap heeft uitgelokt en zich eigenlijk zou moeten afvragen waarom juist zij die klap kreeg.



Persécution is net als de hoofdpersoon: stekelig, eigenzinnig en dwars. Zoals wel meer films van de Franse regisseur Patrice Chéreau (1944). In Intimacy (2001) volgen we een man en vrouw die elkaar niet kennen, maar wel elke week afspreken om anonieme seks te hebben; en in Gabrielle (2005) zien we hoe twee echtelieden elkaar tot de grond toe afbreken.

Persécution is, juist vanwege de stekeligheid, altijd intrigerend. Want wat wil Daniel nou precies, en wie is die oudere man die Daniel lastig valt en zegt dat ie van hem houdt?

Een gek
Regisseur Chéreau geeft, via de telefoon, tekst en uitleg: ‘De film begon als een studie van jaloezie. Dat je niet kan of wil zien hoeveel een ander van je houdt, en dat de ander nooit precies dat doet waardoor je je helemaal veilig voelt. Dat verweefde ik met eigen ervaringen van een jaar of 35 geleden. Toen begon een man, een gek, mij ineens te stalken, met als verklaring dat hij verliefd op me was geworden en niet zonder mij kon leven. Met een sleutel kraste hij “I love you” in mijn auto en door een raam drong hij mijn huis binnen. Hij was behoorlijk sterk en het was nog een hele klus om hem weer het huis uit te krijgen.’

Was u bang voor hem?

‘Niet echt, want hij was erg nerveus. Het duurde alles bij elkaar een jaar of drie en ik wilde natuurlijk wel van hem af. Ik ben ook nog naar de politie geweest, maar die vroegen of hij mij geslagen had… nee, of hij dan iets van me had gestolen… nee, en of hij misschien iets kapot had gemaakt… ook niet. Dan konden ze niets doen .’

Hoe liep het af?
‘Ik zette sloten op mijn raam, zodat hij mijn appartement niet meer binnen kon komen. En hij kwam uiteindelijk toch voor de rechter, die hem verbood bij mij in de buurt te komen.’

En hij heeft u daarna nooit meer lastiggevallen?
‘Nee. Soms kom ik hem nog wel tegen, want we wonen dicht bij elkaar in de buurt. Dan zie ik hem op de stoep lopen. Maar ik mijd hem, en hij mijdt mij ook.’

Bent u niet bang dat hij u weer zal lastigvallen?
‘Nee, volgens mij is dat wel voorbij. Maar ik was wel een beetje huiverig om de film te maken, want wat als hij door het zien van de film me opnieuw zou opzoeken? Dat is gelukkig niet gebeurd. Nog niet.’

In de film neemt Daniel op een gegeven moment de gek in vertrouwen, deed u dat ook?
‘Nee, dat is de film. Het interessante was wel dat hoewel hij gek was, zijn manier van houden van iets heel zuivers had. Voor hem deed het er niet toe wat ik er van vond. Hij hield met heel zijn wezen van mij. En je helemaal verliezen in een ander is toch iets wat ik zelf altijd heb proberen te vermijden.’

Ik dacht nog heel even dat de gek een product van Daniels fantasie was…
‘Dat was een foutje in het script. Want alleen Thomas, de vriend van Daniel, ziet de gek even . Daarom denken sommige mensen dat hij niet bestaat en slechts inbeelding is van Daniel, maar dat was nooit de bedoeling. We hadden duidelijker moeten maken dat de gek echt bestaat. Maar waarschijnlijk was de herinnering aan die man zo echt voor mij, dat ik dacht dat de kijker dat ook zo zou voelen.’

U schreef het scenario voor de film met Anne-Louise Trividic, hoe ziet die samenwerking eruit?
‘Dit is al de vierde film die we samen hebben gemaakt. We schrijven de scripts in principe samen, maar de vrouwelijke personages laat ik graag aan Anne-Louise over, die begrijpt ze veel beter. En ze heeft prachtige vrouwelijke personages gecreëerd. Dat deed ze in Intimacy en Gabrielle en nu ook weer met Sonia in Persécution.’

Wat maakt Sonia zo mooi?

‘Ze is nooit conventioneel. Het is een heel onafhankelijke vrouw, met heel eigenzinnige ideeën over liefde en verlangen.’



Ze wordt gespeeld door Charlotte Gainsbourg. Veranderde dat iets aan de film?
‘Alles, omdat ze Charlotte Gainsbourg is. En een fantastische actrice. Elk woord komt recht uit haar hart.’

Ik bedoelde eigenlijk of je een script aanpast als je iemand als Charlotte Gainsbourg hebt gecast?
‘Daar was geen tijd voor. Ze kwam net van de set van Antichrist’ [de beroemde schandaalfilm van Lars von Trier waarin het personage van Gainsbourg doldraait en onder andere haar schaamlippen wegknipt, GB].

Was ze niet helemaal van de kaart?
‘Helemaal niet. Ze is heel sterk.’ Ik had het idee dat u haar in deze film bewust against type had gecast. Omdat ze normaal emotioneel overkomt en in Persécution juist zo koel en rationeel is.… ‘Misschien , misschien. Maar Charlotte is een mysterie voor mij. Een prachtig mysterie, dat wel.’

Toch is het niet haar film, de film is van Romain Duris, die Daniel speelt.
‘Dat klopt. Persécution is het portret van een jongeman die zoekende is. Ik zag Romain in De battre mon coeur s’est arrêté van Jacques Audiard en vond hem fantastisch. Ik schreef Daniel met hem in gedachten. Ik heb hem ook al heel vroeg bij het project betrokken. Ik liet hem versies van het script lezen en hij fungeerde als een soort barometer. We waren in het script op zoek naar de waarheid, iets echts, iets dieps. En dat heeft hij gevonden.’

Snapt u waarom Daniel verliefd is geworden op Sonia ?
‘Compleet. Je wordt vaak verliefd op iemand die heel anders is dan jij. En mannen die snel jaloers zijn voelen zich vaak aangetrokken tot sterke, onafhankelijke vrouwen.’

Met pijn, verdriet en problemen als gevolg.

‘Ja. Maar misschien vindt dat soort mensen het juist fijn om te lijden.’

U ook?

‘Soms… soms. Vroeger. Nu niet meer.’