nieuwe site?

Streken van meneer Vos

Interview met Wes Anderson over Fantastic Mr. Fox

Gerhard Busch ,

Wes Anderson verfilmde Roald Dahls Fantastic Mr Fox als animatiefilm, met de stemmen van onder meer George Clooney en Jason Schwartzman. Het werd een project dat drie jaar zijn leven beheerste.

De Amerikaanse regisseur Wes Anderson (Houston, 1969) is een filmauteur. Je kan meteen zien dat een film van zijn hand is. Door de onderwerpen, dialogen, en stijl. In zijn bekendste films, The Royal Tenenbaums (2001), The Life Aquatic with Steve Zissou (2004) en The Darjeeling Limited (2007), worstelt Anderson met existentialistische vraagstukken, familierelaties, en falende hoofdpersonages. Die lijn heeft hij moeiteloos doorgetrokken in zijn eerste animatiefilm, Fantastic Mr Fox.

Wat begon als een jeugdfilm over een getrouwde vos die terugvalt in zijn oude, kippenstelende streken (de film is gebaseerd op een boek van Roald Dahl), werd bij Anderson een droogkomische ode aan de eigenzinnigheid. Als titelheld Mr Fox hoort dat Mrs Fox zwanger is moet hij haar beloven te stoppen met stelen. Dat houdt hij zowaar even vol, maar na een paar jaar komt het wilde beest in hem weer boven. Mr Fox kruipt uit zijn hol, gaat bovengronds in een holle boom wonen en brengt nachtelijke bezoekjes aan de voorraadschuren van de gemene boeren Boggis, Bunce en Bean.



Wes Anderson woont afwisselend in New York en Parijs, en heeft via de distributeur beloofd om mij op 23 maart om één uur ’s middags te bellen. Klokslag een gaat de telefoon. Hoe toepasselijk voor de control freak die Anderson heet te zijn.

Eerste vraag is dan ook: hoe zit dat bij animatiefilms, heb je daar meer of juist minder controle?

Anderson: ‘Op sommige vlakken heb je meer controle. Alles gebeurt immers omdat jij dat wil. Niets gebeurt bij toeval. Zelfs het landschap ziet eruit zoals jij wil. Het probleem van animatie is dat je soms te weinig geld en tijd hebt om iets precies te krijgen zoals jij dat wil.

Heeft u een voorbeeld?
‘Ik heb geprobeerd deze film te schieten zoals ik ook een live action-film zou draaien. Maar iets wat daarbij heel simpel is, bleek soms onmogelijk om na te doen bij animatie. Zo wilden we Mr Fox een berg laten op lopen terwijl we de camera eerst met hem mee laten gaan om dan uiteindelijk van boven op hem neer te kijken. Daar heb ben we een maand over gedaan en het lukte niet. We hebben dat shot moeten weglaten, want het zag er bizar uit. Je kon veel te goed zien dat hij niet normaal liep.’

Is de film dan wel geworden zoals u voor ogen stond?
‘Het heeft heel lang geduurd om deze film te maken. Ik dacht eerst dat ik deze film er even bij zou doen, dat ik ondertussen nog een andere film zou draaien, omdat uiteindelijk de animatoren het meeste werk moesten doen. Maar er gebeurden zo veel dingen tegelijk en er waren zo veel problemen dat de film drie jaar lang mijn leven heeft overgenomen. Ik was er elke dag mee bezig. En terwijl ik er mee bezig was veranderde mijn beeld van wat de film moest worden zo vaak, dat ik niet eens meer weet wat ik ervan verwachtte… Maar ik ben er wel blij mee.’

Het scenario heeft u, net als bij al uw eerdere films, samen met iemand anders geschreven. Wat verwacht u van die ander?
‘Ik hou van samenwerken. Vooral met vrienden. In dit geval was dat Noah Baumbach, met wie ik The Life Aquatic had geschreven. Ik wist dat als wij bij elkaar gingen zitten de ideeën vanzelf zouden komen. Toen ik met Jason Schwartzman en Roman Coppola The Darjeeling Limited schreef speelden we hele scènes na. Met Noah deden we vooral de dialogen.’

Om te kijken of ze werkten ?

‘Ja, en om te kijken wat een personage vervolgens zou zeggen, want dat wisten we op dat moment meestal nog niet.’

Wie kwam op het idee Roald Dahls boek te verfilmen?

‘Dat idee had ik al tien jaar geleden. Ik ben toen naar de familie van Dahl [die in 1990 overleed – red.] gestapt.’



Hoe pitchte u uw plannen?

‘ Weet je, ik heb eigenlijk nog nooit een plan gepitcht. Ik wist dat niemand dat boek wilde verfilmen en ik ging er vanuit dat ik die rechten zo zou kunnen kopen . Maar de erven Dahl bleken heel voorzichtige mensen te zijn, en zeer terughoudend over wie de boeken mag verfilmen. Dus ik moest eerst langs Dahls agent, en kwam daarna bij Liccy, Dahls dochter. Ik ben met haar gaan lunchen en vertelde toen dat ik nog niet echt een plan had, behalve dat ik de film in stop motion wilde doen. Daarna hebben we nog een keer samen geluncht, maar helemaal niet over de film gepraat. En weer later werd ik door Liccy uitgenodigd in Roald Dahls huis, Gipsy House, waar ze me vertelde dat ze er wel vertrouwen in had.’

U pitchte dus eigenlijk uzelf…
(Anderson grinnikt) ‘Ja, dat kan je ook zeggen.’

Waarom dit boek?

‘Het was het eerste boek van Dahl dat ik las. Ik zal toen een jaar of acht, negen geweest zijn. Vooral het feit dat de vossen continu gangen graven sprak me aan. Later heb ik nog veel meer van hem gelezen en is hij mijn favoriete schrijver geworden.’

U voegde zelf van alles toe. Waaronder Ash, de kleine, beetje onhandige zoon van Mr Fox, en Kristofferson, zijn flegmatieke neefje. Twee geïnspireerde keuzes .
‘Jason Schwartzman en mijn broer, Eric Anderson, deden hun stemmen en het was heel grappig om te zien hoe die stemmen de personages mee bepaalden.’

Bepaalden hoe ze eruit zagen?
‘En hoe ze bewogen. Hoe ze zich gedroegen. Dat is iets wat ik pas begreep toen we al bijna klaar waren. Hoeveel de animatoren zich laten leiden door de stemmen van de acteurs en hun pesoonlijkheden. Dat is iets wat je niet kan controleren als regisseur. Je kan alles van tevoren doorspreken, elke scène uitspitten, maar als de animatoren eenmaal beginnen weten ze zelf bijna niet eens hoe het zal aflopen. Want het is niet alleen een kwestie van een poppetje van A naar B laten lopen, ze moeten het ook voor elkaar krijgen dat dat poppetje leeft. En hoe ze dat voor elkaar krijgen is iets mysterieus.’

Welk van de vosjes is u het dierbaarst?
George Clooney [Mr Fox, red.] en Jason Schwartzman deden het heel goed, maar degene die me het meest verraste was Kristofferson, waarvoor mijn broer de stem deed.’
Is dat omdat u hem kent?
‘Wellicht, wellicht was het omdat ik met hem ben opgegroeid. Haha.’

En welk van de vossen zou u willen zijn?

‘Ik denk… wel, weet je, het zou nooit kwaad kunnen om George Clooney te zijn, daar zou ik wel mee kunnen leven.’

Over Clooney gesproken, hoe heeft u hem binnengehaald?
‘We hebben hem gewoon het script gestuurd. Hij is het type dat als hij eenmaal besloten heeft dat hij iets wil doen dat ook gewoon doet. Niet veel acteurs doen dat. Sterker nog, bijna geen een. Bij de eerste opnamen van de stemmen zijn we met zo ’n beetje de hele cast naar een boerderij in Connecticut gegaan, waar we de hele film hebben opgenomen.’

Die stemmen horen we ook allemaal in de film?
‘De meeste wel. Maar omdat minstens de helft van de film herschreven werd, moesten we later weer nieuwe opnamen doen. Normaal ben je als acteur bij een animatiefilm zo’n vijf dagen bezig, maar bij deze waren die dagen verspreid over zo’n tweeëneenhalf jaar.’

En de acteurs – toch niet de minsten, want naast Clooney horen we ook nog Meryl Streep en Bill Murray – konden altijd?
‘Niet altijd. Ik moest een keer een paar nieuwe zinnen met George opnemen, maar omdat hij de volgende dag drie dagen op een boot zou zitten moesten we die meteen opnemen. Ik belde George en ontdekte dat hij in een hotel ergens in Florida zat. Ik gaf hem de tekst, die hij opschreef en uit zijn hoofd leerde. Hij liet de geluidsmensen van de film waar hij toen aan werkte naar het hotel komen, hield de telefoon omhoog en begon de scène te spelen. Ik regisseerde hem via de telefoon! Zei dingen als: hier ietsje sneller, en vergeet niet dat je in een supermarkt bent. En hij zei oké, en deed de scène nog eens.’


Bill Murray op de set van The Fantastic Mr. Fox

U heeft regisseren naar een geheel nieuw level gebracht…
‘Absoluut, een geheel nieuw en bizar level.’

Ik sprak onlangs met Spike Jonze en die reageerde nogal geschrokken toen ik hem zei dat ik Where the Wild Things Are, naar een kinderboek van Maurice Sendak, meer een film voor volwassenen vond. Ik zou hetzelfde over deze film kunnen zeggen.

‘Toen we begonnen dacht ik dat het een film voor kinderen zou worden, want het boek van Dahl is ondubbelzinnig een kinderboek. Maar terwijl we er mee bezig waren heb ik daar geen seconde meer over nagedacht. Ik dacht alleen maar: hoe kunnen we het nog dramatischer, interessanter, en grappiger maken.’

En persoonlijker. De film draagt heel duidelijk uw stempel. Wat in de film is persoonlijk voor u?
(stilte) ‘Je kan beter vragen, wat is NIET persoonlijk. Ik heb eigenlijk nooit iets specifieks in gedachten, maar deze film gaat over een personage dat geobsedeerd is door het feit dat hij een wild dier wil zijn. Ook al doet hij heel gedomesticeerde dingen . De climax van de film is iets wat helemaal niet in het boek van Dahl staat. '
De wolf.
‘Ja, de wolf. Dat is voor mij de climax van de film. En het heeft niets met het verhaal te maken.’

Ik kreeg er tranen van in mijn ogen.

‘O echt? (slaakt een kreetje) Dat is voor mij het meest persoonlijke moment in de film. Dat hele ding komt uit het onderbewuste, maar anyway, de wolf is dus mijn antwoord.’

En waar staat de wolf dan voor?

‘Dat wil ik liever niet zeggen. Dat is te persoonlijk . De enige manier waarop ik dat kan en wil vertellen zit in de film.’