filmjaar 2016

Terry en de vloek van Gilliam

Terry Gilliam over The Imaginarium of Doctor Parnassus

Gerhard Busch ,

The Imaginarium of Doctor Parnassus is de laatste film van Heath Ledger, die halverwege de opnamen overleed. Regisseur Terry Gilliam: ‘Heath kon alles, en werd elke dag nóg beter.’

Londen, zondag 4 oktober 2009. Het is koud in kamer 205 van het Soho Hotel, waar Terry Gilliam praat over zijn nieuwe film The Imaginarium of Doctor Parnassus. ‘Dan blijf ik beter wakker,’ zegt de 68-jarige regisseur, die doodmoe is van een wekenlange promotietour voor zijn film. Gilliam vraagt wel vaker of de temperatuur omlaag kan. ‘Weet je wie dat ook doet? David Letterman. Maar bij hem is het omdat hij van nature nogal zweet, en hij wil niet dat iedereen dat ziet.’

Gilliam reisde onvermoeibaar de wereld over, omdat Parnassus het soort film is dat wel wat hulp kan gebruiken. Een rommelige, bij vlagen geniale fantasyfilm zoals alleen Gilliam ( Brazil, Twelve Monkeys, The Fisher King) ze maakt. Het is ook de veelbesproken laatste film van acteur Heath Ledger, die halverwege de opnamen overleed, waarna zijn rol werd overgenomen door drie bevriende collega’s: Johnny Depp, Jude Law en Colin Farrell.

De Parnassus uit de titel is een oude man die in het Londen van nu vergeefs op zoek is naar publiek voor zijn fantasievolle verhalen. Met zijn fraaie dochter Valentina, spreekstalmeester Anton, de dwerg Percy en de mysterieuze Tony (Heath Ledger) vormen ze een door de tijd ingehaald reisgezelschap. Als in Alice in Wonderland kom je door een spiegel in hun rammelende reiswagen in een parallelle fantasiewereld terecht. Die bonte wereld , met surrealistische luchtballonnen gemaakt van reepjes mensengezicht, lijkt wel wat op de geanimeerde sketches die Gilliam ooit maakte voor Monty Python’s Flying Circus, de serie die op de dag dat we in Londen zijn precies veertig jaar geleden voor het eerst op televisie werd uitgezonden.



Op de bbc is er die zondagavond daarom een Python-avond, maar Gilliam weet van niets. En het doet hem weinig. ‘Het is vooral schokkend en zelfs deprimerend dat er sindsdien alweer veertig jaar voorbijgegaan is. Wat heb ik al die tijd gedaan met mijn leven?’

Rampspoed
Wat hij heeft gedaan? Gilliam maakte nadat de leden van Python begin jaren 80 uit elkaar gingen negen films, en vrijwel elke film was omgeven door controverse, rampspoed of ruzie. Gilliam lag in de clinch met studio’s, geldschieters en het lot. De problemen die zich bij projecten van Gilliam steevast opstapelden waren zo onevenredig groot, dat er in Hollywood al gesproken werd van de Gilliam Curse .

Met Parnassus hoopte Gilliam te kunnen breken met die vloek. ‘ Voor het eerst in lange tijd heb ik zelf weer meegeschreven aan een script. En ik heb er alleen dingen in gestopt die dicht bij me stonden. Het begon met een beeld. Van een enorme houten reiswagen. Iets uit een andere tijd. En die wagen rijdt door de straten van het Londen van nu.’

Dat Londen komt er bij Gilliam niet best vanaf. De bewoners zijn lomp, dom en totaal niet geïnteresseerd in Parnassus’ verhalen. ‘Het probleem van Londen is dat iedereen hier geobsedeerd is door geld. Iedereen kijkt op tegen de zakenjongens in de City, en bij hun draait alles om geld. Maar ik heb Londen ook gekozen omdat ik daar woon en zin had om lekker dicht bij huis te werken. Alles was er op gericht dat dit een heel relaxte shoot zou worden.’

Gilliam laat die laatste zin volgen door een hartgrondige hoonlach. Het bruggetje is duidelijk: door de vroegtijdige tragische dood van hoofdrolspeler Heath Ledger, halverwege de opnamen, was het immers een allesbehalve relaxte shoot geworden. Had de vloek toch weer toegeslagen.

Machteloos
Vooraf aan het interview was me door de pr-mensen op het hart gedrukt niet te vaak over Ledger te beginnen. Gilliam had in de afgelopen weken wel zo’n beetje alles gezegd wat hij daarover kwijt wilde. De twee kenden elkaar sinds Ledger meespeelde in Gilliams The Brothers Grimm (2005) en het klikte zo goed dat de Australische acteur Gilliam als een tweede vader beschouwde. Ik besluit daarom Gilliams bruggetje – nog – niet over te gaan en hem eerst te vragen naar de opvallende gelijkenis tussen Doctor Parnassus en Gilliam zelf. Want Parnassus is een tragische held. Hopeloos verouderd en volslagen machteloos.




‘Ben ik Steven Spielberg? Ben ik George Lucas? Nee! Ik bén ook machteloos. Als het mijn doel was om de hele wereld verhalen te vertellen, dan slaag ik daar, in tegenstelling tot Spielberg en Lucas, niet al te best in. Zijn zij daarom de vijand? Nee. Ik vind Steven een briljante filmmaker, maar zijn verhalen zijn niet goed. Nee, niet de verhalen zijn slecht, de ideeën daarachter zijn niet goed. En van Lucas zijn ook de verhalen slecht geworden. Haha.’

Hoewel Gilliam zich wel eens een roepende in de woestijn voelt, denkt hij niet aan ophouden. ‘Als je een bepaald talent hebt, en je bent in de positie daar iets mee te doen, dan heb je geen keus. Ik wil mensen aanzetten hun verstand én fantasie te gebruiken. Niet door ze te vertellen wat ze moeten denken, maar dát ze moeten denken.’

Leugenaar
In de film heeft Doctor Parnassus de hulp nodig van de gladde prater Tony om een publiek aan zich te binden. ‘Tsja, Parnassus heeft meer gemeen met Tony dan hij zou willen. Hij is niet altijd die rechtschapen monnik geweest zoals hij zich nu voordoet. Ik denk dat hij vroeger een sjacheraar is geweest en van alles heeft gedaan om hogerop te komen. En dat herkent hij in Tony.’

Tony dankt zijn naam aan de Britse oud- premier Tony Blair. ‘Aaahhh… Blair. Een briljante spreker, charmant én een leugenaar. Met de kanttekening dat Blair zelf geloofde in zijn leugens. Ook Tony gelooft in wat hij zegt, en juist dat maakt hem gevaarlijk. Maar al is Tony misschien het type Blair, verder gaan de vergelijkingen niet op. Dit is geen politieke film.’

Met Tony, gespeeld door Heath Ledger, komen we uiteindelijk toch bij het krampachtig vermeden onderwerp. Vermoeid, en toch weer oprecht aangedaan steekt Gilliam van wal: ‘Natuurlijk was het moeilijk om door te gaan, maar we hadden weinig tijd. We moesten iets doen, anders was alles in elkaar gestort. Te veel mensen om me heen zeiden dat we door moesten gaan. Dat we het moesten afmaken voor Heath. Dat heeft me er echt doorheen gesleept, want ik had zelf grote twijfels. Geen morele bezwaren, maar ik vroeg me af of we de film goed genoeg konden maken om Heaths laatste film te kunnen zijn.’



Gewicht
Met veel kunst- en vliegwerk lukte het Gilliam & Co om drie goede vrienden van Heath zo ver te krijgen dat ze hun agenda’s overhoop haalden en de rol van Tony overnamen. ‘Ik had er drie nodig, want ik wist dat niet één acteur Heath zou kunnen vervangen. Omdat hij onvervangbaar is, en omdat het niet in het verhaal in te passen was. Maar als we hem, telkens als hij door de spiegel stapte een ander gezicht gaven, kon het wel. En zo kwam ik uit op drie verschillende acteurs.’

Of het aan de voorbereiding van die drie heeft gelegen, of simpelweg vanwege een verschil in talent, verreweg de meeste indruk in de film wordt gemaakt door Heath Ledger. Beaamt ook Gilliam: ‘O ja, Heath was buitengewoon. Ik wist dat ik met hem elke film zou kunnen maken die ik maar wilde. Heath kon alles, en werd elke dag nog beter. Hij oogt zo op zijn gemak, zo zelfverzekerd. Alles wat hij doet doet hij met een zekere gravitas, alles heeft gewicht. Je gelooft hem altijd. En hij ziet er ook uit als een filmster. Ik heb deze film alleen kunnen maken omdat Heath zijn naam er aan verbond. Ik weet nog dat hij, toen hij het script had gelezen en ja had gezegd , op mijn vraag waarom hij ja had gezegd antwoordde: “Omdat ik het verhaal dat ik net gelezen heb wil zien.” En het ironische is dat uitgerekend hij de film nooit zal zien.’