filmjaar 2016

De L van Leren

Tijgerkandidaat L van Babis Makridis

Naomi den Hollander ,

L, het lichtabsurdistische speelfilmdebuut van de Griekse regisseur Babis Makridis, gaat over een man die in zijn auto woont en elke dag honing moet halen voor een narcolepsiepatiënt. Tot er een snellere chauffeur komt en hij zijn baan verliest.

Idee?
‘Een vriend van me stuurde me een verhaalaanzet over een man die doelloos rondrijdt over de Griekse snelwegen. Dat idee hebben we uitgewerkt tot een eerste scenario en herschreven tot het naar onze zin was. L heeft een simpel, abstract verhaal. Aanvankelijk ging de film over naïviteit, en het zoeken van aansluiting bij groepen, maar langzaam maar zeker is de nadruk meer komen te liggen op het doorgaan met leven en nieuwe dingen uitproberen.’

Titel?
‘Er zijn meerdere interpretaties mogelijk. Sommigen denken dat L voor de naam van de man staat. Ik zie het zelf meer als de L van leren – ken je die blokjes met een witte hoofdletter L boven op lesauto’s? Daar verwijst het naar. Omdat de man in de film nieuwe dingen moet aanleren om door te gaan met zijn leven. Hij stapt letterlijk uit zijn comfort zone, zijn auto, en probeert een nieuwe levenswijze aan te leren door te gaan motorrijden.’

Invloeden?
‘Ik denk dat je door een combinatie van dingen wordt beïnvloed in alles wat je doet. Cinema, boeken, muziek. Ik vind filmmakers als Ari Kaurismaki en Nikos Papatakis erg goed. En de schrijver Samuel Beckett is een grote invloed, zijn manier van schrijven en  zijn humor.’

Ambities ?

‘Als ik aan het filmen ben, probeer ik alle besef van tijd en ruimte te verliezen. Dat vind ik heerlijk, en ik hoop dat ik die kans nog vaak zal krijgen. Ik heb diverse ideeën voor scenario’s, maar die zitten allemaal nog in de ontwikkelingsfase. Voorlopig richt ik me op L, die nog op diverse festivals te zien zal zijn.’

Filmen in Griekenland?
‘Zelfs voor de economische crisis in Griekenland had de filmindustrie het moeilijk. Toen kon het maanden, zelfs jaren duren voor je subsidie kreeg. Als je nu een film wilt maken, hoef je nergens op te wachten: van de overheid krijg je niks, het geld is op. Dus zul je je projecten grotendeels zelf moeten financieren. Je vraagt aan je vrienden of ze mee willen doen; niet voor het geld , maar voor de kunst. En eigenlijk gaat dat verrassend goed, je merkt het op de set. De crew wordt een soort familie die met liefde en passie samenwerken aan de film.’