nieuwe site?

Filmen uit noodzaak

Victor Kossakovsky hoofdgast op IDFA 2012

Ronald Rovers ,

Victor Kossakovsky, de veelvuldig bekroonde maker van Tishe! en ¡Vivan las Antipodas! is hoofdgast op IDFA. ‘Ik film alleen als het van levensbelang is.’

In 1980 ging de Russische filmmaker Victor Kossakovsky mee met een expeditie naar de Noordpool. Op een avond, terwijl de ijsbreker door het poolijs beukte, vertelde een van de mannen dat zijn vrouw op dat moment op Antarctica werkte en dat hij fantaseerde hoe een rechte lijn door de aarde hen bij elkaar bracht. Kossakovsky herkende meteen de kracht van dat beeld, vertelt hij.

Twintig jaar later schoot het hem te binnen toen hij in Argentinië een oude man zag vissen en de visdraad in gedachte door de aarde zag lopen. Dat beeld van twee geliefden op de polen leidde uiteindelijk tot ¡Vivan las Antipodas!, een prachtige film over tegenover elkaar gelegen plekken op aarde.

Toeval
Bijna altijd beginnen zijn projecten met zo’n beeld, vertelt hij telefonisch vanuit Sint Petersburg. Iets toevalligs. Toch vertonen die toevalligheden een eigenaardige samenhang. Of misschien dwingt de filmmaker die af, want de Rus werkt volgens strikte regels.

Neem die enorme walvis die Kossakovsky in ¡Vivan las Antipodas! dood op een strand in Nieuw Zeeland vindt, waarna hij aan de andere kant van de wereld in Spanje een enorme steen tegenkomt in precies diezelfde vorm. Of neem het logo van zijn bedrijf dat hij al vanaf zijn eerste film Belovy voert. Dat is een bewerkte afbeelding van de allereerste foto ooit gemaakt, ‘ View from the Window at Le Gras’ uit 1827.

Jaren later beleefde Kossakovsky zijn grote doorbraak met de documentaire Tishe, waarin hij een camera uit het raam van zijn appartement richtte en de maanden voortslepende absurde lamlendigheid van de wegwerkzaamheden voor z’n deur vastlegde. Zonder script, gewoon door te kijken.


Tishe
‘Filmmaken moet een noodzaak zijn,’ zegt hij met zijn gebruikelijke en aanstekelijke pathos. ‘Anders doe ik het niet. Natuurlijk kan ik elke dag een film maken. Maar dat wil ik niet. Alleen als ik echt niet zonder kan, als zo’n eerste beeld maar door m’n hoofd blijft spoken, als ik niet weet wat ik ga vinden. Want als je al weet wat je gaat vertellen, moet je leraar worden. Als je iets wil vertellen in woorden, moet je sowieso niet filmen.’

Dat gebeurt volgens de Rus veel te vaak. ‘Er zijn veel te veel films. Drieduizend films kreeg IDFA dit jaar ingestuurd! Niet te geloven toch? Absolute idiotie! Als filmmakers graven we zo ons eigen graf.’

Uniek

Dus wat te doen? ‘Simpel. Heel kritisch zijn. Vraag je af of een film nodig is . Is hij voor jou als maker cruciaal om verder te komen in je leven? Heb je iets unieks te vertellen of kan een ander dat net zo goed?’ Wat heeft hij zelf voor unieks te vertellen?
‘Ik probeer te begrijpen hoe deze wereld waarin wij leven ontstaan is. Ik zie mezelf als een wetenschapper met een camera die probeert te begrijpen wat een mens is. Niet de Russische mens of de Engelse mens maar een mens als onderdeel van de soort. Daar wil ik over leren. Ik wil van mijn films leren. Anders ben je gewoon op zoek naar de bevestiging van je eigen ideeën.’

‘Van Vivan Las Antipodas leerde ik bijvoorbeeld twee dingen. Eén: natuurlijk moest het een documentaire over mensen op verschillende plekken op aarde worden, maar tijdens het filmen verschenen steeds meer dieren in het frame. Een walvis, condors, katten, schapen, honden. Het drong tot me door dat vanuit de planeet gezien, wij mensen niets meer waard zijn dan die dieren. Niets meer waard dan de stenen zelfs.


Vivan las antipodas!
Twee: hoe verder je in een land van de hoofdstad komt, hoe makkelijker het wordt om aardige mensen te vinden. En als je nog verder gaat, kom je oorspronkelijke mensen tegen. Ik weet niet hoe ik ze moet noemen. Authentieke mensen. Zonder al die maskers die we opzetten als wij mensen bij elkaar gaan staan.’

Huilen

Kossakovsky’s overgave voor z’n werk is meteen duidelijk voor iedereen die hem tegenkomt. Die vraagt hij ook van anderen. Elke documentaire kostte hem een vriend, vertelt hij in de documentaire Where the Condors Fly, die Carlos Klein over de totstandkoming van Vivan las Antipodas maakte en die tijdens IDFA in het Panorama-programma te zien is. Daarin is ook te zien hoe hij twee keer ontzettend moet huilen. Een keer achter de camera bij de opname van een lied dat door een groep Russische vrouwen wordt gezongen en een keer in de studio als de muziek voor de soundtrack gekozen moet worden.

‘Ik keek naar die vrouwen en ik zag het lot in hun gezichten getekend. Daar gaat het lied ook over dat ze zingen. Ze leken blij en misschien waren ze dat ook wel, daar zo samen, maar ze hadden bijna allemaal hun mannen al jong aan de alcohol verloren. Ik zag dat allemaal voorbijkomen, hun geschiedenis, hun verdriet en ik besefte dat ik niks voor ze kon doen, dat dit zo was en niet anders zijn kon. Dat dit hun lot was.’

‘In de studio zochten we muziek bij de scène met de dode walvis. En de man die de muziek deed , dacht dat een trieste scène ook trieste muziek nodig heeft. Dat is een enorme misvatting. Het voelde alsof ze op dat moment bezig waren mijn film te vernietigen. Daarom huilde ik. Ik wilde die muziek niet zo pathetisch hebben. Toen heb ik heel hard voor mijn film gevochten. Dat heeft me verschrikkelijk veel energie gekost en ik heb dicht tegen een hartaanval aan gezeten.’