filmjaar 2016

Kom binnen, kom kijken

Interview met EYE- directeur Sandra den Hamer

Han Ceelen ,

Het nieuwe filmmuseum EYE moet een ode worden aan de film in al zijn verschijningsvormen, aldus directeur Sandra den Hamer.

Het zal toch niet waar zijn, dacht Sandra den Hamer toen ze een maand geleden onverwacht in het ziekenhuis werd opgenomen met een zware buikinfectie. Even vreesde ze de opening van ‘haar’ EYE te moeten missen. Maar die angst bleek gelukkig ongegrond. Vier weken later is Den Hamer weer hersteld, al staat ze nog wat wankel op haar benen. Daarom vindt het gesprek plaats in haar woonplaats Utrecht, en niet in het nieuwe filmpaleis, waar we eerder op de dag een rondleiding hebben gekregen. Den Hamer is reuze benieuwd naar de laatste ontwikkelingen: ‘Hoe was het? Hoe ver zijn ze met inrichten? Joh, je wilt echt niet geloven hoe graag ik er weer naartoe wil.’

Begin 2007 kreeg Den Hamer, toen directrice van het International Film Festival Rotterdam, het aanbod om EYE te gaan leiden. Dat heette destijds nog gewoon het Filmmuseum, en was gevestigd in een prachtig, maar veel te klein gebouw in het Vondelpark. Aan Den Hamer de taak om de verhuizing te begeleiden naar een nieuwe locatie in Amsterdam-Noord, pal aan het IJ.


Eye exterieur (@René den Engelsman)

Het bleek naar goede Amsterdamse gewoonte een tijdrovend en ingewikkeld karwei. Niet alleen moesten er nog miljoenen bij voordat de bouw gestart kon worden, ook moest er in opdracht van het Ministerie van OCW gefuseerd worden met andere filminstellingen, en dienden forse bezuinigingen op de culturele sector te worden getrotseerd. Turbulente tijden, maar vijf jaar later staat er dan toch, in haar eigen woorden, een ‘prachtig, spectaculair gebouw’, dat zijn gelijke in de mondiale filmwereld nauwelijks kent .

Een moment om trots te zijn, vindt Den Hamer. Tegelijk beseft ze dat het echte werk nu pas begint. Want gaat het publiek de oversteek naar Noord wagen? Ruim tweehonderdduizend betalende bezoekers heeft het nieuwe EYE jaarlijks nodig om uit de kosten te komen. Dat zijn er fors meer dan voorheen. Maar Den Hamer is vol vertrouwen: ‘In Rotterdam haalden we dat aantal in elf dagen. En het nieuwe filmmuseum is natuurlijk volstrekt niet te vergelijken met zijn voorganger. Dit is niet zomaar een verhuizing. Dit is een extreme make-over . In het Vondelpark hadden we twee kleine zaaltjes, en nauwelijks een publieke functie. Dagelijks moesten we buitenlandse toeristen teleurstellen die vroegen wat er in het museum te zien was. In het nieuwe gebouw wordt het medium film in al zijn verscheidenheid en glorie getoond.’

Bezoekers kunnen daartoe in de eerste plaats terecht in de vier filmzalen. De grootste (315 stoelen) gaat dienen voor premières en populaire arthousefilms als The Tree of Life of The King’s Speech. In de zaal staat ook een orgel, en er is ruimte voor een orkest. In de overige zalen (twee keer 130 stoelen, een keer 67) is plaats voor klassiekers, stille films, jeugdvoorstellingen, debatten en lezingen.

Ook zegt Den Hamer speciaal te willen programmeren voor het publiek uit Noord, waar EYE de enige bioscoop is. ‘En voor elke voorstelling geldt: het moet altijd meer zijn dan alleen een film kijken. Dus je krijgt er een inleiding bij, kinderen een lespakket of een feestje, of een film wordt ingebed in een serie.’

Maar filmvertoningen zijn lang niet de enige troef van EYE. Hart van het gebouw is de reusachtige arena, een ruimte met panoramisch uitzicht op het water. Hier komt onder meer een café-restaurant. De ruimte is vrij toegankelijk, en moet een publiekstrekker worden voor Amsterdammers, toeristen en dagjesmensen.

Den Hamer: ‘Film is ooit begonnen op de kermis. Dat gevoel van “kom binnen, kom kijken” willen we in ons gebouw terugbrengen. Het moet een open huis worden, een plek waar je graag komt. De bezoeker moet niet denken: ik ga morgen om half negen naar de film. Nee: je gaat naar EYE, eet misschien wat, en kijkt wat er te zien is.’

Veel verwacht Den Hamer ook van de 1200 vierkante meter metende tentoonstellingsruimte, waar jaarlijks vier exposities zullen worden georganiseerd. ‘Die biedt ons de kans om mee te spelen in de eredivisie van filminstituten en musea voor moderne kunst. Zo’n Tim Burton-tentoonstelling in het MoMA in New York, dat vonden we allemaal geweldig, maar daar hadden we geen plek voor. Nu dus wel. Je kunt straks naar het Van Gogh, naar het Rijks, maar je kan ook naar EYE.’

Den Hamer koos bewust niet voor een vaste tentoonstelling over bijvoorbeeld de geschiedenis van de film. ‘Dat soort filmmusea zijn er al genoeg in de wereld. Je kunt ze zo uittekenen: de eerste camera, borden tekst over de gebroeders Lumière. Wij willen onze bezoeker steeds opnieuw verrassen, en willen het medium film op een niet-statische manier laten zien. Natuurlijk krijg je op onze exposities affiches en foto ́s te zien. Maar vooral ook zoveel mogelijk de kunst zelf, de film, het bewegend beeld. Ik heb de Stanley Kubrick-tentoonstelling die wij deze zomer gaan brengen eerder bezocht in Parijs, en daar lag de nadruk nogal op artefacten. Maar wat ik veel interessanter vond was een ruimte waar je je kon onderdompelen in de films zelf en luisteren naar een compilatie van muziek uit zijn oeuvre.’

Om de kosten te drukken wil EYE de tentoonstellingen waar mogelijk in coproductie maken met instellingen elders in de wereld, zoals het British Film Institute en de Cinémathèque Française. Voor de derde expositie over animator Oskar Fischinger wordt samengewerkt met het Center of Visual Music in Los Angeles, dat gespecialiseerd is in experimentele animatie. Zelf zet EYE zijn expertise in voor een expositie over Johan van der Keuken, die in 2013 klaar moet zijn. Den Hamer: ‘Het is de bedoeling dat die tentoonstelling vervolgens ook op reis gaat.’

Niettemin wordt de exploitatie van het nieuwe gebouw onder de huidige economische omstandigheden een flinke klus, beseft Den Hamer. ‘Onze kosten gaan flink omhoog, van zeven naar twaalf miljoen per jaar. Dat betekent dat we fors meer eigen inkomsten moeten gaan genereren. Een deel van dat geld zal komen uit de kaartverkoop en de horeca. Maar we zullen ook meer ondernemerschap tonen. Vanavond organiseren we, helaas in mijn afwezigheid, een feestelijk event met veel bekende acteurs en actrices voor het U&EYE-fonds, een fonds voor particuliere investeerders. Ook zetten we zwaar in op zaalverhuur voor bijeenkomsten, feesten en partijen.’

Daarnaast is Den Hamer nog steeds in gesprek met staatssecretaris Halbe Zijlstra over een verhoging van de rijkssubsidie. Die was ooit toegezegd door zijn voorganger, maar het is nog altijd niet duidelijk of het geld er komt. ‘In zijn laatste brief aan de Raad voor Cultuur heeft hij toegezegd daarover snel een besluit te nemen. Wij zouden het vreemd vinden als dat besluit niet positief is, want we zijn dit hele avontuur jaren geleden aangegaan samen met het ministerie van OCW en de gemeente Amsterdam.’

Het wordt dus spannend de komende tijd. Maar in plaats van te focussen op de gevaren van de crisis, bekijkt Den Hamer de zaken liever van de zonnige kant. ‘Ik ben vooral ontzettend blij dat het allemaal gelukt is. Vlak voor we gingen bouwen, bleek dat de bouwkosten hoger uitvielen dan oorspronkelijk begroot. Dat hebben we met heel hard duwen en trekken met OCW, de Gemeente Amsterdam en ING weten op te lossen. Het is eigenlijk een wonder dat het gebouw er staat.’