filmjaar 2016

Vader drinkt

Benh Zeitlin over Beasts of the Southern Wild

Gerhard Busch ,

Beasts of the Southern Wildregisseur Benh Zeitlin raakte verslaafd aan de cultuur van Louisiana.

‘Mensen daar nemen je zoals je bent.’ De hit van het afgelopen Sundance Festival – het festival voor de onafhankelijke film in Park City, Utah – was Beasts of the Southern Wild van de jonge regisseur Benh Zeitlin (1982). Een magisch- realistische film over het zesjarige meisje Hushpuppy en haar alcoholistische vader, die weigeren het langzaam onder water lopende deltagebied van de Mississippi te verlaten.



Benh Zeitlin : ‘In april 2006, acht maanden na de ramp met orkaan Katrina, ben ik naar Louisiana gegaan om daar een korte film te maken, Glory at Sea. Die plek beviel zo dat ik besloot te blijven.
Waarom? Daar gaat Beasts of the Southern Wild over. De nederzetting in die film, de Bathtub, is geen bestaande plek, maar staat voor mij voor de cultuur van Louisiana, waar ik inmiddels aan verslaafd ben. Het is vooral het gebrek aan oordelen dat me bevalt. Mensen daar nemen je zoals je bent. Zelfs als een vader drinkt. Natuurlijk vinden ze het belangrijk hoe je je kinderen opvoedt, maar fouten worden er sneller vergeven.
Ik vond het trouwens belangrijk dat hij dronk en ook bleef drinken, omdat het dan moeilijker is om begrip voor hem te blijven opbrengen. Ik heb een hekel aan films waarin iemand in de tweede akte theatraal zijn fles leeggiet boven een wasbak en vervolgens een beter mens is. Niemand in de film had hiervoor geacteerd. En iedereen komt uit Louisiana.
Dwight Henry, die de vader speelt, is eigenlijk bakker. Hij sliep tijdens Katrina en toen hij wakker werd stond New Orleans onder water. Vervolgens heeft hij een noodkamp opgericht en zo ’n 300 mensen opgevangen.


We dachten eerst dat de vader door een professional gespeeld moest worden, omdat het zo’n zware rol is, maar daar zijn we van teruggekomen. Omdat Mister Henry zo goed klikte met de zesjarige Quvenzhané Wallis, die Hushpuppy speelt. Want zij stond als eerste vast.
Toen we haar hadden gevonden, veranderde de film enorm van toon. Aanvankelijk wilden we een komedie maken, omdat we dachten dat we nooit een meisje zouden kunnen vinden dat de moeilijke momenten in de film emotioneel geloofwaardig kon maken. Maar dankzij Quvenzhané konden we toch de diepte in.’