filmjaar 2016

Ritme van de jaren zeventig

Interview met Guillaume Canet over Blood Ties

Gerhard Busch ,

Blood Ties gaat over twee broers, een politieman en een crimineel. De Franse regisseur Guillaume Canet hermaakte een Frans misdaaddrama uit 2008 in Hollywood. ‘Heel opwindend. En heel anders dan wat ik in Frankrijk gewend ben.’

Opvallend aan het lijstje met films die dit jaar in de hoofdcompetitie van Cannes draaiden – naast natuurlijk Van Warmerdams Borgman, maar daar hebben we inmiddels genoeg over gezegd en geschreven – was het feit dat twee films die zich afspelen in de vs – Jimmy P. en Blood Ties – waren gemaakt door Franse regisseurs. Opvallend, want Franse regisseurs aarden in de regel niet in de Nieuwe Wereld. En dat terwijl Hollywood altijd gek is geweest op niet-Engelstalige regisseurs.

Het wemelt in de Hollywoodhistorie bijvoorbeeld van regisseurs uit Duitsland ( Ernst Lubitsch, Fred Zinnemann en recenter Roland Emmerich en Florian Henckel von Donnersmarck), maar ook uit Oost-Europa ( Milos Forman), Azië ( Ang Lee, John Woo, Chen Kaige), en, inderdaad, uit Nederland ( Paul Verhoeven en Jan de Bont). Filmstudio’s die op zoek waren naar regisseurs die hun verhalen net iets anders wisten te vertellen keken graag over de grens. En toch kwamen ze zelden uit in Frankrijk.



Een enkele keer trok een Franse regisseur wel de plas over – Louis Malle in de jaren tachtig, Luc Besson in de jaren negentig – maar meestal kwamen ze weer snel terug. Teleurgesteld en/of verbitterd. Er is voor de meeste Franse regisseurs ook weinig reden om hun land te verlaten. Dankzij het door de regering bepaalde (en betaalde) vaste quotum aan Franstalige producties bloeit de filmindustrie daar al jaren. In 2012 werden er maar liefst 279 speelfilms gemaakt. Dat is al gauw tien keer meer dan in Nederland.

Twee broers
Wellicht dat de Franse filmmakers ook last hadden van het grote-vis-in-kleine- vijver versus kleine-vis-in-grote-vijversyndroom. Ster in eigen land, onbekend in Amerika. Al zou dat ook voor de regisseurs uit Duitsland, Nederland, etc. moeten gelden. Met de belangrijke aantekening dat ze in Frankrijk gek zijn op auteurs, regisseurs die ook het scenario voor hun film schrijven. Auteurs genieten in Frankrijk een bijna goddelijke status. De Franse studio’s en producenten laten hun auteurs zo veel mogelijk met rust, want cinema is uiteindelijk kunst, en je kan een kunstenaar niet vertellen wat hij of zij moet maken.

Daar denken ze in Amerika anders over. Cinema is daar een product waar het liefst zoveel mogelijk aan verdiend moet worden. Dat kan je niet aan één iemand overlaten. En al helemaal niet aan een kunstenaar. Een script wordt in Hollywood bijvoorbeeld eerst gelezen door een agent, dan door een handvol producers, en tot slot door een studiobaas, die er allemaal hun plasje overheen doen voordat het licht op groen wordt gezet.



Die ‘bemoeienis’ stond aanvankelijk ook Guillaume Canet (1973), regisseur van het misdaaddrama Blood Ties, tegen, zo vertelde hij afgelopen mei in Cannes. ‘ Omdat mijn film Tell No One [Ne le dis à personne, 2006] het heel goed deed in Amerika, kreeg ik al snel aanbiedingen uit Hollywood. Die heb ik allemaal afgewezen. Maar mijn agent bleef aandringen en toen bedacht ik me dat als ik al een film in Amerika zou maken, dat een persoonlijke film moest zijn.’

Dat werd uiteindelijk Blood Ties. Een Amerikaanse remake van de Franse film Les liens du sang uit 2008 van regisseur Jacques Maillot, een misdaaddrama over twee broers, van wie de een bij de politie werkt en de ander een crimineel is.

Canet – die in Frankrijk bekender is als acteur dan als regisseur – speelde een van de hoofdrollen.
‘Ik was de politiebroer. En het was een heerlijke film om in te spelen. Maar ik weet nog dat toen ik het script voor het eerst las , dat meer las als regisseur dan als acteur. En ik heb het altijd gezien als een film die zich afspeelde in New York. In de jaren zeventig. Vraag me niet waarom , maar zodra ik begon te lezen moest ik aan Amerika denken.’

Rotzooi op straat
Op zich niet zo verwonderlijk, want dit type film is vaker gemaakt in Amerika. Veel vaker. Bijvoorbeeld door James Gray, wiens We Own the Night (2007) ook over twee broers aan weerszijde van de wet gaat . Canet riep nota bene de hulp van diezelfde Gray in voor het scenario. Gray moest er vooral voor zorgen dat de dialogen authentiek klonken. Iets wat voor een Fransman vrijwel onmogelijk is.

Canet wilde ook dat de jaren zeventig authentiek voelden. ‘Dat was heel belangrijk voor me. Het mocht nergens een cliché worden. Ik heb er bijvoorbeeld voor gevochten dat de auto’s er echt zouden uitzien. Dus niet alsof ze opgepoetst uit een privé-verzameling waren gehaald, maar smerig en vol deuken. En overal rotzooi op straat, zoals in de jaren zeventig in New York gewoon was.’



Voor elke buitenopname liet Canet eerst een vrachtwagen met vuilnis omkieperen. Naast vriendin Marion Cotillard en de Vlaming Matthias Schoenaerts, die Canet naar Amerika haalde, bood Blood Ties hem de kans eindelijk met Engels sprekende acteurs te werken. Dat werd een imposant lijstje, met onder anderen Clive Owen, Billy Crudup, Mila Kunis, Zoe Saldana en James Caan.

De samenwerking was, volgens de regisseur: ‘Heel opwindend. En ook heel anders dan wat ik in Frankrijk gewend ben. Daar gebruik ik vaak heel veel woorden als ik iets aan mijn acteurs probeer uit te leggen. Nu kon dat niet, want daarvoor is mijn Engels te slecht. Nu moest ik gelijk tot de kern komen.’

Traag tempo
De nadruk ligt in Blood Ties, zoals de titel al doet vermoeden, op familiebanden. Tussen de twee broers, maar ook hun relaties met hun zus en vader, en de verschillende vrouwen in hun leven komen uitvoerig aan bod.

‘Het verhaal van Blood Ties moest een Griekse tragedie zijn, Shakespeare. Net als de beste Amerikaanse films van de jaren zeventig. Toen regisseurs als Sam Peckinpah, Jerry Schatzberg, Sidney Lumet en John Cassavetes films maakten waarin er nog tijd was om de personages te leren kennen. Waarin je personages nog indringend naar elkaar kon laten kijken, en het even stil mocht zijn. Dat waren mijn voorbeelden! Mijn film moest niet het ritme van een moderne film hebben, waarin je altijd maar door door door moet .’

Dat laatste is op zich een loffelijk streven, maar het trage tempo van de film was wel een van de grootste kritiekpunten in Cannes, waar een versie draaide van 145 minuten. Inmiddels heeft Canet daar achttien minuten uitgehaald. Dat was hij voor de Amerikaanse markt altijd al van plan, maar ook in de Nederlandse bioscopen gaat de korte versie draaien. Nou ja, kort… de film duurt altijd nog meer dan twee uur. Al is het nu nog maar zeven minuten.