filmjaar 2016

‘Het kan altijd beter’

Interview: Filmanimator Erik-Jan de Boer over zijn vak

Rick de Gier ,

Animatietovenaar Erik-Jan de Boer werkte mee aan talloze Hollywoodfilms en won een Oscar voor de levensechte cgi-tijger in Life of Pi. Op het NFF vertelt hij over zijn vak. Wij belden vast even naar LA.

Uw carrière begon aan de Utrechtse kunstacademie. Hoe kwam u in Hollywood terecht?
Erik-Jan de Boer: ‘Ik volgde aan de hku een modestudie, maar tijdens mijn eerste jaar begon er net een serie lessen over computeranimatie. Dat was toen nog heel basaal en experimenteel, maar ik vond het meteen erg boeiend. Uiteindelijk kon ik stage lopen bij een special effects- bedrijf in Londen, waar ik bleef hangen en jarenlang reclamefilms maakte. Op den duur miste ik het creatievere werk, dus vertrok ik in de jaren negentig naar Los Angeles om aan speelfilms te gaan werken.’

Dat werk werd vorig jaar beloond met een Oscar, was dat een droom die uitkwam?

Lachend: ‘Nee, dat was geen directe ambitie van me. Maar het is natuurlijk wel fantastisch. En het kan zeker geen kwaad voor je carrière – ik hoef nu niet meer uit te leggen wie ik ben en wat ik doe.’

Hoe moeilijk was het om die tijger in Life of Pi te animeren?
‘Veel eerdere films waaraan ik meewerkte, zoals Babe en Stuart Little, draaiden om pratende dieren. Maar deze tijger moest fotorealistisch zijn en zich compleet natuurlijk gedragen. Bovendien werkten we in films als Babe nog met echte dieren waarvan we de monden en uitdrukkingen animeerden, terwijl de tijger in Life of Pi volledig geanimeerd is. Een valkuil is dat je zo’n dier menselijke eigenschappen wilt geven. Zelfs Ang Lee, de regisseur, vroeg daar soms om – of we hem bijvoorbeeld niet een beetje verbaasd konden laten kijken. Dan probeerden we hem ervan te overtuigen dat dat niet realistisch zou zijn.’

Special effects ontwikkelen zich razendsnel. Hoe kritisch kijkt u terug op eigen werk?
‘Het kan altijd beter; na Life of Pi had ik meteen een hele lijst met verbeterpunten. Ik was bijvoorbeeld nog niet helemaal tevreden met de weergave van de spieren onder de vacht. Ik hoop dat we ooit een realistisch mens zullen kunnen animeren,
maar dat laat nog wel even op zich wachten.’

U staat nu bekend als dierenexpert, bent u niet bang voor typecasting?

‘Nee, ik vind dat wel best. Het betekent dat ik vooral meewerk aan familiefilms . Als ik een actiefilm zie vol bloedfonteinen en afgehakte hoofden, kan ik wel waarderen hoe dat is gemaakt, maar om zelf hele dagen aan zoiets te moeten werken – geef mij dan maar een gezellige film met pratende dieren.’