filmjaar 2016

'Ik weet wat het is om te verliezen'

Bruce Dern over Nebraska

Gerhard Busch ,

Het zag er in de nadagen van zijn carrière niet naar uit dat Bruce Dern nog eens een instant filmklassieker zou afleveren. Hij deed het toch, met Nebraska.

‘Ik ben in aardig wat films behoorlijk goed geweest en heb meegespeeld in een handvol heel goede films, maar ik heb nooit in een film gespeeld die zo compleet was als deze.’ De Amerikaanse acteur Bruce Dern (1936) heeft het over Nebraska. Ik spreek de Hollywood-oudgediende ruim een half jaar nadat Nebraska in Cannes in première ging en Dern daar de prijs voor beste acteur won. Tijdens het ruim een half uur durende telefonische interview praat Dern honderduit en is hij geestig en welwillend. Hoe anders dan in Nebraska. Daarin speelt hij de zwijgzame Woody Grant, een geestelijk vermoeide en verwarde man, die net zo weerbarstig is als zijn grijze piekhaar. Woody wil per se naar Lincoln, in de Amerikaanse staat Nebraska, om daar de miljoen dollar op te halen die hem in een neploterij is beloofd. Omdat Woody zich niet laat tegenhouden, besluit zoon David maar hem te vergezellen.

Woody is een moeilijke man om aardig te vinden, en toch speelt Dern hem zo dat het onmogelijk is om niet van hem te gaan houden. ‘Dat is vooral te danken aan regisseur Alexander Payne en het script van Bob Nelson,’ zegt Dern. ‘Mijn belangrijkste opdracht in deze film was dat mensen Woody leren kennen en hem leren begrijpen. Iedereen, of ze nou in mijn land leven of het jouwe, kent wel iemand als Woody. Bij ons vinden we dat zulke mensen het beste kunnen worden opgeborgen in een tehuis. Maar zoals zijn zoon in de film zegt, Woody moet niet in een tehuis gestopt worden, hij moet iets hebben waarover hij kan dromen, iets waarvoor hij wil leven. Ik denk ook niet dat je Woody langer dan vijftien minuten in een tehuis had kunnen houden. De man heeft een missie. Hij moet die miljoen dollar ophalen! Zodat hij voor zichzelf een nieuwe pick-uptruck kan kopen en zijn twee zoons iets kan nalaten.’

Familie
Met Nebraska laat ook Dern iets na. Een instant filmklassieker. En daar zag het in de nadagen van zijn carrière niet naar uit. De acteur dook de laatste tijd alleen nog op in b-films als Swamp Devil, Coffin Baby en Tattoo. ‘Ik had ook niet gedacht dat er nog een film als Nebraska voorbij zou komen,’ bekent Dern. ‘Ik was bijna 76 toen Alexander me vroeg. En ik had meteen door dat Nebraska iets fantastisch was. Het is niet voor niets dat filmsterren als Jack Nicholson [voor About Schmidt] en George Clooney [voor The Descendants] met Alexander willen werken. Elke film die hij maakt, wordt op de een of andere manier onderscheiden.

Dern weet ook waarom. ‘Dat komt door de enorme zorg die hij aan elke film besteedt. Op mijn eerste dag op de set vertelde hij me dat 47 van de in totaal 87 crewleden aan al zijn films hebben meegewerkt. Hij heeft een familie om zich heen gevormd. En iedereen in die familie is geïnteresseerd in wat je doet. Voordat de opnamen beginnen, krijgt ieder crewlid van Alexander het script van de film, en als ze naar de set komen, hebben ze het gelezen. Zodat ze de acteurs op alle mogelijke manieren kunnen bijstaan. Op die eerste dag zei hij ook nog tegen me: “Laat maar niets zien, Bruce. Laat ons het maar vinden”.’ Daarmee vroeg Payne met zoveel woorden aan de acteur om zich te onthouden van de van hem bekende Dernsy’s. Dat zijn geïmproviseerde reacties tijdens de opnamen, die bij Dern zo vaak de film hebben gehaald, dat ze in Hollywood een begrip zijn geworden.

Veel regisseurs (vooral van de b-films) hopen stiekem op een Dernsy, maar Payne vroeg de acteur juist zich in te houden. En Dern begreep wel waarom: ‘Op papier stonden maar twee momenten waarop ik een Dernsy gebruikt zou hebben in een andere film. Dat hoefde nu helemaal niet, want de Dernsy’s stonden al in het script. De eerste is als we Woody’s ouderlijk huis in gaan en zijn vrouw zegt: “Dit is de kamer waar zijn broertje David stierf.” Waarop zijn zoon vraagt: “Weet je dat nog, pa?” Op papier stond al wat ik normaal verzonnen zou hebben en wat een Dernsy is gaan heten. Maar wat er stond was veel beter dan ik ooit had kunnen verzinnen. Er stond: “Ik was erbij.” Kom op! Dat is toch briljant? Daar hoefde ik niets meer aan toe te voegen. Later in de film zit er nog een. Als ik heel teleurgesteld in de auto zit en mijn zoon kan me niet vinden en zenuwachtig roept: “Pa, pa, waar ben je!” En ik zeg alleen: “Ik ben hier.” Acteurs kunnen een hele carrière wachten voordat ze iemand mogen spelen die zoiets kan zeggen.’

Hardloper
Steekwoord carrière. Die van Dern begon in 1960. Met bijrollen in televisieseries en westerns. Hij was de schurk die John Wayne in zijn rug schoot in The Cowboys. En daarna naar het lijk liep en nog twee keer schoot. Dat laatste was ook een Dernsy, volgens de acteur. Dern speelde in films van grootheden als Elia Kazan, Alfred Hitchcock en John Frankenheimer. Maar zelden speelde hij de hoofdrol. Meestal was hij de schurk of de sidekick. Prijzen leverde dat niet op. Hij werd in totaal twee keer genomineerd voor een Oscar. In 1978 voor zijn bijrol in het Vietnamdrama Coming Home (hij was de suïcidale echtgenoot van Jane Fonda) en nu weer, voor Nebraska.

Dat laatste is nog niet bekend als ik met hem praat , maar de prijs voor beste acteur in Cannes heeft hij al wel op zak. Of hij blij is met die prijs? Of toch ook teleurgesteld, omdat hij er vijftig jaar op heeft moeten wachten? ‘Weet je, ik ben een hardloper. Ik heb meer dan 300 marathons gelopen en ben, godbetert, nooit in de top honderd geëindigd. Ik weet wat het is om te verliezen. Maar als je een marathon loopt, kun je niet verliezen. Je verliest alleen als je de letters DNF achter je naam krijgt. Did Not Finish. En dat is me nog nooit gebeurd. Want ik leef gezond. Ik heb nooit een glas alcohol gedronken, nooit een sigaret gerookt of zelfs maar een kopje koffie gedronken. Ik ben wel tien jaar van mijn leven kwijtgeraakt aan de pijnstiller vicodin. Eind jaren tachtig kreeg ik last van mijn schouder en omdat ik wilde blijven lopen, ben ik vicodin gaan slikken. Het werd nooit te gek en ik had een goeie tijd, maar in 1999 ben ik er toch maar mee gestopt. Ik mis het soms wel, want ik kon toen naar de markt gaan en drie kwartier met de bloemiste over planten praten. En dat lukt me nu echt niet meer! Dat ik in Cannes eindelijk een grote prijs heb gewonnen is vooral goed voor het zelfvertrouwen. Het bewijst dat ik toch een betere acteur ben dan de meeste mensen altijd hebben gedacht... (en na een korte pauze) Hoewel ik dat ook niet moet overdrijven. Ik hoorde van Alexander, in een vraag-en-antwoordsessie die we een maand geleden na afloop van de film hadden, dat hij mij niet had gekozen vanwege mijn illustere loopbaan of levenservaring. Hij had mij vooral gekozen, zei hij, vanwege mijn haar! Haha.’