filmjaar 2016

‘Thijs is een lul, maar ik begrijp hem wel’

Interview met Gijs Naber over Aanmodderfakker

Gerhard Busch ,

Acteur Gijs Naber won een Gouden Kalf voor zijn titelrol in de film Aanmodderfakker. ‘Ik wil me richten op zaken die met mijn vak te maken hebben. Het verhaal en het personage.’

Grote winnaar van het afgelopen Nederlands Filmfestival was het komische drama Aanmodderfakker van Michiel ten Horn, dat maar liefst drie van de vijf ‘grote’ Kalveren won: Beste film, Beste scenario ( Anne Barnhoorn) en Beste acteur ( Gijs Naber). Dat daarmee een film bekroond werd die pas een maand na het festival wordt uitgebracht, laten we even buiten beschouwing, want de prijzen zijn zeer verdiend.

Aanmodderfakker is een hyperrealistisch meesterwerkje. Stijlvast, intelligent en op een vreemde manier aangrijpend. Dat laatste is vooral te danken aan acteur Gijs Naber (34), die erin slaagt de kijker mee te laten leven met hoofdpersonage Thijs (de ‘aanmodderfakker’ uit de titel). Geen geringe opgave, want de 32-jarige Thijs is een moederskindje dat kritiek heeft op alles en iedereen, maar zelf geen idee heeft wat hij werkelijk wil. En dan wordt hij ook nog eens verliefd op Lisa, het pas zestienjarige halfzusje van zijn zwager.

Ik spreek Naber ruim twee weken na zijn Gouden Kalf en vraag of zijn leven anders is geworden. Naber: ‘Mensen staren me na op straat, willen met me op de foto…’

Maar niet heus, toch?
‘Inderdaad. Er is helemaal niets veranderd.’

Ook niet bij jou, van binnen?
‘Ik merk het nog niet. Natuurlijk werd ik er wel heel blij van en tilt zo’n Kalf je iets op in de film- en televisiewereld. Maar ga de straat op en vraag wie Gijs Naber is. Ik wed dat het antwoord is: geen idee.’

Word jij nooit herkend op straat?
‘Nou ja, nooit... In ieder geval veel minder dan de collega’s die ook op televisie komen buiten de projecten om die ze doen. Tot nu toe doe ik niet mee aan al die tv-spelletjes, want ik heb het idee dat de kijker beïnvloed wordt door alles wat er om een acteur komt te hangen. Dat de indruk die je maakt vervlakt als je steeds te zien bent. Een vriend van mij, die waanzinnig vette stukken maakt met zijn toneelgroep De Warme Winkel, heeft eens een commercial gedaan en werd daar eindeloos mee geconfronteerd…’

Wie was dat?
Dat vertel ik niet, dan begint alles weer opnieuw! En dat gaat dan over commercials. Ik wil me vooral richten op zaken die met mijn vak te maken hebben. Het verhaal en het personage . Ik wil dat mensen daarom naar me komen kijken.’

Naar Aanmodderfakker dus. Wanneer kwam je daarbij?
‘Eigenlijk twee jaar geleden al. Toen belde producente Iris Otten me op en vroeg of ze mijn naam mocht gebruiken bij de aanvraag voor een telefilm. Ik zei: prima, leuk. En ik dacht dat het zou tof zijn als ik dat dan ook ging spelen. Twee jaar later word ik gebeld door Job Castelijn van Kemna Casting met de mededeling dat Michiel ten Horn, regisseur van De ontmaagding van Eva van End, bezig is met zijn tweede film, Aanmodderfakker. En dat hij voor de hoofdrol aan mij zit te denken. Maar ik moet nog wel even auditie komen doen . Uiteindelijk moest ik wel vier keer auditie komen doen, terwijl het toch duidelijk was dat de rol op mij geschreven was. Ik had toen wel iets van: waarom al die audities? Je weet het toch al! Maar tegelijkertijd had ik er ook wel respect voor. Omdat Michiel een heel precies beeld in zijn hoofd heeft van zijn personages en heel zeker wilde weten dat ik de juiste man was.’



Wat trok jou aan in Thijs?
‘Toen ik het script voor het eerst las, dacht ik wel: oei! Wat een eikel. Ik hoop niet dat dit een film over een eikel gaat worden. Op een gegeven moment moet je toch een bepaalde sympathie voor Thijs gaan voelen.’

Hoe doe je dat?
‘Je gunt hem momenten van zelfreflectie en zoekt soms zijn kwetsbaarheid op. Maar Aanmodderfakker leunt niet alleen op het spel van de acteurs, de film vertelt het verhaal ook in de vorm. Michiel filmt in een stripboekstijl. Elk plaatje is krachtig. Dat moet je als acteur goed begrijpen. Ik heb daar vooraf veel met Michiel over gesproken. Over wat kleur met hem doet, bijvoorbeeld. Want er wordt heel duidelijk met kleur gespeeld in deze film. De kleur van mijn t-shirt past zich bijvoorbeeld steeds aan aan de sfeer van de scène. Dat zie je niet als kijker, maar je voelt het wel.’

Begrijp je Thijs?
‘ Zeker. Het is wel een lul, maar ik begrijp hem wel. De verhoudingen met zijn familie, de mensen om hem heen, dat ken ik wel.’

De belangrijkste verhouding heb je nog niet genoemd, die met Lisa, meisje van zestien…
‘Ja, dat herkende ik helemaal niet (lacht).’

Hebben jullie het daar vooraf veel over gehad? Want zoiets kan snel vies en onsmakelijk worden.
‘Daar hebben we het zeker over gehad. Of hij nou echt verliefd was op haar en wat hij precies van haar wilde. Want Thijs moest geen pedofiel worden. Dus hebben we het gehad over wat de aantrekkingskracht voor hun beiden is. En in beide gevallen is het een soort coming of age-verhaal. Bij hem alleen veel te laat. Het scheelt natuurlijk ook dat zij het initiatief neemt.’

Michiel vertelde me tijdens het NFF dat hij nooit bang was dat het onsmakelijk zou worden, omdat Roos Wiltink, die Lisa speelt, een heel volwassen uitstraling heeft, en jij juist een heel jongensachtige.’
‘Ja, dat zei hij ook tegen mij (lacht).’

Was je betrokken bij de casting van Roos?
‘Ik heb met meerdere meisjes screentests gedaan, maar Roos had gelijk die volwassen uitstraling. Zoiets kun je niet spelen, maar dat was voor deze film wel heel belangrijk. Vooraf hebben Roos en ik ook veel gesproken over Thijs en Lisa. Over hoe we die relatie in beeld wilden brengen. Film is heel intiem en we moesten goed weten waar we in een scène de nadruk op wilden leggen. We hebben het ook over onze eigen ervaringen met verliefdheid gehad. Want als je samen bepaalde dingen gaat doen – niet dat wij in deze film zo ver gaan trouwens – dan is gevoel het allerbelangrijkst. Verder moest het maar gewoon ontstaan voor de camera.’