filmjaar 2016

Bruut en poëet

‘Als Mike Leigh me voor iets vraagt, laat ik alles meteen vallen. Ik werk al 33 jaar met hem samen.’

Gerhard Busch ,

Timothy Spall won in Cannes de prijs voor Beste acteur voor zijn vertolking van de knorrige, maar briljante Britse schilder William Turner in Mike Leigh’s Mr. Turner. ‘Een complexe, gekwelde man.’

De Britse acteur Timothy Spall was in Noord-Holland toen hij op 24 mei van dit jaar hoorde dat hij de prijs voor beste acteur had gewonnen op het filmfestival van Cannes. Hij genoot in Hoorn van een korte vakantie op zijn boot , de kanaalspits Princess Matilda. Tien dagen eerder was Mike Leigh’s Mr. Turner in Cannes in wereldpremière gegaan. De biopic over de briljante, maar knorrige Britse schilder William Turner (1775-1851) was daar lovend ontvangen en met name over het acteren van Spall als Turner raakte de verzamelde filmpers niet uitgesproken. Ook de jury was onder de indruk, want die riep Spall uit tot beste acteur van het festival. De acteur werd snel ingevlogen en onder politiebegeleiding naar de Franse badplaats gereden. Waar de 57-jarige zijn eerste echte filmprijs kreeg. Poëtische gerechtigheid voor de character actor die al vijf keer eerder voor een grote prijs was genomineerd, maar nog nooit met een beeldje naar huis was gegaan. Voor de kleine, gedrongen acteur die meestal schitterde in bijrollen en nu eindelijk de hoofdrol mocht spelen. En voor de man die ook in 1996 al werd teruggeroepen naar Cannes.Toen om mee te delen in de Gouden Palm die Mike Leigh zou krijgen voor Secrets and Lies, waarin Spall een belangrijke bijrol speelt. Dat reisje ging toen echter niet door, want op de dag dat het goede nieuws bekend werd, hoorde Spall ook dat hij een agressieve vorm van leukemie had. Hij balanceerde even op het randje van de dood, maar overwon de ziekte en stond achttien jaar later dan toch op dat erepodium. Eindelijk.

Maar dat weten we nog niet, als we de dag na de wereldpremière van Mr. Turner tegenover elkaar zitten en ik hem vraag of hij lang moest nadenken toen regisseur Mike Leigh hem vroeg om William Turner te spelen. Timothy Spall: ‘Nog geen seconde! Als Mike me voor iets vraagt, laat ik alles meteen vallen. Ik werk al 33 jaar met hem samen. Ik heb hem en mijn vrouw in de zelfde week leren kennen. Ik ben nog steeds getrouwd met mijn vrouw en heb drie kinderen met haar . En voor mijn werk ben ik getrouwd met Mike.’

U heeft zich twee jaar voorbereid op uw rol van William Turner, waarin u onder andere schilderlessen nam en talloze biografieën las. Trokken u en Leigh wel eens een andere kant op als het ging om wat voor man Turner was?

‘Nooit. Mike werkt heel goed samen. Alles komt heel organisch tot stand. En het is zo’n slimme man, dat hij ook de mensen die met hem werken slim maakt.’

Leigh vertelde me ooit dat zijn manier van werken niet voor iedereen is. Omdat hij nogal veeleisend kan zijn. Heeft u daar dan geen last van?
‘Zoals in elke relatie heb je goede en slechte momenten. Maar wij hebben heel weinig slechte momenten. Zie het als het weer: de zon schijnt nu hier in Cannes, maar dat betekent dat 200 kilometer verderop een arme ziel zeiknat wordt van de regen . Zo gaat dat in de wereld. Dat is yin-yang. De zon kan niet altijd en overal schijnen.’

Zoals altijd bij de films van Leigh werd de film ontdekt tijdens de repetities. Was William Turner makkelijk te vinden?
‘Hij bleek een behoorlijk ongrijpbaar heerschap. Er zijn heel veel boeken over hem geschreven. Daar stond wel in hoe hij eruit zag, hoe hij sprak en wat hij allemaal gedaan heeft, maar er stond niets in over zijn ziel… over de poëzie van zijn ziel. Maar met de technieken die je altijd bij Mike moet gebruiken – een mix van research, fantasie en uitproberen – kwam ik steeds dichterbij.’

Weet u nog waar en wanneer het klikte?

‘Ik weet nog dat ik tijdens de kerst van 2012 een stapel boeken over Turner meenam naar mijn boot. Ik las ze allemaal en legde de inzichten daaruit naast elkaar. Toen begreep ik ineens hoe Turner in elkaar zat. En dat werd het begin van de complexe, gekwelde man die uiteindelijk op het scherm beland is.’

Is dat ook het moment waarop de ‘knor’ begonnen is? [De in zich zelf gekeerde Turner reageert vaak met binnensmonds gegrom als hem iets gevraagd wordt.]
‘Inderdaad! Die knor staat voor het wanhopig binnenhouden van zijn gevoelens. Wat weer allemaal te maken heeft met zijn moeder. De moeder die we nooit zien in de film, maar die er altijd is. Zij was wat ze toen een lunatic noemden, een waanzinnige. In de film zit een scène met William en zijn vader waaruit je begrijpt hoeveel impact haar waanzin op de jonge William gehad heeft. En hoezeer hij en zijn vader zich schuldig voelden over het feit dat ze haar hebben weggestopt in een inrichting. Hoe dat hun levens verwoest heeft. Die pijn heeft zich vastgezet in zijn lichaam. Dankzij die pijn kon hij prachtige,emotioneel geladen schilderijen maken, maar die pijn zorgde er ook voor dat hij heel slecht met andere mensen kon communiceren. Elke knor komt uit de krochten van zijn ziel, verplaatst zich naar zijn arm en gaat dan via zijn penseel naar het doek.’

Hij drukt dat penseel heel agressief tegen dat doek, bijna als een dolk…
‘Klopt. Eerst priemt hij het penseel in het doek, maar vervolgens voegt hij daar dan een heel verfijnde streek aan toe. Hij is een bruut en een poëet.’

Net als Timothy Spall?

‘Ik heb niet de hoogmoed om dat van mij zelf te zeggen. Maar ja, ik kan soms een bruut zijn, en soms ook een prinsesje.’ ( schaterlacht).