nieuwe site?

Heimat und kein Ende

Interview: Edgar Reitz over Die andere Heimat

Maarten van Bracht ,

Aan zijn veelgeprezen Heimat-trilogie (1984-2006), een 56-uursepos over Duitsland in de vorige eeuw, knoopt regisseur Edgar Reitz (81) nu een knap slotakkoord vast: Die andere Heimat. Het fictieve Hunsrück-dorp Schabbach wordt naar 1842 overgeheveld.

Wie in Duitsland een film wil maken voor tv of bioscoop krijgt die alleen gefinancierd via Duitse tv-zenders die zich, met het oog op kijkcijfers, stevig met de inhoud gaan bemoeien. De totstandkoming van Heimat 3 was daarom een moeizame aangelegenheid. Dat nooit meer, dacht Reitz. Voor de lange bioscoopfilm Die andere Heimat kreeg hij gehoor bij Les films du losange (nouvelle vague, Eric Rohmer) in Parijs, waarna ook Arte France en Duitse zenders en subsidiegevers meededen.

Edgar Reitz: ‘Ik heb ditmaal geen last gehad van tv-zenders, een hele opluchting. Het budget was zeven miljoen euro, wat niet veel is voor een historische film van die lengte. Maar het belangrijkste: ik had volledig de vrije hand, dat geluk had ik niet eerder. Geen compromissen. Daarom is Die andere Heimat ook goed gelukt…’

Iedereen dacht na de trilogie: Reitz is 71, nu stopt hij met filmen.
‘Maar ik doe ik het nog graag! Ik heb altijd veel en graag gewerkt, anders word ik vast ziek.’

Hoe moeilijk was het om Schabbach naar 1842 te verplaatsen?
‘Geschikte filmlocaties waren op de Hunsrück niet te vinden. De gezochte armoede van toen is overal verdwenen en ook de herinnering aan die tijd is weg. Een op schaal nagebouwd dorp voldeed ook niet. Uiteindelijk ben ik naar het kadaster gestapt en zag dat in Gehlweiler het stratenplan en de grondstukken nog precies zo waren als 150 jaar geleden. Toen hebben we voor een aantal woningen nieuwe façades gebouwd en zo precies mogelijk het dorpsleven gereconstrueerd, gebruik makend van materialen en werktuigen uit die tijd. Een dorp in een dorp. Het moest zo authentiek mogelijk lijken.’

In Die andere Heimat worden de twee broers Simon concurrenten. Jakob leest boeken en bestudeert Indianentalen, in de hoop naar Brazilië te kunnen emigreren; op de Hunsrück heerst armoede en honger, er is geen perspectief. Zijn broer Gustav is een nuchtere, honkvaste werkezel. Toch zal juist hij naar Brazilië afreizen, samen met Jette die eerder een oogje op Jakob had. Die blijft noodgedwongen achter in Schabbach.

‘Die massale emigratie uit de Hunsrück was vooral het gevolg van de ingevoerde schoolplicht. Door lezen en schrijven ging er voor jongeren een wereld open. Zoals tegenwoordig migratie naar Europa het gevolg is van informatie via tv en internet. Dat is een parallel waar wij in het rijke Westen wel eens bij stil mogen staan.’

Jakob is geënt op uw overleden broer Guido, aan wie de film is opgedragen.
‘Guido nam de klokkenwinkel van mijn vader in Morbach over, is altijd alleen gebleven en kwam nooit buiten de Hunsrück. Maar zijn passie lag bij linguïstisch onderzoek naar toonhoogteaccenten in talen, zoals het Chinees en inheemse talen in Zuid- Amerika.  Buiten vakkringen wist niemand dat hij een gerespecteerd onderzoeker en publicist was.’

Bestaat nu de kans dat u zich weer op de Hunsrück vestigt?
‘Ha, ik heb inderdaad een stuk grond aangeboden gekregen en ook een droomhuis ontworpen. Maar nee, ik heb juist afstand nodig om erover te kunnen vertellen.’