filmjaar 2016

A Pigeon Sat on a Branch...

Wat de mensen daar beneden bezielt

Gerhard Busch ,

De films van de Zweed Roy Andersson vallen op door een aantal zeer herkenbare en inmiddels typerende stijlkenmerken. Zo ook zijn nieuwste: A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence.

A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence… wie verzint nou zo’n onmogelijke titel? Dat was dus de Zweedse regisseur Roy Andersson (1943). Hij presenteerde de film vorig jaar op het festival van Venetië en wilde daar wel uitleggen waarom hij juist die titel had gekozen. ‘Ik was geïnspireerd door Brueghel, die veel scènes uit het boerenleven heeft geschilderd. Heel drukke, volle doeken. Vaak zit daar dan ergens in de hoek een vogel in een boom. Te kijken naar een boerderij of een dorp. Een beetje meewarig bijna, alsof het beestje zich afvraagt wat de mensen daar beneden bezielt. Brueghel gebruikte daar kraaien voor, maar ik heb een duif gekozen. En dat heeft een heel banale reden. Ik was op een dag bezig aan het script voor de film en kwam er niet goed uit. Terwijl ik daar zat te zwoegen zag ik buiten op een tak een duif zitten en ik vroeg me af: “Wat nu als hij aan precies dezelfde dingen zit te denken als ik .” Dat vond ik een heel grappige gedachte. Vandaar de titel.’

De eigenzinnige titel past goed bij de film, die eigenlijk alleen met twee andere films te vergelijken valt: Songs From the Second Floor (2000) en You, the Living (2007). Niet toevallig beide geregisseerd door Roy Andersson . Dit drietal vormt samen een trilogie over ‘being a human being’ en de films vallen op door een aantal zeer herkenbare en voor Andersson inmiddels typerende stijlkenmerken: lange opnamen, ingehouden acteren, zorgvuldig bedachte decors, zwarte humor en absurdistische sketches die handig met elkaar verweven worden. Met als stralend middelpunt: de mens. Die zich in Anderssons universum manhaftig maar vertwijfeld en vaak vergeefs door het leven slaat.



In Venetië vroeg ik Andersson om een korte reactie op de belangrijkste begrippen uit zijn films. Te beginnen met ritme. Andersson: 'Om een scène te laten werken heb je ritme nodig. Ik noem het zelf timing.'

Humor.
'Humor is gebaseerd op de waarheid. Humor is wanneer je kunt zien wat iemand denkt. Als ik iemand zie denken, moet ik al lachen. Omdat zijn gezicht verraadt wat hij denkt. Heerlijk. Vooral als je weet welke problemen hij op dat moment heeft.'

Energie…
(stilte)

Intensiteit, is misschien een beter woord.
'Ik beschrijf mensen met onderdrukte intensiteit. Natuurlijk hebben ze die wel, maar dat past niet bij de situatie. Als je te veel intensiteit laat zien ben je naakt, weerloos. Een enkeling komt ermee weg, maar de meeste mensen krijgen dan iets tragisch. Er zitten wel een paar intense momenten in deze film. Laat me even denken… De scène waarin de koning een café binnenkomt, bijvoorbeeld. Even daarvoor komt zijn kapitein dat café binnen om alle vrouwen weg te sturen. Die kapitein is heel intens. Zijn paard trouwens ook, want de kapitein komt op zijn paard dat café binnenrijden. Dat was overigens een paard dat gebruikt wordt bij stierengevechten. Daarom is het zo wendbaar.'

Realisme.
'Toen ik begon als regisseur, maakte ik heel realistische films, maar na een jaar of vijftien was ik daar zo moe van dat ik helemaal stopte met films maken. Tot ik de abstracte kunst ontdekte. Dat was een openbaring voor me. Ik ben opgegroeid in een arbeidersmilieu en daar hielden ze van realisme, en in het bijzonder van sociaal realisme. Abstracte kunst was iets voor de middenklasse en de elite. Daar konden ze niets mee. Ik toen ook niet. Nu vind ik abstracte kunst veel interessanter, omdat het meer aan je verbeelding overlaat. Omdat het veel minder details heeft dan realistische kunst. Juist dat maakt abstracte kunst rijker.'

Schoonheid.
'Ook als ik verschrikkelijke dingen beschrijf, wil ik dat op een mooie manier doen. In de compositie en in de kleur, bijvoorbeeld. In deze film zit een scène – die met het verliefde stel op het strand – die ik heel goed gelukt vind. Het is de meest realistische scène in de film, maar hij is opgenomen in een studio. Ik heb een heel strand laten nabouwen, omdat ik alleen dan het licht beheers en mijn eigen compositie kan bepalen. Zo'n strand vind je buiten nergens. Het lijkt een beetje op wat Matisse zei over zijn schilderijen. Dat hij alles weghaalde wat niet nodig was, zodat een heel schoon en samengebald beeld overbleef. Dat is ook mijn bedoeling. Ik ben heel blij met die scène.'

Kwetsbaarheid.
'Ik hoop dat mensen uit mijn films halen dat empathie en respect voor anderen belangrijk zijn in het leven. Ik heb er een hekel aan als mensen worden vernederd. Ik wil laten zien dat iedereen diep van binnen kwetsbaar is. En dat kwetsbaarheid juist iets moois is.'

Tragedie.
'Het leven is een tragedie. Helaas, niemand van ons krijgt een happy end.'