nieuwe site?

Niet alle schrijvers zitten op zolder

Regisseur Guillermo Arriaga over The Burning Plain

Gerhard Busch ,

Na de geruchtmakende ruzie in Cannes in 2006 werken scenarioschrijver Guillermo Arriaga en regisseur Alejandro González Iñárritu niet meer samen. En dat is jammer, want samen waren ze verantwoordelijk voor de films Amores perros, 21 Grams en Babel.
Maar het leven gaat verder en Arriaga schreef een nieuw script, dat hij ook zelf verfilmde.

Van wie is een film? Van de schrijver? De regisseur? De acteurs? Voor de keuze van alle drie zijn er in de filmgeschiedenis voldoende argumenten en voorbeelden te vinden. Maar wat doet het ertoe wie het nadrukkelijkst zijn stempel op een film heeft gedrukt? Uiteindelijk wordt een film van het publiek. Toch?

Niet voor scenarioschrijver Guillermo Arriaga en regisseur Alejandro González Iñárritu. De uiterst vruchtbare samenwerking tussen deze twee Mexicanen, die resulteerde in de drie meesterwerken Amores perros, 21 Grams en Babel, kwam abrupt aan een einde toen de twee ruzie kregen over wie de grootste bijdrage had geleverd aan het succes van de films.

Volgens Iñárritu drong Arriaga zich te veel op de voorgrond. Schrijvers leveren de bouwsteentjes, maar een regisseur maakt er een geheel van. Iñárritu verbood Arriaga aanwezig te zijn bij de wereldpremière van Babel in Cannes in 2006, en sindsdien zijn de Lennon en McCartney van de cinema uit elkaar.

Met wat voor film Iñárritu , die tot dusver alleen bovengenoemd drietal regisseerde, op de proppen zal komen moet nog worden afgewacht, maar Arriaga heeft het regisseren inmiddels zelf ter hand genomen. In The Burning Plain, een complex drama over dood, schuldgevoel, en liefde, lopen verschillende verhaallijnen door elkaar, die uiteindelijk bij elkaar komen bij een door Charlize Theron gespeelde restaurant- manager, die een verschrikkelijk geheim met zich meetorst.

De nieuwbakken regisseur legt via de telefoon vanuit woonplaats Mexico-Stad uit waarom hij deze keer zelf zijn script verfilmde.

‘Ik was het aanvankelijk niet van plan. Ik had het script aan de producenten gegeven, en toen die op zoek gingen naar een regisseur stak ook ik mijn hand op.’

Waarom?
‘Omdat deze film elementen bevat die passen bij mijn vorige films. Met thema’s die belangrijk voor me zijn. Schrijven is een eenzame activiteit. Je begint met niets. Dat is mooi, want dan creëer je iets, maar het is ook fijn dat je als regisseur iets in handen hebt waarmee je aan de slag kan. En dat er mensen zijn die je kunnen bijstaan. Regisseren bleek een van de prettigste dingen die ik in mijn professionele leven heb gedaan.’

Waar begon het verhaal van The Burning Plain voor u?
‘Het is samengesteld uit veel persoonlijke herinneringen. Ik weet nog dat ik toen ik 10 jaar oud was getuige was van hoe een huis in de brand stond en dat de brandweerman tegen mij vertelde dat er nog iemand in het huis zat. Achteraf bleek dat niet waar, maar het idee dat iemand levend dreigde te verbranden maakte diepe indruk op me. Ik ben ook nooit het geluid en de geur vergeten.
Ook de scène in het maïsveld, wanneer dat vliegtuigje zo laag komt overvliegen, heb ik meegemaakt. Het vliegtuigje miste me op een meter of tien. Die verhalen kwamen bij elkaar en ik begon daar een verhaal bij te verzinnen.’

Waar u de dood aan toevoegde. Is dat uw Mexicaanse erfenis, dat u geobsedeerd bent door de dood?
‘Ik geloof niet dat het iets typisch Mexicaans is. Het heeft meer met mijn ervaringen als jager te maken. Waarin ik vaak in situaties van leven of dood terecht kom.’

Waar jaagt u op?
‘Ik heb vroeger veel op ganzen gejaagd. Tegenwoordig jaag ik met pijl en boog op herten en everzwijnen. Laatst viel een everzwijn me aan. Mijn vrienden renden hard weg, en ik moest het beest met mijn mes te lijf. Gelukkig won ik.’

U bent een schrijver! U hoort op zolder achter een typemachine te zitten…
‘(lacht) Je weet toch dat Faulkner en Hemingway jagers waren. Niet alle schrijvers zitten op zolder.’

Waarom is jagen zo belangrijk voor u?
‘Om de tegenstelling. Soms denk je: “Hoe kan ik een dier doden dat zo mooi is.” En tegelijkertijd kan je niet stoppen met jagen. Het geeft je een identiteit. Want als je jaagt ga je naar een heel eigen plek. Je volgt het dier, ziet het, doodt het, vilt het en eet het op. Het is de perfecte manier om niet van het leven vervreemd te raken, want zo sluit de cirkel zich. We leven in een maatschappij die je niet toestaat dat je de cirkel sluit. Ik ken honderden mensen die nog nooit een koe hebben aangeraakt. Ze denken dat ze puur blijven, omdat ze de koe niet zelf doden. Maar zij zijn de intellectuele moordenaars, omdat ze betalen voor het doden van het beest. Ik jaag mijn hele leven al. En ik heb nog nooit een dier gedood dat ik later niet heb opgegeten. De dood hoort bij het leven. Het heeft geen enkele zin dat te ontkennen. Door haarstukjes, plastische chirurgie, diëten, of zo. Dat zijn allemaal bizarre pogingen de dood te ontkennen.’

Veel personages in uw films gaan gebukt onder schuldgevoel. Waar komt dat gevoel vandaan?
‘Ik ben niet gelovig, mocht je dat denken. Ik zie het ook niet als schuld, meer dat je door omstandigheden even de weg kwijt bent. Een last die je moet overwinnen. Ik wil in mijn films onderzoeken hoe de mens zich onder bepaalde omstandigheden gedraagt, en in hoeverre we door die omstandigheden bepaald worden.’

U oordeelt nooit over uw personages.
‘Nee. Toen ik begon met schrijven deed ik dat nog wel, en dat vond ik zo slecht dat ik besloot nooit meer over mijn personages te oordelen, ook al veracht ik ze.’

Wat in al uw films opvalt is de non-lineaire structuur. Wat trekt u in die manier vertellen aan?
‘ Neem ons gesprek. Dat schiet ook alle kanten op. En dat is precies mijn punt. Het leven is niet lineair. Een verhaal lineair vertellen is juist gekunsteld. Bovendien lijd ik aan ADD [beter bekend als ADHD–red.]. Al van kinds af aan heb ik moeite om te begrijpen wat voor andere mensen volstrekt logisch en duidelijk is. Daar staat tegenover dat mijn manier van orde aanbrengen er voor een ander misschien uitziet als een chaos, maar voor mij juist weer volkomen helder is.’

En hoe weet u of anderen u kunnen volgen?
‘Als mijn vrouw, mijn ouders , broers en zussen het begrijpen is het goed. Ik weet nog dat ik 21 Grams door mijn vader heb laten lezen. Hij zei: “Maak je geen zorgen, zoon. Het is glashelder.” Mijn vader is 85.’

In The Burning Plain lopen drie verhalen door elkaar. Schrijft u die een voor een en maakt u daar dan later een puzzel van?
‘Nee. Alles wat je van mij hebt gezien is geschreven op de manier zoals je het hebt gezien.’

U raakt nooit in de war?
‘Nooit.’

Dat zal de ADD wel zijn…
‘(lacht) Ja!’

Tot slot de gevreesde Iñárritu-vraag. Heeft hij uw film gezien?
‘Ik hoop het, maar ik weet het niet, want we hebben geen enkel contact meer.’

De tijd heelt alle wonden.
‘Niet tussen ons. It is done.’