filmjaar 2016

Interview: BFF-programmeur Roos Stelling

'De Belgische fondsen durven risicovoller te investeren'

Roos Stelling is programmeur van filmtheater Louis Hartlooper Complex in Utrecht en het Belgisch Filmfestival. Een gesprek over het aankomende festival en de verschillen tussen de Belgische en Nederlandse filmcultuur.

U heeft de naam van het festival veranderd.
‘Twee jaar geleden zijn we begonnen onder de naam Vlaams Film Festival, met de gedachte dat Vlaanderen en Nederland buren zijn en dezelfde taal delen maar qua filmcultuur erg verschillend zijn. Dit jaar hebben we besloten het breder te trekken en ook Waalse films te vertonen, vandaar ook de nieuwe naam Belgisch Film Festival. Kijk, het publiek kent D’Ardennen en de andere grote namen wel. We willen laten zien dat er bij onze zuiderburen zeer veel verschillende films gemaakt worden. Dat we de Walen er dit jaar bij hebben genomen, dat maakt het compleet. In België zien ze dat helemaal niet zo. Ze hebben daar bijvoorbeeld een apart Vlaams en een apart Waals filmfonds. Bizar.’

Gaan we die tweedeling ook zien in de programmering van het Belgisch Film Festival?
‘Het is niet zo dat er één soort film is waarvan je zegt die is typisch Vlaams of die is typisch Waals. Belgische films zijn authentiek, gedurfd, vaak rauw. De Nederlandse filmwereld kan daar nog een hoop van leren. Daarom ligt de focus in het programma van dit jaar niet alleen op uitwisseling tussen de twee taalgebieden van onze zuiderburen, maar ook tussen Nederland en België. Zo laten we dit jaar studenten van de hku kijken naar het werk van de Belgen om de discussie te stimuleren en om van elkaar te kunnen leren.’

Wat ziet u als het grootste verschil tussen de Belgische en Nederlandse filmcultuur?
‘In België wordt veel meer vanuit de ­maker gedacht. Het belangrijkste is het hebben van een idee en de vorm die daarvoor nodig is, niet de hele rompslomp eromheen. De Belgische filmfondsen durven ook sneller en risicovoller te investeren. Felix van Groeningen, Adil El Arbi, Robin Pront, ze waren nog geen dertig toen ze hun eerste langspeelfilm konden maken. In Nederland moet je als regisseur langzaam beginnen, eerst een telefilm en dan zien we wel weer verder. De Belgen hebben wat dat betreft minder koudwatervrees.’