nieuwe site?

'Ik kan je verhalen vertellen die je niet zou geloven'

Ken Loach over I, Daniel Blake

Gerhard Busch ,

Ken Loach kreeg in Cannes de Gouden Palm voor zijn armoededrama I, Daniel Blake, over de opzettelijke inefficiëntie van de Britse arbeidsbureaus. ‘Ze hopen dat mensen zo gefrustreerd raken dat ze niet meer om steun vragen.’

De strijdbare, politieke cinema van de tachtigjarige Brit Ken Loach doet het goed in Cannes. Al decennialang worden zijn films geselecteerd voor het prestigieuze hoofdprogramma, en in 2006 kreeg hij de Gouden Palm voor The Wind That Shakes the Barley, over twee Ierse broers die het opnemen tegen het Engelse leger.

Eerder dit jaar werd daar nog een tweede Gouden Palm aan toegevoegd. De jury was onder de indruk van het aangrijpende armoededrama I, Daniel Blake, over timmerman Daniel Blake en alleenstaande moeder Katie, die beiden werkloos zijn en tevergeefs bij het arbeidsbureau aankloppen voor hulp.

Wanneer ik Loach in Cannes spreek, is nog niet bekend dat hij die Gouden Palm zal winnen. Niet dat dat veel zou hebben uitgemaakt, want Loach maakt geen films om prijzen te winnen, hij maakt films om een podium te bieden aan mensen die wel wat hulp en aandacht kunnen gebruiken. Loach is oprecht geïnteresseerd in het lot van zijn personages. Dat zie en voel je meteen in zijn films, en daarom doen ze het zo ook goed in Cannes.

‘Ik wilde personages die het publiek niet meteen ziet als slachtoffer. Strijdbare mensen dus.'

Ken Loach

Wat was de intentie van I, Daniel Blake?
‘Het ging ons [Loach werkt al jaren nauw samen met scenarioschrijver Paul Laverty] om de opzettelijke inefficiëntie van de arbeidsbureaus. Want ze weten daar donders goed dat hun manier van werken mensen tot wanhoop drijft. Dat is juist hun bedoeling! Ze hopen dat mensen zo gefrustreerd raken dat ze niet meer om steun vragen. Want minder aanvragen betekent minder werklozen.’

Is het niet eerder desinteresse?
‘Nee, het is bewust en heel doelmatig treiteren, want ze willen zo veel mogelijk mensen uit het systeem drukken.’

Wie is ‘ze’?
‘De regering. Want hun beleid wordt bepaald door de grote bedrijven die de regering in het zadel hebben geholpen. Die bedrijven hebben goedkope werknemers nodig, die ze naar believen kunnen inzetten. Daar hebben ze een bak vol werklozen voor nodig, want dan kan niemand in opstand komen tegen het werk dat ze aangeboden wordt. Ook al is het maar voor een hongerloontje. En omdat je alles accepteert wanneer je kwetsbaar bent, vertellen ze iedereen die werkloos is dat het hun eigen schuld is. Omdat ze lui zijn, of niet weten hoe ze zich moeten presenteren, of te laat komen op een afspraak.’

Heeft u de gebeurtenissen in de film wat dikker aangezet vanwege het dramatische effect?
‘Integendeel. We hebben de zaken eerder afgezwakt. Ik kan je verhalen vertellen die je niet zou geloven. Neem de man die een beoordeling moest invullen en halverwege onwel werd en naar huis moest. Een dag later kreeg hij een hartaanval en toch kreeg hij een strafkorting op zijn uitkering omdat hij zijn test niet had afgemaakt.’

Zoiets had Kafka nog niet kunnen verzinnen...
‘Nog een. Iemands vrouw moest bevallen en hij ging mee naar het ziekenhuis om daar bij te zijn. Zodra hij zag dat het goed met zijn vrouw en baby ging, vertrok hij naar het arbeidsbureau. Toen hij vervolgens iets te laat op zijn afspraak kwam kreeg ook hij een strafkorting.’

En is er daar niemand die zegt: dit is gekkenwerk?
‘Nee, dat mag niet van het management. Daarom stappen er ook zo veel medewerkers op. Ze kunnen het niet langer verdragen.’

Er zijn zo veel verhalen, waarom koos u voor die van Daniel en Katie?
‘Omdat ik personages wilde die het publiek niet meteen ziet als slachtoffer. Strijdbare mensen dus. Stel ik had iemand genomen die gehandicapt was of iemand met psychische problemen. Dan denkt het publiek meteen: het maakt niet uit wat het systeem is, die gaan verliezen. Maar Daniel heeft een vak. Hij is timmerman. En een vechter. Hij zou moeten overleven. Katie studeert aan de Open Universiteit en heeft een eigen flat. Zij zou niet moeten verliezen.’

Er zit een hartverscheurende scène in de film waarin Katie in een voedselbank is en – voor de ogen van haar kind – stiekem een blikje tomatensoep opentrekt en begint te eten. Zo uitgehongerd is ze. Hoe film je zoiets?
‘Die scène werkt alleen als Hayley Squires, die Katie speelt, dat daar ook echt kan voelen. Ik geef mijn acteurs het script niet, maar vertel ze een paar dagen van te voren wat we gaan opnemen, zodat ze zich er een beetje op kunnen voorbereiden. Ik weet dat Hayley vanaf dat moment niets meer gegeten heeft. Dat hoefde trouwens niet van mij, maar dat wilde ze zelf graag. Verder wist niemand in die voedselbank wat er ging gebeuren. Het zijn ook geen professionele acteurs, die mensen werken daar echt in de voedselbank.’

Hoe hou je als regisseur de controle?
‘Je vertelt ze gewoon niets en ziet wel wat er gebeurt. Ik had wel alles zo opgesteld, dat er eigenlijk maar één plek was waar Katie even zou kunnen gaan zitten. Het is een beetje alsof je een kanaal graaft. Je weet van tevoren hoe het water zal lopen.’

En dat gebeurde ook?
‘Zeker. We hadden geluk. En Hayley was fantastisch. De dames van de voedselbank ook, trouwens.’

Ja, en in tegenstelling tot de medewerkers van het arbeidsbureau denken die wel met Katie mee...
‘De voedselbank wordt vooral gerund door oma’s. Die gaan gewoon door met zorgen voor mensen.’