nieuwe site?

Jean-Pierre en Luc Dardenne over La fille inconnue

Moreel drijfzand

Gerhard Busch ,

In La fille inconnue probeert een jonge arts (Adèle Haenel) haar verzuim goed te maken. De gebroeders Dardenne werpen een morele kwestie op die iedereen aangaat.

Adèle Haenel in La fille inconnue

De Franse actrice Adèle Haenel (1989) had nooit gedacht dat ze nog eens zou samenwerken met de gebroeders Dardenne. Helemaal niet na die dramatisch verlopen eerste ontmoeting. ‘We zagen elkaar vorig jaar bij de uitreiking van een of andere prijs,’ vertelde Haenel op het afgelopen festival van Cannes. ‘Ik maakte toen een heel slechte grap. Er viel een pijnlijke stilte, waarna ik me zo snel mogelijk uit de voeten heb gemaakt. Dat was het dan, dacht ik. Drie maanden later word ik gebeld en bieden ze mij de hoofdrol in La fille inconnue aan.’

Luc, met 62 jaar de jongere van de twee Dardennes (Jean-Pierre is 65), herinnert zich die dag iets anders. ‘Dat van die foute grap ben ik helemaal vergeten. Ik kan me nog wel herinneren dat we haar toen die prijs zagen ophalen. Je moet weten dat wij een actrice nooit alleen kiezen op wat we haar in een andere film hebben zien doen. Wij willen iemand altijd eerst in het echt zien. En Adèle heeft een geweldige uitstraling. De manier waarop ze mensen aanraakt, haar lange, onbeweeglijke lijf, hoe aandachtig ze naar andere mensen luistert... wij waren helemaal in haar ban. Op het moment van die uitreiking hadden we net het tweede script voor La fille inconnue geschreven. Toen we haar zagen, dachten we: misschien moeten we Jenny, die bij ons nog een oudere arts was, veranderen in een jonge arts. Met haar in gedachte hebben we een derde script geschreven.’

Morele kwestie
De Dardennes plaatsen hun personages het liefst in moreel drijfzand, om ze dan te zien spartelen. Of het nou een timmerman is die de moordenaar van zijn zoon in dienst neemt (Le fils), een wanhopige jonge vader die zijn kind verkoopt (l’Enfant), of een vrouw die haar baan alleen kan behouden als haar collega’s afzien van een bonus (Deux jours, une nuit).

In La fille inconnue houden ze hun loep boven de jonge arts Jenny. Die doet niet open als na sluitingstijd van de kliniek de bel gaat. Wanneer even later de beller, een jonge migrante, dood wordt aangetroffen en de politie niet kan achterhalen wie ze was, gaat Jenny zelf op onderzoek uit. Omdat ze achteraf vindt dat ze – zeker als arts – wel had moeten opendoen.

Het ligt voor de hand Jenny als Europa te zien. En haar handelwijze als de manier waarop Europa met vluchtelingen omgaat. Maar zo simpel ligt het voor de broers niet. Jean-Pierre: ‘Tijdens het regisseren denk je niet dat Jenny Europa is. Als filmmakers interesseert ons alleen de jonge vrouw die voor ons staat. Bovendien willen wij de kijkers niet voorschrijven hoe ze haar moet zien. Dat mogen ze zelf invullen. Anders wordt het een propagandafilm. Wij moeten de kijker de ruimte geven om zich dingen af te vragen. Dat kan alleen door dicht bij de personages en het verhaal te blijven. Dan komt de rest vanzelf wel.’ 

Luc: ‘Een kijker die vandaag de dag naar onze film gaat, zal zich misschien herkennen in Jenny en zich afvragen of hij ook zo gehandeld zou hebben. Tegelijkertijd zegt deze film misschien ook wel dat niemand, Europeaan of niet, zin heeft om zich in de nesten te werken. Als Jenny op onderzoek gaat wil niemand haar helpen. De Europeanen niet, maar de andere migranten ook niet. La fille inconnue is geen film over slechte Europeanen en goede migranten. Het is een film over een morele kwestie, die iedereen aangaat.’

Nonchalance
Dat laatste was ook belangrijk voor Haenel. ‘De Dardennes geven hun acteurs nooit de geschiedenis van een personage. Sommige acteurs hebben dat toch nodig en creëren er zelf een. Ik niet. Want dat is juist het punt van deze film. Jenny handelt niet zoals ze handelt omdat ze blank is, of vrouw, of om wat ze ooit heeft meegemaakt in haar leven, ze doet wat ze doet omdat ze een mens is. Ieder ander had hetzelfde kunnen doen.’

Haenel verdiepte zich dus niet in Jenny’s leven, maar wel in haar werk. Het is prachtig om te zien met welk gemak en welke nonchalance ze in de film iemand een prik geeft. ‘Dat is ook wel het minste wat je als acteur moet doen,’ aldus Haenel. ‘Ik wil me op de set volledig vrij kunnen voelen en bereid me dus goed voor. Als ik een scène aan het spelen ben moet ik niet ineens denken: O shit, straks moet ik iemand een prik geven. Nu maar hopen dat ik het goed doe. Als ik dat denk is mijn concentratie verdwenen en ben ik uit het moment.’

De lange jas met grote capuchon die Jenny in de film draagt heeft wel iets weg van de cape van een superheld, maar die associatie was niet de bedoeling. Haenel: ‘Ze draagt die jas, omdat het winter is. En winters in België kunnen koud zijn. Toch hebben we wel heel lang nagedacht over wat voor jas dat moest zijn. Omdat het zo belangrijk is voor ons beeld van Jenny. Wat ik zo mooi vind aan die jas is dat ie zo beschermend oogt, maar dat je, als ze de jas opendoet, goed kan zien wat voor fragiel wezen zich daarin verstopt.’