A fistful of feminism

Martin Koolhoven over Brimstone

, Gerhard Busch

Het Wilde Westen is het decor voor Martin Koolhovens Brimstone, een huiveringwekkende western die zich afspeelt in een nederzetting met religieuze Nederlanders. Veel bloed, maar de film heeft ook een feministisch gehalte.

Brimstone, de nieuwe film van Martin Koolhoven (Het schnitzelparadijs, Oorlogswinter), is een western die zich afspeelt in een tijd dat het er nog wild aan toe ging in het Westen. Wilde je als vrouw overleven, dan had je twee keuzes: je speelde ofwel de moeder, ofwel de hoer.

In Koolhovens eerste Engelstalige film volgen we een van die vrouwen, de jonge Liz. Ze woont in een kleine nederzetting in de bergen, kan niet praten (haar tong is er uitgesneden), maar lijkt redelijk gelukkig met haar nieuwe man en diens kinderen. Totdat de nederzetting wordt bezocht door een sinistere dominee, voor wie Liz als de dood is.

Het opvallend bloederige Brimstone is verdeeld in vier hoofdstukken, die heen en weer gaan in de tijd en ons meer vertellen over Liz en over de dominee – die geen naam krijgt in de film, iedereen noemt hem The Reverend. De ingenieuze vertelwijze, die erg goed uitpakt in de film, is een vondst van Koolhoven zelf. Hij schreef ook het scenario en is dus ook in die zin de auteur van Brimstone.

 ‘Als je een verhaal maakt dat over geweld gaat, moet je het ook laten zien. Daar kun je dan niet voor weglopen.’

Martin Koolhoven

Grote festivals zijn altijd op zoek naar auteurs en regisseurs met een herkenbare filmstijl of persoonlijke thema’s, en in september en oktober 2016 was Brimstone achtereenvolgens te zien op maar liefst drie toonaangevende festivals, die van Venetië (waar de film in competitie draaide), Toronto en Londen.

Wanneer ik eind november met de 47-jarige regisseur spreek, liggen die festivals alweer een kleine twee maanden achter ons.

Is uw leven veranderd?
Martin Koolhoven: ‘Niet echt. Ik hoop wel dat ik – nu ik op die podia te zien geweest ben – iets beter in het vizier ben van de internationale filmwereld. Maar het is nog te vroeg om dat te merken. De honger bij mij is er wel, en hopelijk zorgt alle aandacht ervoor dat mijn volgende film ietsje makkelijker tot stand komt [Koolhovens vorige film, Oorlogswinter, dateert alweer uit 2008, GB].

Ik sprak u in 2004 voor uw film Het zuiden en toen zei u al dat u ooit een western wilde maken...
‘Toen al?’

Wat is dat met u en westerns?
‘Ik denk dat iedere filmmaker graag een western wil maken. Dat gevoel kreeg ik tenminste telkens wanneer ik iemand vertelde dat ik er een ging maken. Voor de meeste regisseurs is een western toch de heilige graal.’

Waarom?
‘Het is het meest filmische genre dat er is. En het heeft nog steeds de geur van de werkelijkheid, van iets wat echt bestaan heeft. Daarom kun je in de stilering net iets verder gaan, zonder dat het ongeloofwaardig wordt. Bovendien heeft een western al snel iets episch en mythisch.’

Waren andere westerns een inspiratiebron voor Brimstone?
‘In het begin zeker. Toen ik nog aan het schrijven was, moest ik me zelf echt dwingen daar niet te veel over na te denken. Ik wilde wel een western maken, maar niet een die leek op de grote voorbeelden uit de filmgeschiedenis. Mijn film moest origineel zijn. Juist omdat een aantal van de westerns die ik zo goed vind ook origineel waren toen ze gemaakt werden. Neem Once Upon a Time in the West. Wat de regisseur van die film, de Italiaan Sergio Leone, zo goed deed, was dat hij een heel Amerikaans genre nam en daar een Italiaanse sensibiliteit aan toevoegde. Al zijn films waren onherroepelijk Italiaans.’

De spaghettiwesterns. Wat was er afgezien van de naam typisch Italiaans aan?
‘Het zijn heel operateske films. Dat kun je je nu bijna niet meer voorstellen, omdat de muziek van Leones vaste componist, Ennio Morricone, zo vereenzelvigd is met het westerngenre, maar dat was toen helemaal nieuw. Die vrouwenstem, die elektrische gitaar hebben niets met het Wilde Westen te maken. In oude westerns hoorde je banjomuziek. Die theatrale muziek is echt iets wat Leone aan het genre heeft toegevoegd. En dat werkte zo goed dat we dit nu als met de western associëren. Ik vond dat ik, als Nederlander, iets typisch Nederlands aan het genre moest toevoegen. Daarom heb ik bedacht dat er een heel Nederlands dorpje naar Amerika gaat, omdat ze vinden dat het geloof in Nederland verslapt. Dat had ik zo verzonnen, maar – en dat is dan wel weer grappig – het bleek achteraf ook daadwerkelijk gebeurd te zijn. Het ijzeren masker dat het personage van Carice van Houten in de film moet dragen, de scold’s bridle, kwam ik tegen in het boek In the Rogue Blood van James Carlos Blake. Daarin wordt beschreven hoe het hoofdpersonage een Nederlandse man ontmoet wiens vrouw ook zo’n masker op heeft.’

Brimstone is niet alleen een Nederlandse western, het is ook heel persoonlijk. Uw meest persoonlijke film, las ik. Klopt dat?
‘Dat denk ik wel. Ik heb dit zelf natuurlijk niet meegemaakt, want ik kom niet uit zo’n zwartekousengemeenschap als in de film, maar ik ben wel protestants opgevoed en ging naar een school met de Bijbel. Maar het is veel persoonlijker dan dat. Het gaat ook over wat ik wil als filmmaker en als persoon. Het gaat alleen wat ver om dat uit te leggen. (lachend) Dat ga ik dan ook niet doen.’

De film suggereert dat u wellicht wilt afrekenen met het geloof.
‘Dat is te streng. Daar zou ik mijn ouders tekort mee doen. Ik vind wel iets van het geloof en dat zit ook in de film, maar het is geen persoonlijke afrekening. Ik ben geen Wolkers. Ik geef ook niet per se het geloof de schuld. Het is meer dat mannen de Bijbel vaak gebruiken om vrouwen te domineren. Want ik vind wel dat geloof vaak vermengd is met geweld.’

Wat het geweld betreft, u houdt zich niet bepaald in.
‘Als je een verhaal maakt dat over geweld gaat, moet je het ook laten zien. Daar kun je dan niet voor weglopen. Dan gaat het over welke vorm het krijgt. Of het spectaculair wordt, of misschien zelfs exploitatief. Ik wilde dat het vooral persoonlijk werd, omdat we de hele tijd met Liz meelopen. Dan wil ik dat je ziet dat geweld gruwelijk is en absoluut niet prettig.’

Collega’s in Venetië vroegen zich af of u misschien toch geen plezier beleefde aan al die gruwelijkheden...
‘Echt? Dat snap ik niet. Er is niemand die mij kan verwijten dat je als kijker opgewonden raakt van het geweld in mijn film.’

Maar je kunt iemand laten doodgaan en je kunt iemand ophangen aan zijn eigen darmen...
‘Net als bij Oorlogswinter wilde ik met Brimstone een film maken die een emotionele ervaring is. Als het gaat om geweld, welke emotie moet ik dan aanspreken? Ik moet je toch laten gruwelen over wat er gebeurt? Dan is het toch geen gratuit geweld? Als mensen zoiets zeggen kan ik me daar over opwinden. En tegelijkertijd glijdt het ook meteen weer van me af, omdat ik weet dat het niet zo is.’

Bent u verrast door de vele reacties op het geweld in de film?
‘Ik wist natuurlijk dat sommige scènes reacties zouden oproepen en dat wil ik ook. Er is absoluut iets leuks aan provoceren. Maar als er getwijfeld wordt aan je integriteit als filmmaker, dan vind ik dat toch vervelend.’

Geloof, geweld... de derde pijler van de film is het vrouwelijke perspectief.
‘Het viel me op dat het vrouwelijke perspectief in westerns eigenlijk nog nooit fatsoenlijk belicht is. Het was helemaal geen vooropgezet plan om een feministische film te maken, ik vond dat vrouwelijke perspectief gewoon interessant en origineel. En zo opmerkelijk is dat voor mij niet, want ik heb eerder films over vrouwen gemaakt. Ik blijf het dan ook raar vinden dat journalisten mij steeds vragen of het moeilijk is om die vrouwenrol te schrijven en bijvoorbeeld niet of de rol van die moordzuchtige dominee moeilijk is. Terwijl die toch een stuk verder van mij afstaat dan Liz.’

Klopt, maar dit is uw meest persoonlijke film en u kiest een vrouw.
‘Maar waarom zou dat niet kunnen?’

Het roept bij mij gelijk vragen op, want zij kan niet praten, en u juist heel goed, en ze is bovendien vrouw.
‘Je moet niet naar de buitenkant kijken, maar naar wat je angsten zijn. Wat je hebt meegemaakt. Als schrijver zoek je de pijnpunten op in jezelf.’

Daar wil ik het over hebben!
‘Ja, maar ik juist niet.’

Dat heeft u al gedaan in de film?
‘Juist. Al is dat is natuurlijk een klassiek antwoord. Zegt Scorsese ook altijd. Die zegt: Als ik het in woorden kon uitleggen, waarom zou ik dan nog een film maken? Hij heeft wel gelijk. Daarom vind ik het schrijven ook het moeilijkst van films maken. Het is niet voor niets dat ik daar bij Brimstone vier jaar over gedaan heb.’

Wanneer klikte het tussen u en Liz?
‘Al heel snel.’

Waarom klikte het?
(diepe zucht)

Kunt u dat niet zeggen?
‘Blijkbaar niet. Kijk, wat zij allemaal meemaakt, is ongeveer het ergste wat ik me kan voorstellen. De parallel met eerdere films van mij, zoals Knetter en Oorlogswinter, is dat ik een zwak heb voor personages die ondanks alles een overlevingsdrang hebben. Daarom heb ik als schrijver ook steeds meer ellende over Liz uitgestort.’

Om te kijken wanneer ze breekt?
‘En haar dan toch niet laten breken. Uiteindelijk komt ze toch in verzet.’