filmjaar 2016

Sukkels in space

Interview met regisseur Tim Kamps

Maaike Bos ,

De VPRO steekt zijn nek uit met sf-komedie Missie Aarde van cabaretier en regisseur Tim Kamps (vanaf vrijdag 9 januari op NPO 3). ‘Ik had geen regie-ervaring maar heb wel smaak. Dit was de mooiste tijd van mijn leven.’

Begin dit jaar liep Tim Kamps (37) met drie A4’tjes onder zijn arm bij de npo naar binnen om zijn voorstel voor de serie te bespreken. Hij was nog nooit regisseur geweest, had nooit televisie gemaakt en er was nog geen script. Alleen de hoofdrolspelers had hij al, want dat waren zijn vrienden: Kim van Kooten, Alex Klaasen, Raymond Thiry en zijn eigen tweelingbroer Wart Kamps. Maar de VPRO had juist besloten om voorlopig geen comedy te maken, want bij bezuinigen moet je kiezen, zei hoofd Drama Joost de Wolf. Voor Missie Aarde werd een uitzondering gemaakt. Hoe kreeg ‘beginner’ Kamps dat voor elkaar?

Die paar velletjes papier lijken misschien nonchalant, maar ze waren het product van decennia erover dromen met broer Wart, jarenlang erover praten, en uiteindelijk wekenlang eraan werken met producent Laurette Schillings van Topkapi Films. Het concept is van een glasheldere simpelheid die uiteindelijk ook topacteurs als Pierre Bokma en Beppie Melissen over de streep trok.

Machtspelletjes
Het is het jaar 2063. De poolkappen zijn gesmolten en bijna de hele wereld is overstroomd. Alleen Nederland heeft de rampen weerstaan door zijn kennis van dijken. De president (Bokma) stuurt zeven astronauten op ruimtemissie om een nieuwe planeet voor de mensheid te vinden voor als Nederland ook kopje-onder gaat. De zes mannen en stuurvrouw Brechtje ( Kim van Kooten) zijn al een half jaar onderweg en vinden niets. Wat moet de geoloog zonder grond onder zijn voeten, of de data-analist zonder iets om te analyseren? Kapitein Bram (Wart Kamps) kan ondertussen geen leiding geven en de narcistische boordpsycholoog Axel (Alex Klaasen) maakt schaamteloos misbruik van zijn invloed. In hun strak vormgegeven schip en kekke skelterpakjes zitten ze opeengepakt in een soort vacuüm. Ze lijken, op Brechtje na, hun bloedserieuze en existentiële missie al lang vergeten en zijn verzand in machtspelletjes en eigenbelang.



In deze sf-comedy dus geen intergalactische oorlogen met buitenaardse wezens of de uitroeiing van het kwaad. Als kijker hoef je niet van Star Wars of Star Trek te houden om dit leuk te vinden. Nee, het gaat om het kleine kwaad en onvermogen in de mens: egocentrisme, verveling, machtshonger, narcisme. En dat op de ‘werkvloer’ van het ruimteschip. ‘Het is een kantoorserie in de ruimte,’ vat bedenker Kamps het samen. De oeverloze kantoorhumor verwijst naar series als Debiteuren Crediteuren en The Office. Kamps: ‘Ricky Gervais in The Office denkt dat hij heel tof is, maar hij is gewoon een loser. In de tragiek daarvan zit grappigheid. Mensen proberen van alles en het lukt niet, wat gênante situaties oplevert. Dat doen wij ook.’

Ongemak

Het kostte Tim Kamps geen moeite om het overzicht te houden in de regie en koers te houden in de grappen. ‘Ik had geen regie-ervaring maar heb wel smaak, denk ik. Ik werd er heel rustig van. Eigenlijk was dit de mooiste tijd van mijn leven.’ De twee grote lijnen uit zijn leven komen dan ook in het project samen: de humor en zijn liefde voor sciencefiction – altijd al gedeeld met zijn eeneiige tweelingbroer Wart. ‘Wart en ik waren magere, verlegen jongetjes. We voelden bijna altijd ongemak in sociale situaties. Nog steeds eigenlijk. Ik ging alleen maar met meisjes om, en bleek hen aan het lachen te kunnen krijgen door grapjes te maken over al die gênante momenten. Als je het ongemak benoemt, speel je het weg.’ Wart en Tim richtten op hun twintigste een cabaretgroep op met Bor Rooyackers en wonnen meteen de jury- en publieksprijs van het Amsterdams Kleinkunst Festival. Tim Kamps: ‘Het ging zo goed dat we maar een nieuwe voorstelling maakten. Zo werd het ons werk. Ik was na de havo al aangenomen aan de regieopleiding van de Amsterdamse Theaterschool maar ben er nooit aan begonnen.’

Als duo Kamps & Kamps trokken ze volle zalen. Ook met Arjen Lubach had Tim sinds 2009 succes met het Monica Da Silva Trio ( leadzangeres Monica was altijd verhinderd). Het publiek van De Parade stroomde in rijen naar hen toe.

Carte blanche

De soort humor is een constante: ‘absurdistische, ietwat kinderlijke humor over alles en vooral niets’, schreven recensenten. Ga niet zoeken naar waarheden en diepere boodschappen: juist het geklungel, het betekenisloze, zegt iets over zijn wereldbeeld. ‘Ik vind het heel moeilijk om dingen serieus te nemen. Ik relativeer eigenlijk alles kapot. Dan denk ik: wat betekent het eigenlijk, over vier jaar is iedereen ons weer vergeten.’ Joost de Wolf van de vpro was hem niet vergeten sinds zijn Monica-tijd en hield hem op de korrel om ooit te kunnen samenwerken. Kamps’ plan voor Missie Aarde, de topcast en producent Topkapi waren genoeg om hem carte blanche te geven.



En altijd is broer Wart zijn klankkast. ‘We hebben ook veel ruzie,’ zegt Tim Kamps. ‘Maar we begrijpen elkaar zo goed dat het na een paar minuten weer goed is. Ik herken in hem mijn eigen slechte eigenschappen. We zijn één persoon eigenlijk, dus als ik boos ben op hem wordt het een soort zelfhaat.’ In hun werk nemen ze verschillende rollen aan. ‘Ik ben altijd meer de regisseur, hij is grappiger als acteur. Tijdens voorstellingen nog fluister ik Wart aanwijzingen toe. Dat pikt hij niet, nee. We hebben op het podium ook wel ruzies maar dat merkt het publiek niet, zo’n chaos is het bij ons op toneel.’ Nu Tim op de set echt de regisseur was en Wart echt acteur, waren de verhoudingen duidelijker. Wart heeft wel in alle stadia volwaardig meegedacht. Het is bijna vanzelfsprekend dat ze samenwerken, ook al hebben ze een tijdje minder contact gehad. Hun ouders gingen uit elkaar – moeder werd tijdelijk lesbisch – en ze mochten op hun tiende kiezen bij wie ze mochten wonen. Wart koos voor hun moeder en hij voor hun vader , om het eerlijk te verdelen. In die tijd is hun sf-fascinatie geboren. Bij hun vader op de bank keken ze jarenlang naar Star Trek The Next Generation. Lopend op de stoep speelden ze dialogen na, ze kenden alle scènes uit hun hoofd en hadden zelfs zo’n pakje. ‘Ik ben een sf-freak,’ zegt Kamps.

Geklooi
‘We wilden altijd al iets met sf doen, maar het mocht geen parodie worden. Dan blijft er niets van over. Sciencefiction moet kloppen, de techniek in de toekomst moet je goed uitdenken en uitvoeren. De taal is ook lastig. “Engage” (zet lage stem op) klinkt cool, maar “activeer” (hoog stemmetje ) klinkt lullig.’ Hij is vooral heel trots dat de sf-kant van Missie Aarde gelukt is. ‘De special effects zien er supermooi uit, echt state of the art. Maar uiteindelijk draait de serie niet om de sciencefiction, maar om de psychologie. Het script is ontroerend, er zit liefde in, en veel geklooi van die sukkels op dat schip. Die grote missie om het voortbestaan van de mensheid maakt het contrast daarmee alleen maar groter.’ Dat contrast van een existentiële vraag en de vlucht in absurdisme staat in een lange traditie, zeker ook bij de VPRO. Dat is wat er gebeurt als mensen de last van het bestaan dragen en er niets aan kunnen veranderen, zou Albert Camus zeggen. Wijzelf zien het nieuws over leven en dood in Syrië en maken ons druk over onze aankopen bij de Bijenkorf. Met het bestaan kun je twee kanten op: of je gelooft in sluitende antwoorden (god, ideologie), of erkent de betekenisloosheid. En daar kun je maar beter om lachen.

Missie Aarde is vanaf vrijdag 9 januari wekelijks om 21.45 uur te zien op NPO 3.