filmjaar 2016

Hé, het lijkt de Oscars wel

Een echt festival en echte prijzen. Zoiets als de Gouden Palmen van Cannes, de Gouden Leeuwen van Venetië en de Gouden Beren van Berlijn.

Bart Jungmann ,

In 1981 werd het eerste exemplaar uitgereikt. Hoog op de poten, zoekend naar de moederborst en loodzwaar. De oerversie van het Gouden Kalf, gemaakt door Theo Mackaay, was de mooiste. Maar waarom altijd zo lullig doen over onderscheidingen?

En de bedenker is. . .

Houd me ten goede zegt Theo Mackaay, want het is alweer dik twintig jaar geleden, maar dat moet spreker dezes zijn geweest. Jos Stelling kwam aanzetten met iets van een vuurtoren en toen heeft hij, Theo Mackaay, een kalf voorgesteld.

En de bedenker is. . .

Wim Verstappen, zegt Jos Stelling op een toon die geen tegenspraak duldt. Honderd procent zeker. Je had leeuwen in Venetië, je had beren in Berlijn en je had eekhoorns in godweetwaar. Dus wat was logischer dan een kalf in Utrecht? Oké , een koe is logischer, maar dan krijg je van die grappen over ouwe koeien die uit de sloot worden gehaald. Bovendien zijn koeien uitgesproken dom en kunnen kalveren nog illusies hebben. Een kalf is onschuldig en, belangrijker, kan van goud zijn.

Het is een briljante geest geweest die het Gouden Kalf heeft bedacht. In 1981 werd het eerste exemplaar uitgereikt op het Nederlandse Filmfestival en wie kon toen vermoeden dat we morgenavond boven de driehonderd zouden uitkomen? Het Gouden Kalf is volwassen geworden, de meest karakteristieke cultuurprijs van Nederland. Gehaat en geliefd. Gekoesterd en weggesmeten.

En de maker is. . .

Theo Mackaay is zo'n man die men een levenskunstenaar noemt. Zo'n man die in een prachtig oude Jaguar rondrijdt en de bewonderende opmerkingen nonchalant wegwuift. Zo'n man die zegt dat je blij moet zijn dat ie er is, want afspraken zijn er om te vergeten. Zo'n man die dat kan zeggen zonder vervelend te worden.

Binnenkort verschijnt een boek over zijn leven en zijn kunst, Theo Mackaay Unlimited. Zo'n man is Theo Mackaay. Hij was bokskampioen van midden-Nederland. Hij werd als zanger en gitarist een beetje beroemd met Braak, een Nederlandstalige popgroep uit het tijdperk Bots. Hij is schilder en beeldhouwer en pas 51 jaar.

Voor de wordingsgeschiedenis van het Gouden Kalf keren hij en Stelling terug naar 1979, naar de tijd van de Nederlandse Filmdagen. Dat was een vrijblijvende tableau de la troupe van de Nederlandse filmwereld, de voorganger van het festival.

Een van die dagen was allang overgegaan in de nacht toen organisator Jos Stelling terugkeerde naar zijn kantoortje. En wat lag daar uitgeteld op zijn vloerbedekking? De Nederlandse filmwereld. Stelling dacht bij zichzelf: deze wereld verdient een echt festival en echte prijzen. Zoiets als de Gouden Palmen van Cannes, de Gouden Leeuwen van Venetië en de Gouden Beren van Berlijn.

Theo Mackaay was 28 jaar oud, net klaar met zijn opleiding aan de Rijksacademie, bevriend met Jos Stelling en zo is het gekomen. Zijn eerste en belangrijkste opdracht was dus weinig meer dan een vriendendienst, al spreekt hij zelf liever van zielsverwantschap. Jos zag dat talent in mij, zegt Theo Mackaay. En nu is Theo een groot kunstenaar, zegt Jos Stelling.

Het was een onmogelijke opdracht. Hij moest een kalf maken met de alllure van een Oscar. Het moest een kalf worden dat in één hand paste, dat triomfantelijk de hoogte in kon. Dat het publiek zou denken: hé, het lijkt de Oscars wel.

Theo Mackaay maakte een kalf dat op zijn lange poten omhoog reikt, alsof het de tiet van zijn moeder zoekt. Leuk idee, hoor, alleen wilde het geen kalf worden. Het bleef Bambi, zegt hij.

Op de bar van een Utrechts café heeft Jos Stelling nog flink gesjord aan dat voorlopige ontwerp. Die poten moesten een stuk naar buiten, want zo staat een pas geboren kalf, wankelend wijdbeens.

Het bleek een schot in de roos. Slechts één keer heeft Theo Mackaay een nieuw ontwerp moeten maken. Het eerste kalf was veel te zwaar met zijn marmeren voet. Monique van de Ven is een keer bijna achterover gejenst toen ze het kalf omhoog wilde tillen. En Fons Rademakers liet zelfs officieel in de notulen opnemen dat hij het kalf zou weigeren wegens overgewicht. Toch is dat eerste kalf Stelling en Mackaay nog altijd het allerliefst. Meer kalf, meer gratie.

Louis van Gasteren kan een vergelijking maken. Hij kreeg er in 1983 eentje voor zijn documentaire Hans, het leven voor de dood en vorige week ontving hij een Gouden Kalf bij wijze van oeuvreprijs. Ja, zegt Louis van Gasteren. De oude is de mooiste, maar wel erg zwaar.

Op de vraag wat hij vindt van het beest als onderscheiding valt Van Gasteren stil. Leuk hoor, zo'n schouderklopje van vakbroeders. Maar je wordt er zo filosofisch en treurig van, zegt hij. Het dwingt je tot terugblikken. En Louis van Gasteren mag dan de jongste niet meer zijn, hij kijkt toch liever vooruit. Niettemin staat ook het oude kalf nog altijd bij hem thuis en dat kan van zijn meeste filmprijzen niet gezegd worden.

Er zijn exemplaren die het slechter hebben getroffen. Die van Janica Draisma heeft een tijdje in de goot gebivakkeerd, en toen haar kalf weer in genade was aangenomen, heeft ze flink moeten poetsen om de groene aanslag te verwijderen.

Draisma is een van toevalslaureaten waaraan het filmfestival zo rijk is. Ze had nog maar zelden geacteerd toen Ian Kerkhof haar vroeg voor een rol in zijn eindexamenfilm Kyodai Makes The Big Time. Zowel film als actrice werd in 1992 tot veler verbijstering onderscheiden. De jury zou vanwege het matige niveau dat jaar een daad hebben gesteld.

Ook nadien heeft Draisma zelden voor de camera gestaan. Ze maakt liever zelf films of documentaires en als het kalf iets is, dan is het een herinnering aan een leuke tijd.

Er zijn ook kalveren zoekgeraakt. Rijk de Gooyer flikkerde zijn tweede exemplaar (Hoogste Tijd, 1995 ) uit een taxi omdat het slotgala niet werd wat hij ervan had gehoopt. Het onschuldige kalf heeft met zijn gehavende bekkie nog een tijdje in een Amsterdams café gestaan, is door De Gooyer later wel weer opgepikt, maar nu ontbreekt elk spoor.

Het is dat type anekdotiek die het kalf befaamd heeft gemaakt, maar Jos Stelling kan er niet om lachen. Hij vindt het beneden peil en symptomatisch. Nederlanders doen altijd zo lullig over onderscheidingen . Altijd gêne, nooit oversneden trots.

Jurylid en oud-winnaar Martin Koolhoven plaatst die houding in onze calvinistische cultuur, waarin relativering de norm is. Maar daarom is het Gouden Kalf ook zo'n goede prijs, zegt hij, want de knipoog zit er al ingebakken. Echte buitenlanden doen het met gouden leeuwen en gouden beren. Wij hebben een gouden kalf waarvan de aanbidding bovendien zondig is.

Eerlijk gezegd moest Theo Mackaay wel lachen om die actie van De Gooyer. Dat zijn lieve kalfje, kedeng-kedeng, over de klinkers stuiterde. Zo is De Gooyer als hij gedronken heeft, een eikel. Maar Theo Mackaay is geen moralist.

Hij heeft zelf het kalf ook vaak genoeg verfoeid. Het is een visitekaartje dat hem veel te figuratief is, staat in geen verhouding tot wat hij verder maakt. Het is een herinnering aan de Rijksacademie waar ze een tweede Auguste Rodin van Theo Mackaay wilde maken. Fuck off zeg.

Het Gouden Kalveren-gala van het Nederlands Film Festival, vrijdagavond in Central Studios, Utrecht.