nieuwe site?

De onvermijdelijke neergang van Lilya

Lilya 4-Ever van Lukas Moodysson

Gerhard Busch ,

Een 16-jarig meisje glijdt - 'ergens in de voormalige Sovjetunie' - onherroepelijk af naar de zelfkant. In Lilja 4-ever, de derde film van de Zweedse regisseur Lukas Moodysson, zijn hoop en humor ver te zoeken. Maar is dat erg? Kan ellende niet getoond worden zonder dat een schuldige wordt aangewezen of oplossingen worden aangereikt?

'Nun liebe Kinder gebt fein acht
Ich bin die Stimme aus dem Kissen
Ich hab euch etwas mitgebracht
Hab es aus meiner Brust gerissen

Mit diesem Herz hab ich die Macht
Die Augenlider zu erpressen
Ich singe bis der Tag erwacht
Ein heller Schein am Firmament
Mein Herz brennt!'

Terwijl de pompeuze metal van het Duitse Rammstein klinkt, zien we hoe een tienermeisje - holle ogen, bebloed gezicht - door de straten van een westerse stad rent. De pas onzeker, de wanhoop en ontreddering van haar gezicht af te lezen. De toon in Lilya 4-Ever, de derde film van de Zweedse regisseur Lukas Moodysson (1969), is door de aangrijpende beelden en onheilszwangere muziek meteen gezet.

Na de eerste, overrompelende minuten gaan we drie maanden terug in de tijd naar 'ergens in de voormalige Sovjetunie'. Het wanhopige meisje blijkt Lilya te heten en is dolgelukkig, want haar moeder gaat met haar nieuwe vriend naar de Verenigde Staten en Lilja mag mee. Denkt ze. Het geluk is echter van korte duur, want mam en de nieuwe vrijer zijn niet van plan haar mee te nemen. De zestienjarige Lilya blijft alleen achter. Tussen het beton en de puinhopen.

Dat het daar moeilijk overleven is blijkt snel. Lijmsnuiven en alcohol verdrijven even de uitzichtloosheid, maar de werkelijkheid slaat hard terug. In de vorm van wellustige mannen in een nachtclub, bijvoorbeeld. Of een verraderlijke vriendin, die Lilya laat opdraaien voor fouten die zij zelf begaan heeft. Voor de kijker het beseft zijn we weer bij de beginscène van de film aanbeland en klinkt opnieuw het nummer van Rammstein. De tekst is dezelfde en toch veranderd, want inmiddels weten we wie daar loopt en waarom. Ons hart brandt.

Lilya 4-Ever - de titel is ontleend aan de tekst die Lilja in een bankje krast, als tastbaar bewijs van haar bestaan - is krachtig en aangrijpend . Maar ook onbarmhartig. De neergang van Lilya is onvermijdelijk. Met lineaire precisie glijdt ze af naar de zelfkant. Hoop en humor zijn ver te zoeken.

Dat laatste is opmerkelijk, gezien de twee vorige films van de regisseur. Fucking Åmål (1998) was een sympathieke film over twee meisjes uit het Zweedse provincieplaatsje Åmål die verliefd op elkaar worden, en Together (2000) was een af en toe hilarisch portret van het leven in een commune midden jaren zeventig . Niets in beide films wijst op de het sombere mens- en wereldbeeld uit Lilya 4- Ever.

Wel heeft er altijd al iets van dat compromisloze in Moodysson gezeten. Als kind van links-radicale ouders heeft hij zijn geloof in de strijd voor een betere wereld nooit verloren. Toen hij een paar jaar geleden vier zogenoemde Guldbaggen (= Zweedse filmprijs) kreeg uitgereikt voor Fucking Åmål, verraste hij het aanwezige publiek met een pleidooi voor vegetarisch eten en felle aanvallen op de locatie (een operatheater, te elitair), het harde rijden van zijn landgenoten en het belastingsysteem in Zweden.

Die boosheid mag dan zelden de kop opsteken in zijn eerste twee films, in Lilya 4-Ever krijgt ze vrije baan. Moodysson zoomt in op de slachtoffers en hun eindeloze ellende. Gelukkig gunt hij de kijker de vrijheid zelf in te vullen wie de daders zijn. En zo vermijdt hij het politiek pamflettisme dat de films van collega's als Ken Loach en Costa-Gavras soms zo moeilijk verteerbaar maakt.

Moodysson kiest in Lilya 4-Ever voor een aanpak als die van Mike Leigh, een van zijn grote voorbeelden. Leigh weigert in zijn films met een beschuldigende vinger te wijzen naar de verantwoordelijken, omdat iedereen - volgens Leigh - wel weet wie dat zijn. Hij toont uitsluitend de dagelijkse strijd van zijn vertrapte helden.

Menig criticus heeft problemen met die aanpak, omdat het lijkt alsof de regisseur zich wentelt in de ellende van zijn protagonisten. 'Misery for misery' s sake'. De Engelsen bedachten daar een mooie term voor: miserablism. Het tonen van de ellende heeft geen ander doel dan het tonen van ellende. In het Nederlands zouden we dat 'ellendelisme' kunnen noemen.

Ook Lilya 4-Ever bezondigt zich daar af en toe aan. Het regent óf de hemel is betrokken, tussen alle armoede en het rottende beton is geen ruimte voor schoonheid, en niemand is oprecht of betrouwbaar. Met uitzondering misschien van de jonge Volodya, die zich in de film ontpopt als een - weliswaar weinig daadkrachtige - beschermengel van Lilya.

De film zou aanvankelijk over Gods barmhartigheid gaan, maar tijdens het schrijven stond de werkelijkheid die barmhartigheid in de weg. De vraag ligt ook voor de hand: Waar is Hij als meisjes ten prooi vallen aan mensensmokkel en terecht komen in de prostitutie? Moodysson geeft aan het eind van zijn film een aarzelend antwoord, maar alleen de godvruchtigen - zoals de maker zelf - zullen daar enige hoop uit kunnen putten.

Maar hoe belangrijk is het dat een film hoop biedt? Kan ellende niet getoond worden zonder dat een schuldige wordt aangewezen of oplossingen worden aangereikt? Lilya 4-Ever, en ook de films van Leigh trouwens, bewijzen dat dat kan, en dat het bovendien krachtige cinema oplevert.

Een van de sterkste momenten zit vlak voor het eind, als de kijker letterlijk in de positie van Lilya wordt gedwongen. We zien, als door haar ogen, een stoet van geile mannen en jongens over haar heen trekken. Hijgend, puffend, stotend, brallend.
Vorig jaar, tijdens een bezoek aan de filmacademie in Londen, zei Moodysson daarover (een transcriptie van de vraag-en-antwoordsessie met de leerlingen is te vinden op www.guardian.co.uk): 'Het was belangrijk dat we ons niet richtten op Lilya, maar op wat ze zag. In veel van de scènes was Oksana [Akinshina, de Russische actrice die Lilya zeer overtuigend speelt - red.] niet eens aanwezig. Meestal lag de cameraman onder de mannen. Hij is een grote, moedige man, maar na een paar scènes gaf hij aan dat hij niet wist hoe lang hij het nog vol zou houden. Die mannen lagen boven op hem en kwamen zo dichtbij dat hij hun adem kon voelen . Het werd heel fysiek. Dat klinkt erg grappig, maar was het zeker niet. Op een gegeven moment moest ik voor hem inspringen omdat hij het niet meer kon opbrengen. We hadden allen kleren aan en niemand werd verkracht, maar het voelde allemaal zeer ongemakkelijk. Het deed je beseffen dat we daarnet, al was het maar voor eentiende procent, hadden gevoeld wat alle Lilya's ter wereld iedere dag moeten meemaken.'

Veel politieker kan je een film niet maken.