nieuwe site?

Leven als Osama

Bij Siddiq Barmak is Osama een meisje

Gerhard Busch ,

De Afghaanse regisseur Siddiq Barmak studeerde begin jaren '80 aan de filmacademie in Moskou, vocht tien jaar later met de mudjahedin tegen de Russen, redde midden jaren '90 een groot filmarchief uit handen van de Taliban en kon vorig jaar eindelijk beginnen aan zijn eerste speelfilm.

Regisseur Siddiq Barmak zocht zijn hoofdrolspeelster in scholen, weeshuizen, opvangtehuizen en vluchtelingenkampen. Hij zag meer dan drieduizend meisjes, maar die ene zat er niet tussen. Die kwam, één dag voordat volgens het draaiboek begonnen moest worden met de opnamen, aan zijn deur. Bedelend.

De 12- jarige Marina Golbahari vroeg om een aalmoes en kreeg de hoofdrol in Osama, de eerste Afghaanse film na het schrikbewind van de Taliban. Barmak vertelde later in interviews dat het vooral haar ogen waren. Groot, triest, en melancholiek.

Hij zag erin dat ze veel geleden had. En hij had gelijk: Golbahari verloor twee zussen in de strijd tegen de Russische bezetter, haar vader werd kreupel geslagen door de Taliban en haar grootmoeder zoekt nog steeds naar een verdwenen zoon.

Golbahari accepteerde de hoofdrol (wat kan je anders als je straatarm bent?) en bleek een natuurtalent. De eerste keer dat we haar in de film zien is als ze met haar moeder en honderden andere in lichtblauwe burka gestoken vrouwen demonstreert tegen de Taliban, die dan net aan de macht zijn. Vrouwen mogen niet meer werken en dat is een ramp voor het meisje (net als vrijwel iedereen in de film is ze naamloos) en haar moeder. De verschillende oorlogen en burgeroorlogen hebben namelijk de mannen uit het gezin weggerukt en nu zijn alleen zij, haar moeder en grootmoeder nog over.

Moeder is arts en praktiseert stiekem in een illegaal ziekenhuis. Dat werk loopt gevaar als ze van de Taliban niet langer zonder mannelijke begeleider de straat op mag. Maar waar haal je zo snel een mannelijke begeleider vandaan? 'Had God maar nooit vrouwen geschapen,' prevelt ze, waarop ze de lokken van haar dochter afsnijdt en haar in jongenskleding hijst. Vanaf nu kan 'hij' haar naar het ziekenhuis begeleiden.

Dat gaat eventjes goed, maar als het ziekenhuis gesloten wordt , kan alleen haar als jongen verklede dochter het gezin nog van de hongerdood redden. De onzekerheid over haar identiteit en de constante angst ontdekt te worden zullen vanaf nu het leven van het twaalfjarige meisje bepalen.

Het net sluit zich als ze door de Taliban wordt geronseld voor de Koranschool, waar ze als verwijfd jongetje door de andere jongens wordt gepest. Een vriendje van vroeger - dat weet dat ze een meisje is - neemt het voor haar op en geeft haar de naam Osama, in de hoop dat die naam de anderen angst inboezemt en haar zo zal beschermen. Het is een ijdele hoop.

Niet alleen het meisje, maar alle rollen in Osama worden gespeeld door nietprofessionele acteurs, die - Golbahari voorop - stuk voor stuk overtuigen. Vooral omdat ze zichzelf spelen. Voor het verbeelden van de schichtigheid, de angst en kille, machteloze woede konden ze teruggrijpen op hun eigen ervaringen. Dat gold ook voor de mannen die leden van de Taliban spelen. De meesten stonden destijds aan de kant van de Taliban, zeiden tegen Barmak daar inmiddels spijt van te hebben en hoopten door in de film te spelen boete te kunnen doen.

Ondanks de barbarij van het Talibanregime en het gitzwarte einde heeft de film - waarin niet één keer gelachen wordt - ook momenten van onverwachte schoonheid. De demonstratie in lichtblauwe burka is al vermeld, en onvergetelijk is ook een scène in het illegale ziekenhuis waar Osama's moeder werkt. Iemand meldt dat de Taliban er aankomen, waarop iedereen - dokters én patiënten - zich haastig uit de voeten maakt. In een lange, ononderbroken totaalopname zien we ze een voor een uit beeld verdwijnen. Met als laatste een eenzaam, mank jongetje. Wanhopig en traag sleept hij zich uit beeld. Het is een aangrijpend beeld, en een harde aanklacht tegen de Taliban, die het belangrijker vinden hun vrouwen te onderdrukken dan voor hun zieken te zorgen.

Verstilde scènes als deze, vol symboliek en vaak zonder dialoog, doen denken aan het werk van Iraanse makers als Mohsen en Samira Makhmalbaf, Jafar Panahi en Abbas Kiarostami. Makers die al eerder - in bijvoorbeeld Kandahar (2001, Mohsen Makhmalbaf), At Five in the Afternoon (2003 , Samira Makhmalbaf) en The Circle (2001, Panahi) - een beeld schetsten van de hopeloze positie van vrouwen in streng-islamitische landen.

De raakvlakken van Barmaks stijl met die van zijn Iraanse collega's zijn geen toeval. Afghanistan lijkt in veel opzichten op buurland Iran. Men spreekt er dezelfde taal, heeft dezelfde tradities, dezelfde dichters, e dezelfde metaforen en symbolen.

Mohsen Makhmalbaf had bovendien een belangrijk aandeel in de film. Barmak liep hem in 2002 tegen het lijf toen hij nog op zoek was naar geld en middelen om de film te maken. In heel Afghanistan was nog één 35 mm-camera te vinden. Makhmalbaf gaf hem 100.000 dollar (op een totaal budget van 310.000 dollar) en ondersteunde hem ook in technisch opzicht. Het bijzonder fraaie camerawerk in de film is van de hand van Makhmalbafs vaste cameraman Ebrahim Ghafori.

De steun van Makhmalbaf was ongetwijfeld welkom, maar niet bepalend voor het eindresultaat. Osama is Barmaks film. Het mag dan zijn eerste speelfilm zijn, de regisseur, die ook het scenario schreef en de film monteerde , is niet nieuw in het vak.

Barmak (Kabul, 1962) studeerde begin jaren tachtig regie aan de filmacademie van Moskou en keerde in 1989 terug naar zijn vaderland om aan de kant van de mudjahedin te vechten tegen de door de Russen geïnstalleerde Najibullah.

Toen die in 1992 verdreven was keerde Barmak terug naar zijn geboortestad, waar hij directeur werd van Afghan Film, een productiehuis en filmarchief. Hij maakte enkele korte films en documentaires, en zou net aan zijn eerste grote speelfilm beginnen (als scenarioschrijver voor Uruj, over de strijd tegen de Russische bezetter) toen de Taliban in 1996 de macht grepen. Die vaardigden prompt een verbod uit op alle beelden, alsook op muziek, dans, gokken, pluche beesten, schaakborden, vliegeren en het houden van duiven. Bioscopen werden vernield, tv-maatschappijen ontmanteld, alle foto's en posters uit hotels en overheidsgebouwen verwijderd, en in de paar toegestane kranten mocht alleen nog tekst staan.

Barmak vluchtte naar Pakistan, maar niet voordat hij een groot deel van de filmcollectie van Afghan Film had weten te redden. Hij liet de films verbergen in kelders en in geheime kamers, die werden afgeschermd door witte muren waarop hij allerlei heilige leuzen uit de Koran liet schilderen. Achtduizend banden bleven zo gespaard. De paar duizend banden die de Taliban wel buit maken konden gemist worden. Dat waren Russische propagandafilms uit de tijd dat zij Afghanistan nog bezet hielden.

Na de val van de Taliban in december 2001 keerde Barmak opnieuw terug naar Kabul. En nam zijn positie als directeur van Afghan Film weer op.

De suggestieve titel en het simpele feit dat Osama de eerste film uit Afghanistan is na het militair ingrijpen van de VS, garandeerden de film veel aandacht op de festivals . Dat de film ook prijzen won in onder meer Cannes, Londen en Pusan, had niets met die aandacht te maken, maar alles met de kwaliteiten van de film. Onlangs kreeg hij nog een Golden Globe, maar opvallend genoeg liep Osama een nominatie voor Oscar voor Beste Buitenlandse Film mis.

En Marina Golbahari, het bedelende meisje dat van straat geplukt werd? Zij zit inmiddels op school en leert lezen en schrijven omdat ze actrice wil worden. Met het geld dat ze met Osama verdiende kocht ze een (lemen) huisje met vier kamers, waar het dertienkoppige gezin Golbahari nu woont.