filmjaar 2016

Experiment met vier kwadranten en 28 acteurs

Time Code - Mike Figgis

Gerhard Busch ,

De eenmalige vertoning van Mike Figgis' Time Code in een bomvol Pathé 1 was een evenement voor cinefielen, maar de liefhebber van een verhaal kwam niet erg aan zijn trekken, ook al bestaat Time Code uit vier in splitscreen vertoonde videofilms.

Het is dringen geblazen zaterdagavond half elf in Pathé 1. Mike Figgis' DV- experiment Time Code wordt vertoond, en dit is de enige keer dat de film - waarin op splitscreen vier verschillende verhalen worden verteld - in een bioscoop te zien is. Filmmaatschappij Columbia Tristar zal het elders commercieel geflopte Time Code niet in Nederland uitbrengen. Dat betekent dat de kleine duizend man in Pathé getuige zijn van een unieke gebeurtenis. En alsof ze zich daar maar al te bewust van zijn, wordt de film met enorme welwillendheid tegemoet getreden. Na afloop klinkt luid applaus.

Maar Time Code speelt in Rotterdam een thuiswedstrijd. Cinefielen en filmstudenten likken de vingers af bij de splitscreenprojectie en de vier met digitale camera geschoten 'single takes' van 90 minuten, die Figgis op ingenieuze manier aan elkaar knoopt en door elkaar laat lopen. Het grote publiek - dat van de eigenzinnige Britse regisseur meer traditionele films als Internal Affairs en Leaving Las Vegas verwacht - heeft weinig op met deze mogelijk grensverleggende experimenten.

Time Code is niet zozeer een film als wel een compositie geworden. Met Figgis als dirigent. Omdat de film zich in real time afspeelt en in één enkele take werd opgenomen, kon hij zijn in totaal 28 acteurs niet regisseren. Hij gaf ze daarom vooraf een ruw idee van de verhaallijnen die hij in gedachten had, en liet ze op afgesproken tijden bepaalde handelingen verrichten, zodat de verhalen op de vier schermen parallel bleven lopen. Verder moesten de acteurs - onder wie Holly Hunter, Stellan Skarsgard en Selma Hayek - maar improviseren.

Het ontbreken van een script is het grootste manco van Time Code. Er wordt nogal wat afgebabbeld (dat heb je snel met improviseren) en in de negentig minuten gebeurt - afgezien van drie kleine aardbevingen - weinig interessants. Na een half uur wordt een beetje duidelijk wie wie is en hoe ze zich tot elkaar verhouden. Maar het verhaaltje over de diverse vormen van overspel en de satire op de holle vaten in Hollywood - de meeste actie vindt plaats in het kantoor van een productiemaatschappijtje - heeft te weinig om het lijf om de kijker tot serieuze bespiegelingen aan te zetten.

De splitscreenprojectie is minder vermoeiend dan je zou denken. Figgis weet de aandacht prima te sturen door het geluid in de vier kwadranten zachter en harder te zetten, en laat ook nooit teveel tegelijk gebeuren. Als er actie is in een van de kwadranten gebeurt er in de andere drie meestal niet veel. Of een dergelijke splitscreenvertoning de toekomst van de cinema gaat bepalen - zoals Figgis zelf gezegd heeft - lijkt alleen op basis van Time Code wat hoog gegrepen. Het is misschien een nieuwe manier van verhalen vertellen, maar in Time Code zat te weinig verhaal om te kunnen vaststellen wat er gebeurt als plot en personages wat aansprekender worden.