filmjaar 2016

Op Scherp: Robert Jan Westdijk

Chaotische perfectionist

Evelien Kortum ,

Dertien jaar geleden werd zijn debuutfilm Zusje bestempeld als dé verrassing van het Nederlands Film Festival. Daarmee had Robert Jan Westdijk voor de toekomst wat waar te maken. ‘Ik voelde een grote druk om bij mijn volgende film aan de hooggespannen verwachtingen te voldoen.’ Dit jaar verzorgt hij voor de tweede maal de openingsfilm. Vijf jaar na Phileine zegt sorry is het nu de beurt aan Het echte leven om de aftrap te geven aan het NFF.

De feiten
Geboren: 1964, Utrecht

Actief als: regisseur, scenarioschrijver

Eerste film: Zusje (1995)

Prijzen: won in 1995 en 1996 verschillende prijzen voor Zusje waaronder een Gouden Kalf op het Nederlands Film Festival, de publieks- en juryprijs op het Torino Festival of Young Cinema en een Gouden Tulp op het Istanbul International Film Festival, kreeg in 1999 het Special Jury Diploma op het Sochi International Film Festival voor Siberia, werd in 2003 genomineerd voor twee Gouden Kalveren (beste regie en beste scenario) voor Phileine zegt sorry

Beste film
Zusje. Mooi debuut waarvan te zien is dat het met toewijding en passie is gemaakt. Zusje is een originele, knappe film over de macht van de camera. Met zijn keuze voor de Cinéma vérité-stijl, weet Westdijk een moeilijk onderwerp simpel te verfilmen. De regisseur heeft daarbij veel aandacht besteed aan de personages, waardoor Zusje het niveau van een simpele karakterstudie ontstijgt en uiteindelijk vooral gaat over intermenselijke relaties. Het knappe acteerwerk getuigt van een strakke regie. Niets is gekunsteld. Zowel de dialogen als de acteurs zijn naturel. Bewijs dat goede films ook zonder subsidie gemaakt kunnen worden.

Slechtste film
Siberia. Een gedurfde, maar puberale opvolger van Zusje. Siberia is vlot, rommelig en oppervlakkig. De montage is vliegensvlug, waardoor de film meer weg heeft van een videoclip. Het idee kleurenfilm versus zwart-wit wordt niet consequent doorgetrokken, wat het geheel nogal willekeurig maakt. Het is duidelijk dat Westdijk bij Siberia vorm boven inhoud verkozen heeft. De verhaallijnen zijn allemaal net niet goed afgewerkt en uitgediept, er is weinig ruimte voor emotionele diepgang en de plot is ronduit afgezaagd. Het scenario biedt de acteurs weinig meer dan wat oneliners, waardoor de film vooral oppervlakkig blijft. 

Handelsmerk
Westdijk staat bekend als een perfectionist, die blijft schaven en hermonteren, ook als daar eigenlijk geen tijd meer voor is. De regisseur is zeer gedreven en gepassioneerd. Heeft op de set naar eigen zeggen meer aandacht voor de fictieve personages dan voor de echte acteurs. ‘Voor hem bestaan filmpersonages werkelijk ,’ zei Kim van Kooten  in een interview. Westdijk is ook een chaotisch regisseur , die tijdens het draaien nog vanalles wijzigt. Werkte twee keer met Kim van Kooten en drie keer met Roeland Fernhout. Bert Pot is vanaf Zusje Westdijks vaste cameraman.

Robert Jan Westdijk over Robert Jan Westdijk
Over de periode na de Filmacademie waarin hij bedrijfsfilmpjes maakte: ‘Ik heb een soort geestelijke onafhankelijkheid overgehouden aan die periode. Als ik zo' n filmpje had gemaakt, kon ik weer een paar maanden schrijven. Mijn vader vond het altijd een beetje raar dat ik voor de Filmacademie had gekozen, maar toen ik die bedrijfsvideo's ging doen was hij wel opgelucht dat ik nog enig zakeninstinct bezat. Eigenlijk is dat hetzelfde gevoel van onafhankelijkheid dat die Amerikaanse independents ook hebben. Ze wijken heel bewust van de mainstream af, maar ze gaan wel met hun films de markt op. Waarom zou je dat niet in Nederland kunnen doen?’
(De Filmkrant, 1996)

Over de uitslag van een beroepentest op het vwo: ‘Het klinkt onzinnig, maar toen ik het woord filmregisseur zag staan, drong het voor het eerst tot me door dat films worden gemaakt. Plotseling stond voor me vast dat ik naar de filmacademie wilde . Mijn ouders hadden een super 8 camera en ik werd de filmmaker in de familie. Ik maakte vakantiefilmpjes maar ook ambitieuze dingen, zoals Egon in het ik- tijdperk. Dat was een zwart-wit filmpje, met muziek van The Cure, over het leed van een eenzame jongen. Natuurlijk ging het over mij. Ik had geen ongelukkige jeugd, maar was toch eenzaam. Ik wilde als elke jongen een vriendin, maar dat lukte niet.’
(Het Parool, 2003)

‘Ik heb geen boodschap aan het nadoen van dingen die uiteindelijk in de gemiddelde Amerikaanse tv-serie beter worden gedaan. Mij gaat het erom: wat leeft hier? En meer nog: wat houdt mij bezig? Ik maak de films die ik wil maken. Dat die contrasteren met de gangbare Nederlandse speelfilms is niet mijn opzet. Ik zet me nergens tegen af, wil niemand terechtwijzen en voel me geen vertegenwoordiger van een nieuwe generatie .’
(Trouw, 1996)

‘Je gaat door tot het helemaal goed is. Ik zie nu nog films die ik acht jaar geleden heb gemaakt, waarvan ik toen al wist, dit is niet helemaal goed, maar ik ben te lui om er nog iets aan te doen. En nu erger ik me blind als ik ze zie.’
(NRC/Handelsblad, 1996)

‘Dat is een raar fenomeen: je gaat houden van de mensen die van jouw film houden. Ik krijg brieven uit Amerika: “Little Sister changed my life.” “Get a life,” denk ik dan. Maar ja, mensen schrijven wel zo'n brief en dan is het een raar idee dat zo iemand je volgende film misschien niks vindt. Alleen maar omdat hij anders is dan de vorige film. Alleen omdat ik met Siberia die enorme hindernis van de verwachtingen na Zusje heb overwonnen, ben ik vreselijk trots op deze film. Na Zusje heb ik me voorgenomen om nooit meer kritiek te uiten op mensen die een film hebben gemaakt. Ze hebben het namelijk wel voor elkaar gekregen om überhaupt een film te maken.’
(De Filmkrant, 1998)